cultuur

Triomfantelijk entertainment met Bosch en Bruegel in Boijmans

Door Riki Simons - 13 oktober 2015

Museum Boijmans toont fraaie selectie schilderkunst en grafiek uit de zestiende eeuw.

Tot de grootste trekpleisters van het Prado in Madrid horen acht werken van Jheronimus Bosch. Eén van die fragiele topstukken is nu te zien in Nederland.
Bosch’ Hooiwagen-triptiek (circa 1515) staat triomfantelijk in de nieuwe expositievleugel van Museum Boijmans. Midden in een door de hele zaal breed uitgezette witte ruimte met lege wanden, als de enige overlevende na een beeldenstorm. De rest van Van Bosch tot Bruegel is in een reeks kleinere ruimtes.

Bosch’ drieluik is het uitgangspunt voor deze expositie, met vooral schilderkunst en grafiek uit de periode 1500-1570. Rondom de enorme wagen vol hoog opgetast hooi, symbool voor alles wat aards en materieel is, schilderde hij een chaotische menigte tijdgenoten die ijdelheid en gewin najagen. Hiermee is de toon gezet.

Hoofs

Aan weerszijden van de witte gang zien we dit thema verder uitgewerkt. In zijzaaltjes met werk van tijdgenoten – vaak kleine panelen en grafiekbladen, volgeladen met voorstellingen van het alledaagse leven in huis en op straat. Een typisch Nederlands-Vlaamse vernieuwing in de schilderkunst, in de zestiende eeuw tot in de kleinste en meest bizarre details uitgewerkt.

De vijftiende eeuw verbeeldt dit ‘dagelijks leven’ nog ingetogen-harmonieus, met veel religieuze of hoofse verwijzingen, als achtergrond in religieuze miniaturen. Maar in de zestiende eeuw ontsporen brave bezigheden langzaam maar zeker in uitbundig gedetailleerd wangedrag. In overbevolkte bordelen, chaotische kermissen, bizarre optochten, uit de hand gelopen boerenfeesten. Met overal bedelaars, narren, kwakzalvers, oplichters, waarzegsters, woekeraars.

Na 1550 kalmeert de wereld, in het werk van Pieter Bruegel de Oude, tot meer poëtische taferelen. En duiken in de grote panelen van Joachim Beuckelaer en Pieter Aertsen ordentelijke herbergen, boerenbedrijven en keukens op, gerund met professionele waardigheid.

Pioniers

Jheronimus Bosch, Quinten Massijs en Lucas van Leyden waren de pioniers van de zestiende-­eeuwse ‘genrekunst’, zoals die vroege uitbeelding van het alledaagse later is gaan heten. Ieder maakte maar een handvol van dit soort werken, binnen een oeuvre dat nog overwegend religieus was.

Als speciaal entertainment voor hun kopers, welgestelde burgers, die zelf in deze uitbundige en karikaturale toestanden zelden of nooit te vinden zijn. Entertainment biedt deze expositie te over. De kracht zit hem in de focus op één beperkt thema, en in een fraaie keuze uit de beste werken.

Elsevier nummer 43, 17 oktober 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.