cultuur

In het leven van Jan Schoonhoven was alles dicht bij huis

Door Riki Simons - 02 november 2015

Twee exposities Jan Schoonhoven vormen een pracht-introductie tot zijn werk.

Het werk van Jan Schoonhoven zit internationaal in de lift. Met een nieuwe megagalerie, David Zwirner uit New York, als vertegenwoordiger. En met veilingprijzen tot bijna 900.000 euro.

Schoonhoven was een laatbloeier, en bleef tot zijn pensioen beambte bij de PTT in Den Haag. Zijn kunst maakte hij in zijn vrije tijd. Vanaf 1960 ontwikkelde hij samen met Armando, Jan Henderikse en Henk Peeters de Nederlandse tak van de Zero/Nul­beweging. Die streefde naar objectieve kunst met zo min mogelijk emotie, uitgevoerd in goedkope materialen.

Schoonhovens materiaal was papier en karton. Samen met behangerslijm en de verfresten van een naburig schildersbedrijf verwerkte hij dit, op een vierkant tafelblad in de huiskamer van zijn kleine woning in het oude centrum van Delft, tot de abstracte, witte papier-maché reliëfs waarmee hij beroemd wordt.

Dicht bij huis

Opgebouwd uit simpele, geometrische elementen zoals rechthoeken en vierkanten, die in systematische herhalingen met kleine veranderingen verrassend fascinerende constructies opleveren. En die in de speling van het meest goedkope materiaal denkbaar – daglicht – voortdurend vanzelf veranderen door de verschuiving van licht en schaduw.

In Schoonhovens leven is alles letterlijk dicht bij huis. Hij reist zelden of nooit, en woont zijn leven lang in Delft. Zijn inspiratie ligt op straat: de stoep­tegels, hekjes, paaltjes, putdeksels, gevelversieringen, daken en ramen die hij bij wandelingen tegenkomt. Daglicht ziet hij op elk uur van de dag op zijn prachtigst aan het werk in Delfts twee beroemde gotische kerken.

Als winnaar van de tweede prijs in de biënnale van São Paulo in 1967 raakt hij ineens veelgevraagd. Vanaf dan laat hij zijn reliëfs uitvoeren door architectuurstudenten, en vanaf 1971 alleen door elektrotechnicus Aad in ’t Veld. Vanaf de jaren tachtig gaat hij ook weer veel tekenen.

Seriewerk

Museum Prinsenhof in Delft deed onderzoek naar Schoonhovens onbekende werk, naar zijn leven in Delft – waar hij een jazzclub financierde – en naar de rol van Delft in zijn oeuvre. Kijk, Jan Schoonhoven is een pracht-introductie voor beginners, vol verrassingen voor iedereen die Schoonhoven denkt te kennen.

Het Stedelijk Museum in Schiedam geeft een overzicht van de ontwikkeling van zijn artistieke ideeën vanaf eind jaren vijftig. De eerste zaal, met Schoonhovens eerste schreden naar abstractie, imponeert het meest. De laatste zaal, met houterig en fabrieksmatig seriewerk uit de jaren tachtig, het minst.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.