cultuur

‘Positiever dan Seth Gaaikema worden ze niet meer geboren’

Door Hugo Camps - 21 oktober 2014

Cabaretier Seth Gaaikema is dinsdag overleden. Hij had hartproblemen en overleed na een kort ziekbed in een ziekenhuis in Den Bosch. Gaaikema is 75 jaar geworden.

Hugo Camps interviewde Seth Gaaikema in 2006. Met Camps sprak Gaaikema over zijn carrière, de politiek en de staat van Nederland.

De afgelopen maanden heeft hij zijn hele carrière doorgespit voor een dvd-box. Vijfenveertig jaar cabaret, conferences, liedjes en verhalen, leut en ernst ingeblikt op vijf dvd’s. Een oeuvre als verschuivend tijdsbeeld. Seth Gaaikema is er wel een beetje trots op.

‘Het was heftig, je gaat toch door je hele privéleven. Al die mensen met wie je gewerkt, gelachen en gehuild hebt, komen weer even bij je langs. Je ziet je naast Joop den Uyl staan en hoort je zingen met de Blue Diamonds. Herinneringen aan de tijd van Tsjernobyl en perestrojka, aids en Europa, Theo van Gogh en Hirsi Ali, verstrooid in één mensenleven, komen voorbij. Ik zie tegen de dvd-uitreiking in Carré op als tegen een berg. Ik weet dat het goed afloopt, dat ik de juiste woorden zal vinden, precies zal zeggen wat iedereen verbindt. En toch slaap ik er nu ’s nachts niet van.

‘Onzekerheid leer je nooit af. Ik heb het ook voor mijn show. Om zeven uur ’s avonds denk ik altijd dat ik het niet kan. Als iemand ’s ochtends om half negen tegen me zegt dat hij die dag naar de voorstelling komt, antwoord ik: “Alsjeblieft, kom niet. Het wordt helemaal niks.” Zo was het altijd, zo is het nog steeds. Twijfel is een soevereine sluipmoordenaar.’

Podium

Cabaretier Seth Gaaikema mag nochtans niet klagen. Hij woont in een schitterende boerderij in Schijndel, met weidse velden voor en weilanden achter het huis. In een stilte van Samuel Beckett: de stilte van een enclave. Op zijn 67ste staat hij nog steeds op het podium met zijn eigen theatershow Als ’t effe kan.

Tot eind december toert hij door het land. Nog even gedreven als dertig jaar geleden, zij het nu meer verinnerlijkt. De stiltes in de zaal zijn langer geworden. ‘Ik ben een schrijver die geleerd heeft performer te zijn.’

Hij is gelukkig met zijn vriend Peter, al 25 jaar. Toch, taal is zijn grote liefde. Gaaikema heeft prachtige vertalingen gemaakt van musicals en operettes. Hij beitelt het Nederlands tot emoties onder de huid. Zo pas is de operette La vie parisienne van Jacques Offenbach in première gegaan. Teksten: Seth Gaaikema. De kranten waren lovend.

‘We willen in Nederland de operette terugbrengen. Ik denk dat er nog steeds een groot operettepubliek is, maar dan wel voor operette-nieuwe stijl. Operette met onderstromen. Ik heb La vie parisienne een paar jaar in de tijd verplaatst naar de vooravond van de Frans-Duitse oorlog om de decadente sfeer een ondertoon van dreiging te geven. Het libretto moest ingrijpend bewerkt worden.

‘Deze maand wordt voor de vijfde keer de musical My fair lady in Nederland opgevoerd. Ik heb hem in 1960 mogen vertalen als jongetje van 19. Vanuit het niets kwam die opdracht naar me toe. Wim Sonneveld speelde toen de rol van professor Higgins. De hoofdrol wordt nu vertolkt door Tom Hoffman. De voorstelling is fris en nieuw gemaakt, maar de vertaling staat nog steeds overeind.’

Kuifje

Zelf heeft hij ook een musical geschreven: Kuifje. ‘De musical heb ik samen met componist Dirk Brossé geschreven. Hij heeft vijf maanden in Antwerpen gestaan, uitverkocht. Ik heb eindeloos zitten zeuren om Kuifje ook naar Nederland te brengen. Het is gelukt: op 22 mei 2007 kan Nederland kennismaken met deze door mij geschreven musical. Ik kijk er verschrikkelijk naar uit. Kuifje was niet de makkelijkste musical om te schrijven. De plaatjes van Hergé zijn allemaal zo koel, zo exact. De wegen zijn precies nagetekend, nergens een lijntje te veel. Eerst dacht ik: daar is geen emotie in te krijgen. Maar toen nam ik kennis van de schetsen van Hergé en zag ik de chaos van honderden streepjes. In die schetsen lag zijn emotie.

‘Ik ben zeer benieuwd hoe Nederland straks op Kuifje reageert. In elk geval is hij helemaal van deze tijd. Kuifje surft live over de hele wereld. Hij is een pre-internetter. Hij gaat overal heen, wil alles weten. En het goeie aan hem is dat hij nog steeds denkt dat er aan de wereld iets te doen is. Die enorme vitaliteit vind je in de musical terug.’

