Liesbeth Wytzes

Plat Koningslied vertegenwoordigt groot deel van Nederland

Door Liesbeth Wytzes - 24 april 2013

Volgens mijn hoofdredacteur is er allang een koningslied, namelijk het Wilhelmus, en kunnen we dat veel beter zingen in plaats van het brakke brouwsel van John Ewbank en al die andere Ibiza-artiesten.

Ik buig natuurlijk nederig het hoofd voor mijn baas, maar ik vind het Wilhelmus ook wel onbegrijpelijk. Neem nu het begin van couplet 14. ‘Oorlof mijn arme schapen?’ Yeah, right. Maar goed, daarvan kun je dan tenminste nog zeggen dat het komt omdat het oud is.

Dat excuus heeft componist John Ewbank niet.

Nep-eenheid

Dat hele idee voor een koningslied was vanaf het begin al bezopen. Hoezo kon je je ‘droom voor Nederland’ insturen? Gaat Willem-Alexander die dan laten uitkomen? As if! Wat voor nep-eenheid denkt dat Nationaal Comité Inhuldiging te creëren door ons allemaal zo’n lied te laten meeblèren?

Als het zo makkelijk was, was die ‘eenheid’ er allang. Een klein bezoek aan de website mijndroomvooronsland.nl en het glazuur springt van je tanden. Wat een afschuwelijke flauwekul staat daar allemaal te lezen! Ik kan het niet genoeg aanbevelen.

Artistieke armoe

Natuurlijk is dat Koningslied armetierig en krakkemikkig. Wie had iets anders verwacht? Het is een bespottelijke concoctie van halfgetalenteerde lieden die door de artistieke armoe in dit land denken dat ze iets voorstellen.

Eerst dacht ik, het komt door de manier waarop dat lied is ontstaan, met al die losse bijdragen. Tot ik de abdicatiebrief van Ewbank las en wist dat het hier gaat om iets heel anders: platte smakeloosheid. Dat heeft niets met high of low culture te maken. Dit is gewoon de zoveelste uiting van iemand die totaal niet weet wat hij wel en niet kan zeggen.

Iemand die een baby vergelijkt met een Chinese naakthond (dit is zo idioot dat het niet eens meer beledigend is), die in die brief rept van ‘nageboortes’ en ‘zeikregen’, heeft geen enkele klasse.

Zenuwachtig

Ewbank past precies in een lange lijn van platte, ordinaire ‘artiesten’ die je steeds ziet in Nederland. Claudia de Breij bijvoorbeeld, die volgens mij best leuk en aardig is, vertelde een keer dat ze ergens zo zenuwachtig voor was dat je een ei in haar achterste kon gaarkoken. Een van haar boeken heet Krijg nou tieten.

Twee actrices in een serie verlangen ernaar ‘eens helemaal uitgewoond’ te worden. Wendy van Dijk, die het reuze grappig vindt zich te verkleden en in haar film Ushi Must Marry van de ene onpeilbaar smakeloze grap in de andere rolt.

Paul de Leeuw heeft een handelsmerk gemaakt van smakeloze grappen, net als zanger Gordon, het zijn er zoveel dat je het amper kunt bijhouden. Barbie. Oh Oh Cherso. De Tokkies. Hoe meer het over poep, pies en seks gaat, hoe leuker. Willen we echt weten dat Koningslied co-auteur Daphne Deckers er down there na haar bevalling uitzag als een ‘ontplofte egel’?

Infantiliteit

Ik dacht heel lang dat ik een preutse trut was, omdat ik dat soort opmerkingen beschamend en ordinair vind. Maar nu denk ik: het is een teken van humorloze infantiliteit.

Nu staan er geen ordinaire dingen in het Koningslied, dat is waar. Toch ademt alles dezelfde verpletterende platheid, nog benadrukt door dat permanente tutoyeren. Ik vind dat je de Koning best met u mag aanspreken, het is je buurman niet. Ik word zelf door een onbekende ook liever met u aangesproken.

Stamppot

John Ewbank weet waarschijnlijk geeneens dat er in ‘stamppot eten’ geen W zit. Hij en de zijnen vertegenwoordigen Nederland niet. Maar wel een heel groot deel daarvan.

En in die zin is het Koningslied wel degelijk geslaagd.

Volg Liesbeth Wytzes op Twitter

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.