cultuur

Recensie: Neelie. Brave meisjes schrijven zelden geschiedenis

Door Carla Joosten - 26 mei 2014

Neelie Kroes loopt al decennia mee in de politiek maar wie kent haar echt? Het heersende beeld van haar is oppervlakkig. Een vrouw die desnoods mensen laat vallen.

Dit artikel stond op 17 mei in weekblad Elsevier.

In Neelie. Brave meisjes schrijven zelden geschiedenis wordt het harde imago genuanceerd. Zo blijkt ze zich als pleegmoeder te hebben opgeworpen van het vriendje van haar zoon na het overlijden van diens ouders en ontfermde ze zich geregeld over hen die verguisd werden, zoals de gevallen CDA-leider Willem Aantjes.

Grappig is haar vriendschap met advocaat Oscar Hammerstein, met wie ze bijna dagelijks belt. Het meest bewondert Kroes de Italiaanse politica Rita Levi-Montalcini (1909-2012), die tot haar 103ste actief was. Dat belooft nog wat: de Europees Commissaris (72) gaat zelf ook graag door.

Auteur Alies Pegtel volgt niet louter de levensloop van de in Rotterdam geboren econoom en straatvechter, maar plaatst haar in haar tijd. Hoe tegen de komst van een jonge vrouw werd aangekeken in de gemeenteraad, de Kamer van Koophandel en de Tweede Kamer. Een moeder die fulltime werkte. Damesblad Margriet vond het zelfzuchtig. Dat ze privatiseringen door de Kamer joeg en de Oosterscheldekering onder haar gereedkwam, bood minder gespreksstof.

Kroes trok zich nooit iets aan van kritiek. Ging haar eigen weg, noodde de pers thuis om te tonen dat het best viel te combineren en trok man en kind mee in de publiciteit. In doen en laten een feminist, maar door uitspraken als ‘niet mekkeren, gewoon doen’ of ‘ik heb nergens last van gehad’ én haar smaakvolle kleren, leek ze dat juist niet.

Na haar ministerschap kreeg ze niet de gedroomde post in een raad van bestuur. Toen ze daarover klaagde en meer vrouwen aan de top bepleitte, werd ze als een bekeerling gezien. Pegtel bestrijdt dat en beschrijft hoe Kroes juist altijd de vrouwenzaak heeft bepleit en al in 1978 klaagde over kapitaalvernietiging omdat vrouwen niets met hun studie deden. Dat ze zich toch bekeerling liet noemen, komt volgens Pegtel door een karaktertrek die als een rode draad door het boek loopt: Kroes kijkt nooit achterom; zelfs foto’s verbrandde ze.

Het beeld dat ze een doener is, blijft overeind. Ze noemt zichzelf ondernemer-politicus. Kroes volgt haar eigen intuïtie. Zo is ze wel van de ‘blij dat ik rij-partij’ VVD, maar al vóór haar ministerschap voorspelt ze dat het verkeer zou vastlopen. De door haar bepleite spitsheffing blijft uit.

Gevechten met ambtenaren, het huwelijk met Bram Peper en affaires worden zorgvuldig belicht. In 1994 wil Nederland fregatten verkopen aan de Verenigde Arabische Emiraten. Bemiddelaar Kroes krijgt de schuld als de deal afketst. Een hoofdrolspeler onthult nu dat de Emiraten nooit fregatten hebben willen kopen.

Kroes’ Brusselse jaren krijgen serieuze aandacht, wat een gemis was in de in 2011 verschenen biografie Neelie Kroes. Pegtel beschrijft hoe ze tegen de Brusselse cultuur in informeel leiding geeft en haar staf in haar Wassenaarse villa ontvangt.

Haar levensverhaal, afgezet tegen het Nederland waar veel vrouwen parttime werken, biedt meer inzicht in de stand van de emancipatie dan een boek over vrouwengeschiedenis. Kroes werkte met tegenzin mee. Wie interesseert zich nou voor een boek over haar? Haar zoon Yvo: ‘Mijn moeder leidt het leven dat ze wil leiden.’ En: ‘Ze heeft altijd haar eigen keuzes gemaakt die ertoe hebben geleid dat ze de hele wereld kan opbellen en overal welkom is.’

Volg Carla Joosten in Brussel

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.