cultuur

Het arrogante atheïsme van de rottweiler van Darwin

Door Gerry van der List - 21 januari 2016

Richard Dawkins berijdt in zijn memoires weer zijn stokpaardjes. Zo trekt de Britse geleerde opnieuw van leer tegen religie.

Twitter kan een riskant medium zijn voor mensen met ferme opvattingen. Inclusief eminente geleerden. Zo heeft Richard Dawkins een mooie reputatie als vooraanstaand geleerde. De Britse bioloog maakte naam met het verdedigen en toepassen van de evolutietheorie, onder meer in de bestseller De zelfzuchtige genen (1976). De laatste jaren is hij vooral bezig met een kruistocht tegen godsdienst. Dat doet hij niet onopgemerkt. Van The God Delusion (2006), in het Nederlands vertaald als God als misvatting, werden zo’n drie miljoen exemplaren verkocht.

De Oxford-bioloog draagt zijn standpunten ook uit in stromen militante tweets, waarbij hij godsdienst en gelovigen als favoriet doelwit heeft. Voor het geven van heldere adviezen op Twitter deinst hij niet terug. Feministen die klagen over ongewenste intimiteiten, vertelt hij bijvoorbeeld dat ze moeten ophouden met zeuren. En een zwangere vrouw ried hij aan tot abortus over te gaan toen ze had gehoord dat haar ongeboren kind het downsyndroom heeft; hij noemde het immoreel om anders te handelen.

Zelfs zijn bewonderaars en medestanders vragen zich af of Dawkins, de ‘rottweiler van Darwin’, zich niet af en toe overschreeuwt en mensen onnodig tegen de haren in strijkt. Maar bescheidenheid en vermogen tot zelfkritiek zijn niet de meest in het oog springende eigenschappen van de bioloog, zo blijkt uit zijn memoires.

Laatdunkend

Het eerste deel van de autobiografie verscheen drie jaar geleden. In Verwondering of hoe ik wetenschapper werd bracht Dawkins zijn loopbaan tot de verschijning van De zelfzuchtige genen in beeld. Het was een vlot geschreven boek, met de nodige bravoure. De meeste aandacht trok de onthulling dat hij zelf als jongetje last had gehad van ongewenste intimiteiten van een gymleraar.

Het tweede deel van de memoires is net uit. Een kaars in het donker. Mijn leven in de wetenschap (Nieuw Amsterdam) mist de simpele, chronologische opbouw van zijn voorganger. Het boek is een verzameling impressies en anekdotes. De schrijver verhaalt met zichtbaar genoegen over ontmoetingen met de groten der aarde en haalt af en toe uit naar zijn vijanden, zoals zijn collega Stephen Jay Gould.

Natuurlijk berijdt Dawkins zijn atheïstische stokpaardjes. Hij laat zich laatdunkend uit over de kritiek van christenen die aanstoot hebben genomen aan zijn idee dat religie een gevaarlijke ziekte is. Zijn visie op het opperwezen herhaalt hij door te citeren uit God als misvatting. Daarin omschreef hij de God van het Oude Testament als een ‘wraakzuchtige, bloeddorstige, etnische zuiveraar’ en ‘een misogyne, homofobe, racistische, (…) megalomane, sadomasochistische, wispelturig kwaadaardige pestkop’. Duidelijke taal.

Bijtend

In het door Britse recensenten neergesabelde Een kaars in het donker komt Neil deGrasse Tyson aan het woord, die eens in een persoonlijke ontmoeting beleefde kritiek leverde op de auteur. De bijtende welbespraaktheid van Dawkins is niet per se het ideale middel om anderen te overtuigen, zei de Amerikaanse astrofysicus. Zij krijgen van de arrogante atheïst op luide toon te horen: ‘Zo zit het, en als u het niet gelooft, bent u niet goed bij uw hoofd.’

Dit verwijt is enigszins terecht, geeft Dawkins zowaar toe. Maar heel veel lijkt hij er zich tot nu toe niet van te hebben aangetrokken.

Elsevier nummer 4, 30 januari 2016

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.