Dat Nederland zo massaal in de ban van de musical is, kan hij wel verklaren. ‘De maatschappij is op dit ogenblik een draaikolk van valse emoties en leugens. Alles wat zich in de media openbaart, is leugen en commercie. Het is nooit helemaal waar, het is altijd berekenend, er zit altijd een draai in waardoor het niet klopt. Mensen voelen dat. In de musical kan iedereen nog met het verhaal meegaan. Meegaan in een spannend verhaal, meegaan in een sprookje, dat verlangen lééft. Je ziet het ook bij films als Harry Potter. Eigenlijk keren we terug naar de Middeleeuwen toen er nog geen schrift was, maar wel veel verhalen en auditieve poëzie.

Huilen

‘Er is in deze tijd een grote behoefte aan romantiek. In de kakofonie van leugen en berekening en van godsdiensten die zo dwingend en primitief zijn geworden, biedt het romantische verhaal een houvast. Ook daarom denk ik dat componisten van operettes met hun prachtige melodieën een grote toekomst hebben. Shakespeare was natuurlijk ook alleen maar een verhalenman. Nee, emo-televisie, waar ze mensen bij elkaar brengen die elkaar jaren niet hebben gezien, neemt de kilte niet weg. Iedereen moet huilen. Zum kotzen. Je huilt niet om jezelf of om degene van wie je houdt, je huilt omdat de tranen je worden geleverd. Valser kan niet.’

De cabaretier wil niet meegaan in het vooroordeel dat Nederland de laatste jaren een ander land is geworden, een land met ander licht. Zo is het niet.

‘Nederland is niet zo veranderd als wordt gezegd. Omdat de media nu zo’n gigantische rol spelen, is er een vertekend beeld van Nederland ontstaan. Als je in dit land iets anders wilt dan anderen, kan dat. De basis is nog steeds tolerantie. Het zijn zware tijden, maar we zijn in Nederland nog net zo tolerant als vroeger. We blijven een land van vrijdenkers. Persoonlijkheden geven de toon aan en natuurlijk wandelt de massa er achteraan. Nederland kent geen democratisch deficit. Zie ons koningshuis. De Oranjes hebben lang moeten wachten om koning te worden. En ze moeten het koningshuis elke dag weer verdienen. Het democratisch vrijdenkersgevoel is niet stuk te krijgen.

Killer

‘Kilte, angst? Het valt wel mee. In de Middeleeuwen zaten de mensen uit angst in de kerk. Ik vind de wereld nog steeds warmer dan de eerste vijf jaar van mijn leven. Toen mannen in groene jassen voorbijkwamen. Wat veranderd is, is de hetze van de beeldcultuur. Wij luisterden vroeger naar een stem. Het woord hoorde bij een persoonlijkheid. Iedereen kijkt nu en kijken is killer dan luisteren. In de totale computergekte zijn we bezig onze roots door te snijden. Mijn pianist van 26 leeft anders dan ik. Hij zit al half op een nieuwe planeet waar de wetten van de visualisering en de computerisering gelden. Ik, auditieveling, zit in de overgang.

‘Opeens wordt ons gezegd dat we met zijn allen het boek Dubbelspel moeten lezen. Dat zou dan een gevoel van verbondenheid geven. Van zo’n krankzinnige gedachte gruw ik. Ik kan blij zijn als ik iemand tegenkom die nog gereformeerd, socialist of communist is. Dan praat je tenminste met iemand die een achtergrond heeft en ergens vandaan komt.’

Politiek

De politiek ligt achter hem. ‘In 1982 interviewde ik in de Ridderzaal Joop den Uyl en Ruud Lubbers. Er is sindsdien geen fluit veranderd. De politiek blijft hangen in compromissen. Ik heb in mijn laatste shows gekozen voor de emotie. Dieper, feller. Ik ben meer dichter geworden, meer entertainer van het menselijke gemoed dan van de politiek.

‘Jan Peter Balkenende doet me denken aan koningin Juliana. Ze stond altijd slecht op de foto, kwam niet goed over, maar ze was en bleef waanzinnig populair. Niemand zal zeggen dat Balkenende onbetrouwbaar is. Hij kan het niet overbrengen, lacht op de verkeerde momenten, is te professoraal, maar een persoonlijkheid is hij wel. Een nieuw soort persoonlijkheid, die haaks staat op de media.

‘Als je naar de dvd-box Seth compleet kijkt, zie je op oudejaarsavond van 1969 een heel jonge Cruijff in het publiek. Twee jaar later zie je Pieter van Vollenhoven pianospelen. Een lid van het Koninklijk Huis dat in een show pianospeelt, was toen een schok. In 1969 was er de maanlanding. In Amsterdam was het probleem: van wie is de Dam, van de hippies of van het verzet? Het grote voetbaljaar 1988 passeert. De moslims ontbreken ook niet. Omdat ik niet een ik-kunstenaar, maar meer een wij-kunstenaar ben, gaat het altijd over: wat gebeurt er met ons, wat gebeurt er met Nederland? Vanuit dat verschuivende tijdsbeeld zeg ik nu: de grote thema’s zijn dezelfde gebleven. Spelers en omstandigheden veranderen, de grote vragen niet.’

