Arendo Joustra

Omroepen zijn verworden tot wezenloze clubjes met grote mond

Door Arendo Joustra - 28 april 2015

Al decennialang hotsen de publieke omroepen van de ene crisis naar de andere. De zeer eigensoortige en onafhankelijke omroepen van weleer zijn verworden tot organisaties met een grote mond die hun rekeningen door de overheid laten betalen.

Het marxisme kent het mooie begrip Verelendung. Dat betekent dat opeenvolgende crises als vanzelf tot een revolutie leiden. Gelukkig hebben de theorieën van Karl Marx zelden enige praktische betekenis.  Maar de publieke omroepen in Hilversum zijn hard op weg Marx z’n succesje te gunnen.

Al decennialang immers hotsen de publieke omroepen van de ene crisis naar de andere. Maken ze niet lawaaierig onderling ruzie, dan zijn we wel in gevecht met de politiek in Den Haag of met het bestuur van hun koepelorganisatie, de NPO.

Wezenloos

Voor de oorlog (die van ’40-’45) waren omroepen fraaie verenigingen van vrije burgers die niets, maar dan ook niets van overheidsbemoeienis wilden weten. En geld aannemen van de overheid was al helemaal uit den boze. Dat zou immers hun  onafhankelijkheid ondermijnen. Elke omroep wilde graag zijn eigen unieke identiteit bewaken.

Moet je nu eens zien. De verschillen tussen al die zogenaamd unieke clubjes zijn nauwelijks meer waarneembaar. Onlangs konden ze dan ook moeiteloos (uiteraard onder luid protest) paarsgewijs bij elkaar worden gevoegd tot wezenloze combinaties als BNN-VARA.

De zeer eigensoortige en onafhankelijke omroepen van voor de oorlog, zijn in 2015 verworden tot organisaties met een verschrikkelijk grote mond (Jan Slagter en zijn vrienden), die hun rekeningen onbeschaamd door de overheid laten betalen.

Maar ze doen nog steeds alsof ze zijn zoals toen en dulden eigenlijk niet dat hun koepel (de NPO) of de overheid (die betaalt) iets over ze te zeggen heeft.

Laat Marx eindelijk eens een keer gelijk krijgen.

Elsevier nummer 18, 2 mei 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.