Afshin Ellian Afshin Ellian

Wie het leven veracht en de dood verheerlijkt, is geen held

Door Afshin Ellian - 15 mei 2014

De vraag die me dagen bezighield: waarom applaudisseerde ik na afloop van de voorstelling Anne. Het antwoord lag besloten in een oud, bijna vergeten liedje.

Ik zat tussen een oude jongen en een jonge jongen, beiden opgegroeid in Nederland. Op een bepaalde manier zijn ze allebei kinderen van vervolgden, van vluchtelingen.

Ikzelf breng een scheiding aan: de vervolgde scheidt de kinderen van donkere tijden van elkaar.

Wat verbindt ze met elkaar? Het leven, hun enthousiasme voor het leven. Het zijn geweldige jongens: de oude jongen, Harry van den Bergh, en de jonge jongen, mijn zoon. Gedrieën keken we naar het toneelstuk Anne.

Wodka

Tijdens de voorstelling liet een oud, bijna vergeten liedje mij niet los. Het was geen Nederlands liedje, maar werd gezongen door de Iraanse zangers Parvin (1938), populair in de jaren vijftig van de vorige eeuw.

Toen ik nog een klein jochie was, hoorde ik haar liedjes slechts wanneer de oudere jongens, zoals mijn vader, aan de wodka zaten. Wat er met haar is gebeurd nadat de islamitische revolutie vrouwenstemmen had verboden, weet niemand. Zij is verdwenen – dat kan in het Midden-Oosten.

Haar liedje heette, althans zoals ik het vertaal Het rumoer van sterren. De stem van de zangeres heeft iets ouds, iets historisch. Alsof zo’n stem niet meer bestaat.

Het rumoer van sterren is een bijzonder liedje dat de afgelopen decennia door anderen is gezongen om Parvin, de verdwenen zangeres, te eren. Dit is bijvoorbeeld de laatste uitvoering, in Los Angeles:

Het zout der aarde

Dit muziekstuk heeft iets nostalgisch voor verliefden of voor mensen die iets, een land of een verleden, hebben verloren, maar het willen eren uit enthousiasme voor het leven.

Het liedje zegt: ‘Vannacht had ik in mijn hoofd een sjoer-i’. Sjoer betekent opwinding, enthousiasme, beroering, geestdrift. Maar ook ‘het zoutige’ van het zout, ooit de waarde aller waarden. Zout was de maatstaf om de waarde van iets te bepalen: Gij zijt het zout der aarde.

Het woord sjoer is het enthousiasme en geestdrift die beroering in het hoofd teweegbrengen. Kun je enthousiasme, beroering en geestdrift hebben? Ik probeer het nog een keer te vertalen:

Vannacht heb ik in mijn hoofd een geestdrift,
vannacht heb ik in mijn hart een licht.
Wederom ben ik vannacht hoog in de hemel,
waar mijn geheim met mijn sterren is.

Vannacht ben ik helemaal geestdrift en enthousiasme,
alsof ik weg ben van deze wereld.
Van vreugde krijg ik vleugels om naar de ruimte te vliegen,
waar ik het lied van het leven zing voor de houri en de koning.
In de hemelen veroorzaak ik rumoer,
waar ik uit de wijnkruik zal schenken
waar ik de wijnglazen zal breken.
(…)

Verachtelijk

Voor de koranische eeuwige maagden (houri) en de koning zingt zij het lied van het leven. Niet de dood maar een levendig liedje, wat een rumoer in de hemelen.

Zo ging het in mijn hoofd toen ik in Amsterdam naar Anne keek. Het leven, daar ging het om. Mensen die leven verachten en de dood verheerlijken zijn geen helden. Het zijn verachtelijke figuren.

Wie het leven verheerlijkt, maar het leven al dan niet vrijwillig geeft, is een eerzaam mens. Wij, de mensen, weten wat het leven is. Het leven is het zout van het zijn. Wij, alleen wij, de mensen, kunnen het navertellen.

Toen ik het prachtige commentaar van René van Rijckevorsel over de voorstelling Anne las, bekroop me een gevoel van schaamte: ‘Als na de laatste scène van Anne de panelen zich sluiten, voelt een applaus ongepast.’

Onbegrijpelijk

Inderdaad, waarom applaudisseerden wij? Deze legitieme vraag hield me een paar dagen bezig. Totdat ik de vraag anders stelde: waarvoor of voor wie applaudisseerden wij? Uit waardering voor de scriptschrijvers Leon de Winter en Jessica Durlacher? Nee, dat was ook toen niet het gevoel dat ons tot deze onbegrijpelijke daad had bewogen.

Eindelijk heb ik een antwoord op die ongemakkelijke vraag waarom ik applaudisseerde. Toen ik het liedje Het rumoer van sterren in het Nederlands had omgezet, wist ik het. Ik applaudisseerde voor het leven en voor Anne Frank.

Voor de geestdrift in haar hoofd, voor het licht in haar hart, voor de moed om in de hemelen rumoer te veroorzaken, en voor het geheim dat met de sterren wordt gedeeld. Het leven, Anne, heeft het kwaad, het duistere in onszelf, overwonnen. Zij leeft voort en gaat verder.

Rumoer van de sterren

De duistere fundamentalisten verspreiden al een paar eeuwen het gerucht dat de Joden bange, laffe mensen zijn omdat ze van het leven houden. ‘De Jood is bang voor het bloed’ zo luidt een passage uit de Perzische cultuur. Wat moet je dan, het leven verachten en bloed verheerlijken?

Wie het leven veracht en bloed verheerlijkt, zal eerloos en naamloos eindigen in bloed. Het leven verdient het rumoer van de sterren.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.