Gerlof Leistra

Memoires Hammerstein: fraai opgeschreven, geen goed boek

Door Gerlof Leistra - 07 februari 2014

Een topadvocaat zou ik hem niet meteen noemen, maar kleurrijk is Oscar Hammerstein zeker. Daarvan getuigt ook zijn net verschenen autobiografie ‘Ik heb de tijd’.

In 370 pagina’s schetst hij zijn turbulente leven rond drie belangrijke data. In juli 1988 krijgt hij van zijn huisarts de onheilstijding dat hij besmet is met het hiv-virus.

In de lente van 1994 wordt hij opgepakt op verdenking van witwassen van drugsgeld en op 6 mei 2002 wordt zijn vriend Pim Fortuyn vermoord.

Moordenaar

De hiv-infectie vergelijkt Hammerstein treffend met het bericht dat een moordenaar uit China naar Nederland komt, ‘maar je weet niet wanneer hij zal aankomen. Iedere maand word je ingelicht hoe de reis vordert; de ene maand schiet hij wat meer op dan de andere’.

Dankzij de Nederlandse aidsdokter Sven Danner kan Hammerstein in Amerika behandeld worden. Daar koopt hij voor kapitalen aan aidsremmende medicijnen die in Nederland nog illegaal zijn. Die actie redt zijn leven.

Verdenking

Van zijn homovrienden is Hammerstein vrijwel de enige die niet is overleden. Het verslag van zijn strijd tegen de doorgaans dodelijke ziekte is indringend.

Onthutsend is hoe collega-advocaten hem mijden als de pest en de verdenking van witwassen gebruiken om hem te lozen bij het kantoor Boekel De Nerée. Dat Hammerstein uiteindelijk wordt vrijgesproken, is dan al te laat. Zijn reputatie is voorgoed besmet.

Inkijkje

In zijn boek geeft Hammerstein een fraai inkijkje in de geldbeluste advocatuur: ‘Mammon regeert’. Loyaliteit is minder belangrijk dan omzet en vooral winst.

Ondanks alle butsen die hij oploopt, blijft Hammerstein redelijk overeind. Zonder al die ellende had hij mogelijk kunnen uitgroeien tot topadvocaat. Maar hij mist de juridische klasse van zijn oude maatje Gerard Spong en raakt te vaak verzeild in schandalen.

Zijn beschrijving van zijn tijd in de cel laat zien wat detentie met iemand doet: ‘Een mens die van zijn vrijheid wordt beroofd, wordt tijdelijk van elke menselijke waardigheid ontdaan.’ Geen plek droever dan de kamertjes die worden gereserveerd voor het bezoek aan gedetineerden door hun advocaat, schrijft hij. ‘Het is er altijd benauwd en het stinkt er bovendien. (…) De lucht van een darkroom is er heilig bij.’

Fraai

Hammerstein schrijft fraai, al staat het boek vol fouten. Een strenge redacteur had hem hier en daar ook ingetoomd, vooral in de passages over de verdenking van witwassen.

Het deel over zijn politieke bemoeienis met Fortuyn en de LPF had meer ruimte verdiend en lijkt wat afgeraffeld. Als Hammerstein wat meer de tijd had genomen, was het een goed boek geworden. Dat is een gemiste kans, al blijft er voldoende over om ‘een eigenzinnige advocaat’ beter te leren kennen.

Volg Gerlof Leistra op Twitter

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.