cultuur

1948 – Fanny Blankers-Koen: Winnaar van vier keer goud

Door Gerry van der List - 12 oktober 2015

Als dertigjarige moeder van twee kinderen leverde Fanny Blankers-Koen een formidabele prestatie. De ‘vliegende huisvrouw’ won vier gouden medailles op de Olympische Spelen.

Midden in de wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog werd een atlete uit Hoofddorp het symbool van het herstel van Nederland. Tijdens de Olympische Spelen van 1948 in Londen haalde Fanny Blankers- Koen gouden medailles op vier onderdelen: de 100 meter, de 200 meter, de 80 meter horden en de 4 x 100 meter estafette. En dan te bedenken dat ze vanwege het wedstrijdprogramma niet kon meedoen aan het verspringen, waarin ze ook uitblonk.

Bij haar terugkeer in Nederland werd Blankers-Koen (1918-2004) onthaald door een jubelende menigte. Haar populariteit dankte zij mede aan haar alledaagse imago. De dertigjarige moeder van twee kinderen gold als bescheiden en nuchter. De ‘vliegende huisvrouw’ nam gewoon de kinderwagen mee naar de sintelbaan.

Haar vader, een discuswerper en kogelstoter, was het sportieve voorbeeld geweest voor Fanny Koen. Hij had haar als klein kind op turnen gedaan, maar haar grootste talent lag in een andere tak van sport. Toen ze zich als zeventienjarige had aangemeld bij een atletiekvereniging, liep ze kort daarna al een nationaal record op de 800 meter. Tijdens de oorlog had ze, onder begeleiding van trainer en echtgenoot Jan Blankers, diverse wereldrecords gevestigd. Maar haar mooiste triomfen kwamen in 1948.

Vier jaar na haar formidabele succes in Londen zou Blankers-Koen tijdens de Spelen in Helsinki door blessures geen aansprekende resultaten meer weten te boeken. Misschien nog treuriger was dat kort voor haar dood in 2004 de biografie Een koningin met mannenbenen van Kees Kooman zou verschijnen, waaruit de atlete van de eeuw verrassend ongunstig naar voren kwam als nare, eerzuchtige egoïste. Dochter Fanny in het boek: ‘Mijn moeder heeft altijd voor zichzelf geleefd.’

Elsevier nummer 43, 24 oktober 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.