cultuur

Politie en beveiliging blunderden bij roof Kunsthal

Door Anna Vossers - 08 augustus 2013

Bij de kunstroof in de Kunsthal in Rotterdam hebben politie en beveiliging flink geblunderd. Terwijl agenten en externe beveiligers al vijf minuten na het afgaan van het alarm arriveerden, hadden ze pas na vijf tot zes kwartier door dat er zeven schilderijen waren gestolen.

Dat blijkt uit het politieonderzoek van de Roemeense en Nederlandse politie, schrijft het Algemeen Dagblad donderdag. De beveiliging van de Kunsthal schiet al sinds de bouw in 1992 tekort, blijkt uit een brief van museumdirecteur Emily Ansenk. Na de roof zei zij nog dat de beveiliging van het expositiecentrum ‘state of the art’ was.

Gebreken

Al sinds de bouw zou er op de beveiliging van de Kunsthal zijn bezuinigd en zouden beveiligingsadviezen zijn genegeerd. Al in 2009 zou een beveiligingsgebrek zijn geconstateerd bij de achterdeur waardoor de dieven het museum betraden.

De diefstal van zeven schilderijen uit de Kunsthal ter waarde van bijna twintig miljoen euro, waaronder werken van Picasso en Gauguin, was de grootste kunstroof in Nederland van de afgelopen twee decennia.

Verbrand

Vijf verdachten komen volgende week voor de rechter in Boekarest. Donderdagmiddag presenteert het Roemeens Nationaal Historisch Museum een onderzoek naar de verfresten die in de kachel van de moeder van Radu D. zijn aangetroffen.

Uit het onderzoek zou blijken dat zeker drie of vier van de olieverfschilderijen in die kachel zijn verbrand, maar het is niet te zeggen of alle doeken vernietigd zijn. De gestolen Monets waren pasteltekeningen – als die in het vuur gegooid zijn, hoeven er geen resten van de werken te zijn overgebleven bij de verbranding. Bovendien zouden de gevonden verfresten in theorie van andere schilderijen kunnen zijn.

Het Algemeen Dagblad en NRC.nl maakten een reconstructie van de roof. Wat gebeurde er in de vroege ochtend van 16 oktober in de Kunsthal?

Tang

Uit het politieonderzoek blijkt dat de Roemeense verdachten Radu D. en Adrian P. in de nacht van 15 op 16 oktober kinderlijk eenvoudig konden inbreken. Met een tang forceerden zij de achterdeur. Daardoor ging niet alleen het inbraakalarm, maar ook het brandalarm af.

Op beveiligingsbeelden die de politie heeft vrijgegeven is te zien hoe de dieven om 3.16 uur de Kunsthal eenvoudig binnenlopen en in mum van tijd zeven kunstwerken uit het gebouw meenemen. Vervolgens sluiten ze de deur weer.

Achterbak

Om 3.19 uur hebben ze alle zeven schilderijen in een Peugeot 306 geladen met daarin verdachte Eugen D. achter het stuur. Als ze wegrijden komen ze snel politie tegen. De agenten, die geen idee hadden welke schatten er in de achterbak van de auto lagen, zouden volgens het Algemeen Dagblad zelfs nog naar de Roemenen hebben gezwaaid.

Om 3.21, vijf minuten na het afgaan van de alarmen, arriveren politie en beveiligers. Ze zien niet dat de deuren geforceerd zijn en dat er kunstwerken ontbreken. De politie verlaat het gebouw al snel weer.

Parkeerplaats

De beveiligers van de Kunsthal zijn intussen druk met het uitschakelen van de alarmen. Pas na vijf kwartier tot anderhalf uur realiseren zij zich dat de lege plekken aan de muur mogelijk wijzen op een kunstroof en bellen ze een Kunsthalmedewerker, die om 4.45 arriveert en de roof constateert. Pas dan begint het politieonderzoek, maar de daders zijn dan al lang niet meer bij hun buit.

In de tussentijd hebben de Roemenen namelijk de Peugeot, met daarin de doeken, op de Coolsingel geparkeerd. Daar hebben de werken nog urenlang onbeheerd gelegen. Pas de volgende ochtend brengen ze de schilderijen naar een appartement, om ze vanaf daar naar Roemenië te smokkelen.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.