Marijke Hilhorst

De felle strijd over oppassen op de kleinkinderen

Door Marijke Hilhorst - 28 augustus 2015

Het duurde een tijd voor ik door had in een schoolstrijd te zijn beland die met ongekende felheid in sommige families en in de media wordt gestreden.

Toen mijn nichtje Sara zwanger was, stelde ik haar voor om, als zij weer aan het werk ging, een dag in de week op het kindje te passen. Ik was en ben vereerd dat zij en haar man mij Roos, die 16 juli 2014 werd geboren, na vier maanden toevertrouwden. Niet veel later vertelde mijn petekind Anne, leeftijdgenoot en nichtje van Sara, zwanger te zijn.

Nou, riep ik direct enthousiast, dan pas ik toch op twee kindjes. En zo geschiedde. Half maart werd James geboren en sinds 22 juni wordt ook hij op maandagochtend bij mij gebracht. En het is net zo’n groot feest als het aanpoten is.

Er is een tweede bedje aangeschaft, de rode kringloop-kinderwagen die ik voor Roos op de kop tikte, schoof door naar mijn zus, de oma van James. Want ik ben moma, de maandag-oma, dus zelf kocht ik via Marktplaats een duo-wagen, want de maandag begint net als elke andere dag van de week met een fikse wandeling. De hond moet eruit en ik ook.

Antenne

Tijdens die wandelingen kreeg ik langzaam door dat er scholen bestaan in oppasbereidheid van grootouders, en dan vooral  in die van de oma’s. Ik kom er vrij veel tegen en net als motorrijders op de weg en zeilers op het water begroeten wij elkaar. Nou ja, ik moest er wel eerst een antenne voor ontwikkelen.

De parkmensen die ik al langer ken, zijn hondeneigenaren. Die maakten, toen ik plots achter een kinderwagen liep, flauwe grappen (de mannen), ze wierpen vertederde blikken op het slapende kindje (de meeste vrouwen). En een iemand vroeg zich af wat ik er in godsnaam aan vond, maar dat is dan ook iemand die toch al niet veel van mensen als soort moet hebben. ‘Geef mij maar dieren. Die liegen niet.’

Nou vond ik zelf ook heel lang dat kinderen pas leuk worden als ze konden praten, of liever nog lezen. Geen idee wanneer de omslag heeft plaatsgehad, maar op een dag betrapte ik mezelf erop ontroerd naar een pasgeboren kindje te kijken. Ik wilde het vasthouden, de Zwitsalgeur opsnuiven en blijven kijken hoe het sliep, geeuwde, een vuistje maakte.

Sinds ik achter de wagen loop, is mijn contactenveld in het park behoorlijk uitgebreid en spreek ik geregeld andere oma’s. De meesten passen net als ik structureel op. Net als ik genieten ze daar enorm van, al is het ook best een vermoeiend taakje en kom je aan weinig anders toe dan brood, bed en bad: flesjes maken, fruithapjes voeren, luiers verschonen, badderen, wandelen, ze in slaap zingen.

Staat tegenover dat je knuffels krijgt, kinderliedjes weer uit het geheugen tevoorschijn kruipen, je interessante verschillen in ontwikkeling waarneemt en er soms verrassende klanken door het huis klinken. Zo kan James (5 maanden) een onwaarschijnlijk hoog geluid maken waarvan ik de eerste keer dat hij het uitprobeerde, schrok. Hij hield die krijs behoorlijk lang vol om direct daaropvolgend een donkere keelklank te produceren die de indruk wekte dat hij werd gekeeld.

Verdediging

Hij lachte stil, breed en tandenloos naar me toen ik kwam aangesneld en sperde zijn ogen wijd open van verrukking. Roos (13 maanden) zegt nu de eerste serieuze woorden: ‘Aai’ bijvoorbeeld, wijzend op de hond. Ook prikt ze de voorgesneden stukjes boterham met appelstroop aan een roze plastic vorkje en brengt dat vrijwel feilloos naar haar mond.

Ik ontmoet ook oma’s die als ze over mijn vaste maandag horen in de verdediging schieten: ‘Ik heb direct gezegd dat ik me niet wil binden. Ik wil best een keertje oppassen, maar me niet vastleggen. Ik wil genieten, vrij zijn om te gaan en staan waar ik wil.’

Van mij mogen ze, al staat volgens mij oppassen genieten niet in de weg; integendeel. Als bijkomend voordeel ervaar ik dat het de verhouding met mijn zusjes, de twee echte oma’s, ten goede komt. Ik zou me anders in gesprekken over de kinderen buitengesloten voelen.

Op zoek naar cijfermateriaal stuitte ik op een discussie naar aanleiding van een opiniestuk bijna een jaar geleden in NRC Handelsblad met als kop: ‘Dump die kinderen niet altijd bij oma.’ Zo’n verontwaardigde oma had ik dus al eens ontmoet in het park.

Er volgden overigens naast veel bijval een verhaal van een vrouw die de weigering van haar moeder als een dolkstoot in de rug ervoer en getuigenissen van mensen die zich net als ik uitverkoren voelen.

Elsevier nummer 36, 5 september 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.