cultuur

2007 – Joop van den Ende: Producent krijgt erkenning

Door Gerry van der List - 14 oktober 2015

Joop van den Ende stampte in zijn eentje een hele musicalindustrie uit de grond. Maar pas op zijn 65ste viel de selfmade man alom de waardering ten deel die hij zo graag wilde.

Commercieel succes alleen is voor hem niet voldoende. Joop van den Ende (1942) toonde al vanaf zijn jeugd in Amsterdam-Oost een enorme ambitie. De zoon van een stoker bleek tot zijn verdriet over weinig artistiek talent te beschikken. Als clown, toneelspeler en conferencier oogstte hij weinig waardering. Maar hij bleek over een andere gave te beschikken: hij kon als geen ander de talenten van anderen herkennen en ze tot ontwikkeling brengen.

Na een theaterbureautje te zijn gestart, wist hij onder meer naam te maken met de revues van zijn protegé André van Duin. Maar hij bracht ook, met een bijzondere combinatie van creatieve passie en commercieel vernuft, toneelstukken op de planken en produceerde films. En hij maakte een eindeloze reeks succesvolle tv-program­ma’s. Soms ging het mis, zoals met de televisiezender TV10. Maar nadat hij met zijn concurrent John de Mol was samengegaan in Endemol en dit bedrijf had verkocht, was hij een zeer vermogend man. Het meest vernieuwend was de entertainmentkeizer echter op een ander vlak. Praktisch in zijn eentje stampte hij een hele vaderlandse musicalindustrie met Broadway-achtige allure uit de grond en exporteerde deze daarna ook nog eens.

Toch bleef Van den Ende lijden onder een gevoel van miskenning. Joop heeft lang last gehad van een minderwaardigheidscomplex, zeggen mensen in zijn omgeving. waarbij zij ter verklaring vaak wijzen op het gebrek aan waardering van zijn vader die het artiestenvak niets vond. Maar de successen van 2007 moeten het zelfvertrouwen van de selfmade man goed hebben gedaan. Van den Ende kreeg het Erekruis in de Huisorde van Oranje en werd bij zijn 65ste verjaardag toegesproken door de minister-president (‘Joop verdient een staande ovatie!’).

Hij demonstreerde bovendien dat het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd niet met een afnemende prestatiedrang gepaard hoeft te gaan. Hij verkocht weer een recordaantal kaarten met de opvoering van de musical Tarzan in zijn theater in Scheveningen en hij kon lezen hoe alle critici de loftrompet staken over Ciske de Rat, een ­eigen productie waarin hij jarenlang ziel en zaligheid had gestoken. Hij begon een ­theatertje in Amsterdam-Noord waar met kleinere voorstellingen werd geëxperimenteerd, was bezig met de bouw van twee andere theaters in de hoofdstad en opende in Parijs zijn 31ste theater. Hij stelde illusionist Hans Klok in staat om diens dromen in Las Vegas te verwezenlijken en zag hoe de speurtocht op televisie naar de beste hoofdrolspeelster voor de musical Evita een kijkcijferhit werd.

Later zou de waardering voor Van den Ende nog meer groeien. Mede omdat hij met zijn fortuin via de VandenEnde Foundation de cultuur zou stimuleren. Het zou hem ook deugd doen dat een medewerker van NRC Handelsblad, de krant van de culturele elite, in 2012 een lovende biografie van hem zou publiceren met alle verdiensten van Euro­pa’s grootste musicalmagnaat voor het thea­ter en de televisie.

Elsevier nummer 42, 24 oktober 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.