cultuur

Verveine, een vrij zeldzaam en verwarrend kruid

Door Bram Hahn - 01 september 2015

Munt heeft inmiddels zijn weg gevonden naar (super)markten in het hele land, maar verveine blijft een vrij onbekende exoot.

Bij muntthee denk je aan Marokko, maar tijdens een dagenlange wandeltocht door het Atlasgebergte schonk de gids vaak een brouwsel van een ander plantje. De Berberjongen benoemde het als iets dat klonk als ‘wierwien’ en maakte in gebarentaal duidelijk dat het goed was voor de maag.

Ik kon destijds, door de taalbarrière en bij gebrek aan een smartphone, niet achterhalen wat het was, maar begreep later dat het thee van verveine betrof. Of thee – zo mag je een brouwsel dat niet van de theeplant wordt getrokken eigenlijk niet noemen. Infusie of tisane, moet je eigenlijk zeggen.

Verveine

De herinnering aan het kruid kwam weer bovendrijven toen het plantje ineens in westerse restaurants zijn intrede deed. Een jaar of vijf geleden dook het op in de keukens van hippe chefs. Het heeft een heel fris, zacht aroma en de blaadjes van het plantje geven een gerecht een chic, citroenachtig vleugje. Het gaat goed samen met fruit en zuivel in desserts, maar ook bij vis en kip past het verrassend goed.

Maar waar munt, zowel in hartige als zoete gerechten, cocktails en thee, zijn weg heeft gevonden naar (super)markten in het hele land, blijft verveine een vrij onbekende exoot. Gedroogd en in theezakjes is het wel te vinden, maar verse verveine is in Nederland zeldzaam. Sommige groentenspecialisten hebben het, horecagroothandels zeker, maar meestal bent u aangewezen op eigen kweek.

Proeven

Dan merk je dat er heel wat soorten zijn die behoren tot de verbena- of ijzerhardfamilie. Net zoals er heel veel soorten munt zijn, heb je ook allerlei verveinevarianten – zo’n 250. De meeste daarvan zijn niet geschikt voor toepassing in de keuken, maar worden soms wel weer gebruikt om olie uit te winnen die in allerlei vermeend heilzame zalfjes wordt verwerkt.

Navraag bij verschillende kwekers levert geen eenduidig antwoord op welke soort je nu precies moet hebben voor culinair gebruik, maar gelukkig kun je van een plant wel eerst even proeven.

Chefs spreken meestal van ­citroenverbena, maar die wordt vaak weer onder verschillende Latijnse benamingen verhandeld. In Frankrijk, waar hij veel wordt gebruikt, tref je hem ook onder allerlei namen aan, waaronder verveine odorante, verveine citronelle of de Latijnse benamingen Lippia citriodora of Aloysia citriodora. Een soort met witte bloemetjes en een onmiskenbare citroengeur.

Dat is ook de soort waarmee in de Auvergne de felgroene likeur Verveine du Velay wordt gemaakt: een van de weinige toepassingen van verveine die ik u niet kan aanraden.

Elsevier nummer 36, 5 september 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.