Gerry van der List

De onorthodoxe visie van rabbijn Tamarah Benima

Door Gerry van der List - 28 augustus 2015

De liberale rabbijn Tamarah Benima verkondigt een onorthodoxe visie op het geloof, die soms wel erg vrijblijvend aandoet.

Bij het woord ‘rabbijn’ rijst al snel het beeld op van een ernstig bebaarde man met een zwarte hoed die op strenge toon vertelt wat allemaal wel en niet mag volgens de talrijke regels van het jodendom.

Maar het joodse huis heeft verschillende kamers. Het liberale jodendom, dat zich in de negentiende eeuw ontwikkelde, gunt de gelovigen een grotere vrijheid om hun eigen weg te vinden en hecht meer waarde aan gelijke rechten. Zo kent het vrouwelijke rabbijnen.

Tamarah Maionah Benima is een van hen. Nadat de journalist in de jaren negentig zeven jaar lang hoofdredacteur was geweest van het Nieuw Israëlitisch Weekblad (NIW), volgde ze een rabbinale studie aan het liberaal-joodse Levisson Instituut die ze in 2008 afrondde.

Ze heeft haar onorthodoxe denkbeelden uitgedragen in tal van artikelen en columns. In 1999 mocht ze aanzitten in het tv-programma Zomergasten. Helaas trof ze Adriaan van Dis tegenover zich, een presentator die niet overloopt van belangstelling voor religieuze en spirituele zaken.

God

Haar grote kennis van het jodendom etaleert Benima in het boek Joodser dan dit krijgt u het niet (Prometheus Bert Bakker). Het is een bundeling van hoorcolleges die ze gaf in het Amsterdamse debatcentrum de Rode Hoed. Er valt veel van op te steken.

Tegelijkertijd is het goed te begrijpen dat conventionele lezers van het NIW zich vroeger aan haar opvattingen ergerden. Ze geeft hoog op van de waarde van de Joodse Beschaving (met hoofdletters), maar heeft niet zo veel op met traditionele geloofswaarheden en interpreteert deze op eigen wijze.

Zo is er de conceptie van God, vrij essentieel voor een godsdienst. Benima noemt Hem ‘een soort nul’. Nul is niks en nergens, het begrip heeft geen ruimtetijddimensie. Maar zonder nul is er geen wiskunde mogelijk. Zo’n nuchtere opvatting is iets heel anders dan het geloof van het uitverkoren volk in de Eeuwige die Mozes de Tien Geboden schonk.

Met de joodse heilige schriften springt Benima eveneens vrij en eigenzinnig om. Ze moet erkennen dat de Tenach (het Oude Testament) veel gruwelijks bevat. Geen nood. Je hoeft niet alles letterlijk te nemen. Je hoeft als jood eigenlijk helemaal niks, je kunt zelfs het atheïsme omarmen. Vrijblijvender dan dit krijgt u het niet.

Benima staat allesbehalve alleen. Een buitenstaander die met joden praat over hun religieuze praktijken en overtuigingen, wil nog weleens verrast zijn door het feit dat zij religieuze feesten vieren zonder de godsdienstige betekenis daarvan te accepteren.

Spiritueel picknicken

Het is een verschijnsel dat zich ook in het christendom voordoet. Er zijn theologen die betogen dat de hele Bijbel een soort sprookjesboek is en sommige dominees beweren zelfs dat God niet bestaat.

Zelf omschrijft Benima het mooi. Het axioma ‘God’ zegt veel joden niets meer, meent ze. Maar omdat zij niet echt afstand willen nemen van het geloof, gooien ze een kleed op het gras en gaan ze spiritueel picknicken met wat joods voedsel plus lekkernijen die ze elders hebben ingeslagen.

Zo ontstaat een religie à la carte. Iedereen mag zijn eigen menu samenstellen. Dit past bij de keuzevrijheid die moderne mensen zo belangrijk vinden. Maar het belijden van een godsdienst zonder God als uitgangspunt te nemen, blijft een vreemde zaak.

Elsevier nummer 36, 5 september 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.