cultuur

Verontwaardiging over het uitbesteden van persoonlijke zorg

Door Marijke Hilhorst - 01 oktober 2015

Voor een paar tientjes per maand voert Inge van Tringeling elke dag een vijfminutengesprekje met een praatgrage moeder.

De ezels waren in verschillende richtingen opgesteld in het duinlandschap en binnen de kortste keren was iedereen geconcentreerd bezig.

Zes vrouwen, twee mannen, de jongste 47, de oudste 71, allemaal enthousiaste amateurs. Meestal treffen we elkaar binnen, in het ruime atelier van de profs die ons op weg helpen. Twee keer per jaar wordt er voor een locatie buiten gekozen, zoals deze zondag in de vroege herfst.

Alleen al de wolken zouden een feest worden om op te zetten. Laag hingen ze tegen het intense blauw, als een lobbig volk van romige dikzakken en mollige wolbaaltjes, wit aan de randen en met een scala aan kleurnuances naar het midden toe.

Ook verheugde ik me op de zoektocht naar duingeel, helmgroen, zeegrijs – dat geen grijs meer was als je nog een keer keek, maar eerder neigde naar bruin-paars. Oppassen geblazen, wist ik. Voor je het weet, wordt je palet modderig.

Dat ook in woorden de zee lastig te vatten is, blijkt wel uit een sensitief gedicht van Herman Gorter. Ik had de passage meegenomen: ‘Het woestlichte gebots,  het wreede golfweê, het flitsige bijtige fijnstralend oneindige, het zoowijdspreidige vloedendomheinige, en toch dat volle natte blauwe aangerol.’

Het bewegelijke landschap van zee, duinen, lucht eiste me volledig op, tot er een telefoon rinkelde. ‘Sorry,’ klonk het verontschuldigend. ‘Ik moet opnemen.’ Het was Jannie.

Mobiel

Tijdens de lunch in een duinpan volgde het waarom van het moeten. Jannie is vrij jong weduwe geworden, heeft daarom als fulltime werkende moeder alleen haar drie dochters groot moeten brengen. Ze heeft vier kleinkinderen, een vijfde is op komst. Jannie wordt in december van dit jaar 65 en dus krijgt ze pas deze zomer AOW. Soms twijfelt ze of ze het gaat halen, zo moe is ze. Altijd moe.

Niet dat het werk haar zo zwaar valt, het is de zorg voor haar ouders waardoor ze nooit tot rust komt. Die zijn op haar aangewezen voor hulp, Jannies enige, jongere broer woont met zijn gezin in Zwitserland. Moeder is 86 en nauwelijks nog mobiel, vader drie jaar ouder en dementerend.

Ze wonen zelfstandig en er kan om niets paniek uitbreken. Het was moeder die net belde dat vader de afstandsbediening kapot had gemaakt: Jannie moest komen, anders kon moeder niet naar Buitenhof kijken.

‘Zo is er elke dag wel iets,’ klonk het. ‘En niet dat ik dankbaarheid verwacht, maar het is nooit genoeg. Bijkomstigheid is dat ik voor de kleinkinderen, die ik veel vaker zou willen zien, nooit tijd heb om samen eens iets leuks te doen.’ Jannie zuchtte en volgde met haar ogen een visdiefje in de lucht, zo hopend dat wij niet zouden zien hoe de tranen zich opdrongen.

Intensiever

Zo werd het al snel een gesprek over zorg. Een zorgelijk gesprek. Mijn ouders zijn al meer dan twintig jaar dood, maar van veel van mijn leeftijdgenoten blijken ze nog wel te leven. Of een van beiden. In dit gezelschap was het niet anders en allemaal verlenen ze mantelzorg. De een intensiever dan de ander, en natuurlijk klonken er ook leuke verhalen – van een dochter die net een lang weekend met haar hoogbejaarde moeder naar Parijs was geweest.

Maar dat was een uitzondering. Op de meesten drukte die zorg behoorlijk zwaar en ook voelden ze zich, op een enkeling na, tekortschieten ten opzichte van hun kinderen en kleinkinderen.

Behalve op Berend, een grappige, alleenstaande 71-jarige. Hij had zelfs het telefoneren met zijn stokoude moeder – met wie hij het overigens nooit had kunnen vinden – uitbesteed. ‘Ik ga geen belangstelling veinzen voor iemand van wie ik niet houd. Zij kon niet lief zijn, ik wil het niet zijn.’

Het past uitstekend in de trend van vermarkting van persoonlijke diensten, maar ik had nog nooit gehoord van Tringeling.  Berend: ‘Voor een paar tientjes per maand voert Inge van Tringeling elke dag een vijfminutengesprekje met mijn praatgrage moeder. Ze vraagt hoe het gaat, of ze iets leuks heeft gedaan of gehoord, en of ze plannen heeft voor de avond. Ik ben er niet trots op, maar ik schaam me er ook niet voor.’

Morele verontwaardiging was de eerste reflex. Later werd ­afkeurend gemompel gevolgd door een discussie met als conclusie dat het rampzalig zou zijn als er voor aandacht altijd moet worden betaald, maar dat het een uitkomst kan zijn. Toen riep de zee ons weer en verwaaiden de zorgen.

Elsevier nummer 41, 10 oktober 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.