cultuur

‘Rehwinkelen’, ‘toedeloe’ en andere nostalgische termen

Door Lucas Gasthuis - 10 september 2015

Boek van taalkundige Wim Daniels roept herinneringen op aan de jaren zestig.

Geregeld liggen namen van personen ten grondslag aan woorden. Zoals ‘rehwinkelen’. Misschien denkt u dat dit het uit de duim zuigen van banen door mislukte burgemeesters met wachtgeld betekent, naar de PvdA’er Peter Rehwinkel. Dat is niet het geval. Het gaat om het verzet plegen tegen de Europese landbouwpolitiek, zoals de voorzitter van de Duitse boerenbond Edmund Rehwinkel (1899-1977) deed.

Deze informatie staat in het boek Blits! (uitgeverij Thomas Rap), waarin de taalkundige Wim Daniëls begrippen uit de jaren zestig behandelt. Hij legt ook uit dat ‘rehwinkelen’ nooit is ingeburgerd.

In tegenstelling tot andere door Daniëls belichte termen. Zoals ‘blowen’, ‘hasjiesj’, ‘joint’, ‘junkie’ en ‘nederwiet’, waarmee een belangrijk deel van het cultureel erfgoed van het tijdperk van de ‘hippie’ en de ‘provo’ is samengevat.

Smikkelen en smullen

Meestal is onduidelijk waarom een bepaald begrip wel beklijfde en een ander niet. ‘Dijenkletsers’ is een nog steeds gebruikte uitdrukking voor lollige dingen, ‘ginnegapjes’ niet.

Het nostalgische boek roept onder meer herinneringen op aan leuke televisieprogramma’s die de taal verrijkten. De afscheidsgroet ‘toedeloe’ bijvoorbeeld is te danken aan Pipo de Clown en ‘smikkelen en smullen’ kwam uit de mond van Lowieke de Vos in De Fabeltjeskrant. De vaste slotzin van Meneer de Uil in dit kinderprogramma is ook een eigen leven gaan leiden: ‘Oogjes dicht en snaveltjes toe.’

Elsevier nummer 38, 19 september 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.