cultuur

Zwarte comedy annex roadmovie over oorlog in Bosnië

Door Rob van Scheers - 10 november 2015

In A Perfect Day gaat de kijker op pad met team goedwillende buitenlandse hulpverleners in verscheurd Bosnië.

Ergens in Bosnië, 1995. De burgeroorlog sleept zich naar het einde, en buitenlandse hulpverleners van Aid Across Borders, een soort Artsen Zonder Grenzen, proberen enige orde te scheppen in de chaos.

We volgen ze gedurende 24 uur, en zien hoe ze getackeld worden door gewapende milities, wegversperringen, boobytraps van dode koeien met explosieven erin, kinderen met pistolen, blauwhelmen, westerse bureaucratie, het houdt niet op.

Na die 24 uur hebben ze de perfecte zinloze dag beleefd, ze zijn geen steek verder gekomen. Slechts een stevige dosis cynisme houdt deze goedwillende hulpverleners overeind. Het mag dan een speelfilm zijn, ver van de Bosnische werkelijkheid uit die dagen zal-ie niet staan.

Landmijnen

Aanvoerder van het hulpteam is de Puerto Ricaan Mambrú, in wie we Benicio del Toro herkennen. Hij wordt geholpen door de logistiek expert B. (Tim Robbins), een Amerikaanse veteraan aan het hulpfront. Ze scheuren rond in jeeps, kennen de beren op de weg, en laten in geval van spraakverwarring hun Bosnische tolk het woord voeren.

Wat er aan de hand is: het gebied telt voor de lokale bevolking drie waterputten, waarvan er twee onbenaderbaar zijn door landmijnen. In de derde waterput is een lijk gegooid, en dat lijk moet er binnen een paar uur weer uit anders gaat ook deze bron door besmetting verloren. Mambrú en B. zijn daar heel druk mee, tot hun touw breekt. Dus moet er een nieuwe kabel komen, maar dat is hier makkelijker gezegd dan gedaan.

Het is het startschot voor een verhaal dat kafkaësk drama, zwarte comedy, oorlogsfilm en roadmovie bijeen brengt, gelijk het Bosnische labyrint waarbinnen ze zich bewegen. Op zoek naar een touw, zo had-ie ook kunnen heten. Juist in de onbenulligheid van dit plotselinge object van begeerte schuilt natuurlijk de kracht: zo ridicuul kan het in tijden van oorlog gaan.

En onze hulpverleners weten het. ‘Touw? Dat hebben we wel, maar het is niet te koop,’ zegt de man van de ijzerhandel. ‘We hebben het straks zelf nodig voor de volgende verhanging.’

Trauma

Als het allemaal niet zo treurig was, viel er voldoende te lachen om zulke absurdistische boventonen. In die zin doet A Perfect Day wel wat denken aan Robert Altmans M.A.S.H. (1970). Met dit verschil dat we op de achtergrond geregeld zien dat Bosnische mannen worden afgevoerd.

Etnische zuiveringen, navrante beelden die ons nationale Srebrenica-trauma weer zullen doen opspelen. Zoiets hebben we in een Nederlandse speelfilm vooralsnog nimmer gezien.
Elsevier nummer 46, 14 november 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.