cultuur

Dirigent Jaap van Zweden: van voetveeg tot held

Door Joost Galema - 02 februari 2016

De rol van dirigent werd uit nood geboren. Was hij eerst een assistent van de componist, allengs groeide hij uit tot de grote ster van het orkest.

De uitverkiezing van Jaap van Zweden (55) tot chef van het New York Philharmonic was afgelopen week wereldnieuws, want dirigenten zijn de grote sterren van de klassieke muziek.

Een decennium geleden wees een onderzoek al uit dat niet solist, orkest of repertoire doorslaggevend is voor een concertbezoek, maar de maestro op de bok. En zo klom de dirigent in twee eeuwen op van voetveeg tot mythische figuur.

In de achttiende eeuw ‘dirigeerde’ de componist nog meestal zijn eigen werk. Bovendien waren de orkesten zo klein dat ze geleid konden worden door een van de eigen musici. Dat veranderde in de tijd van Ludwig van Beethoven.

Aan het begin van de negentiende eeuw dijden onder zijn handen de symfonie en het orkest uit tot veelkoppige ‘monsters’. Ondanks zijn doofheid volhardde Beethoven in het dirigeren van zijn eigen werken, die vaak in chaos ten onder gingen. Langzaam deed de noodzaak van een gespecialiseerde dirigent zich voelen.

Een van de eersten was Hans van Bülow, die de voetveeg werd van Richard Wagner. Hij verafgoodde de componist en noemde zichzelf ‘slechts diens dirigeerstok’. Von Bülow vergaf Wagner niet alleen de openlijke vernedering voor het orkest, maar zelfs het feit dat hij ervandoor ging met zijn vrouw. ‘Ieder ander zou ik hebben vermoord,’ zei Von Bülow, ‘maar Wagner Nee.’

De persoonlijkheidscultus rond de dirigent begon eind negentiende eeuw met de Hongaar Arthur Nikisch. ‘Musici noemden hem de Magiër en zaten betoverd door zijn slag op hun stoelen,’ schrijft de Engelse muziekjournalist Norman Lebrecht in zijn boek The Maestro Myth.

Mythe

‘Het publiek bekeek hem met bewondering, vrouwen volgden met hun ogen de trotste slag van zijn verlengde dirigeerstok.’ Rondom Nikisch ontstond een mythe. Mensen fluisterden dat hij orkesten zijn wil oplegde met zijn hypnotische blik. Hij reisde de wereld over, kreeg absurd hoge honoraria en werd op die manier het voorbeeld van de moderne maestro.

Een van Nikisch’ leerlingen, Gustav Mahler, zorgde voor een wending als dirigent bij de Weense Hofopera. Zijn voorgangers waren simpele loonslaven van de aristocratie, wier namen niet eens in de programmaboekjes stonden. Mahler veroverde de muzikale alleenheerschappij in het keizerlijke instituut.

Nikisch bezorgde de dirigent roem en rijkdom, Mahler maakte hem machtig. Zij legden het fundament voor een eeuw van mythevorming, want de dirigent blijft een raadselachtige figuur. Op de vraag wat een goede dirigent is, bestaat geen eenduidig antwoord.

De Italiaan Arturo Toscanini werd aanbeden door orkesten die hij als slaven behandelde, maar dat gold ook voor zijn Duitse tegenpool Wilhelm Furtwängler, die musici in hun waarde liet en Tos­canini ‘een veredelde slagautomaat’ noemde.

Toscanini

Kijk naar Jaap van Zweden, en je ziet een dirigent die weet wat hij wil horen, met een heldere slag en priemende ogen; iemand uit de traditie van Toscanini – met wat minder scherpe kanten, want Van Zweden zal nooit zijn moeder midden in de nacht na een opera uit bed hebben gesleurd en haar hebben toegeschreeuwd: ‘Otello is een meesterwerk! Kniel mama en zeg: “Viva Verdi!”’ Toscanini wel.

Soms ontbreekt het een dirigent aan een goede slagtechniek, maar krijgt hij het orkest toch in een magische greep. Furtwängler was zo’n type. Een paukenist van zijn Berliner Philharmoniker herinnerde zich eens dat hij tijdens een repetitie – in een passage waarin hij niets te doen had – verzonken in de partituur meeluisterde. Er stond een andere dirigent voor het orkest.

Plotseling onderging de muziek een metamorfose, middelmaat werd schoonheid. Hij keek om zich heen, maar vond in het orkest geen verklaring. ‘Verbaasd wendde mijn blik zich naar de zaal. In de deuropening stond Furtwängler. Het was alsof hij muziek ademde. Enkel met zijn aanwezigheid had hij een omwenteling veroorzaakt.’

Zo blijft de dirigent – ook nu – een fascinerend enigma.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.