Boodschap

Positiever dan Seth Gaaikema worden ze niet meer geboren, de mannen van amusement en theater.

‘Ik ben nooit een aanklager geweest. Mijn boodschap aan de zaal is: dames en heren, het zit zo in elkaar, en stink er niet in. Ik accepteer de wereld zoals hij is. Dat is me door de strot geduwd in de oorlog. Van bieten werd suiker gemaakt. Er waren geen luchtbanden voor de fiets. Zo was het, punt uit. Na vijf jaar werd het beter, sloegen de mensen elkaar niet meer dood en had je weer gewone suiker. In de oorlog leer je praktisch zijn: vier boterhammen smeren met één blokje boter. Bij de derde boterham kon het misgaan. Ik ben gevoeliger voor de kwetsbaarheid van mensen. Dat kan mij zeer ontroeren. Er hoeft maar een draadje in je hoofd te knappen, en alle mooie kansen in het leven zijn weg. In mijn shows zeg ik tegen de zaal: pak het leven, maak er iets van. Het zal wel prekerig zijn, maar dat zit in mijn genen. Ik stuur de mensen positief naar huis, ik kan niet anders.’

Op zijn 62ste kreeg de schrijver en cabaretier een hartinfarct. Eerder was hij zijn stem helemaal kwijt. Beide keren dacht hij: nou, dat is het dan. Elke zweem van larmoyantheid wees hij af.

‘Ik bleef praktisch. Met een infarct is het of in de kist, of niet in de kist. De strijd tegen de ziekte is oninteressant. Het hart is een loodgieterszaak. Ik heb niets met patiëntengedoe. Ik vecht voor een operette, niet voor mijn hart. Het resultaat was wel dat ik de prioriteiten scherper ben gaan stellen. Dat de onzin is afgegooid.

‘Ik lag in het ziekenhuis en mijn vader van 91 bracht mij een bezoek. Hij had twee foto’s bij zich, een van mij en mijn vader en een van Peter en mijn vader. Op de achterkant van de eerste foto schreef hij: “We gaan rustig verder.” De foto van hem en Peter werd opgeluisterd met het zinnetje: “Mijn zoon Peter”. Toen ik het las, voelde ik hoe ik naar beterschap schoot. Het was als een injectie.

‘Het hart herstelde, maar mijn stem bleef weg. Op een dag zei Dirk Brossé: “Seth, in België is een vrouw, die opereert stemmen en ze zingt zelf.” Het laatste gaf me vertrouwen. Een vrouw die zingt, weet wat een stem is. Mijn stem werd gerepareerd. De chirurg kwam er achter dat ik een verlamde stemband had. Die heb ik waarschijnlijk altijd gehad. Door de ouderdom was mijn goede stemband slap geworden. Zij spoot er wat siliconen in en ik had mijn stem terug. Voor iemand die zijn leven lang voor een zaal heeft gestaan, was dat een onbeschrijfelijk geluk. Niet dat ik zelfmoord zou hebben gepleegd als mijn stem was weggebleven.

Koffer

‘Ik denk vaak terug aan de avond voordat mijn ouders drie weken op vakantie zouden gaan. Mijn moeder had de koffer mooi geschikt: voor elke dag een jurkje. Laat op de avond kwam mijn vader binnen. Hij zei: “Het spijt me, de vakantie gaat niet door.” Mijn moeder sloeg de koffer dicht met de onsterfelijke zin: “Nou, dan heb ik het verheugen toch gehad.”

Hij schreef teksten voor Wim Kan en vele anderen. ‘Ik keek altijd of er op het toneel spettertjes uit de mond van Wim Kan kwamen. Als dat het geval was, wist ik dat het een mooie voorstelling zou worden.’ Seth Gaaiekema wil nog tot zijn 70ste doorgaan met zijn one-man-show. Niet dat hij nog veel heeft te bewijzen. ‘Zoals je van Toon Hermans wist dat hij uit Limburg kwam en van Wim Kan dat hij van Scheveningen was, weet iedereen van mij dat ik uit het Noorden kom en dat mijn ouders dominees waren. Ik ben een stukje meubilair van Nederland.

‘Ja, ik heb stormen van kritiek over me heen gehad. Er zijn tijden geweest dat ik totaal uit was, zoals Toon Hermans ook is overkomen. Na een slech–te kritiek deed ik altijd alsof de recensent naast me in de auto zat. Met een batterij aan argumenten weerlegde ik dan zijn kritiek. Beschadigd? Iedereen wordt in het leven beschadigd. Daar word je mooier van. Natuurlijk ben ik beschadigd, de vraag is wat je ermee doet. Als je naar een schilderij van Rembrandt kijkt, zie je alleen maar oude, beschadigde koppen. Wel beeldschoon. Het leven beschadigt, maar onherstelbaar beschadigd ben ik niet. Ik ben een enorme Elsschot-fan. Die man was beschadigd. Wat dacht u van Maria Callas, die in totale eenzaamheid is gestorven. Een bepaalde genialiteit kan zéér ongelukkig maken. Ik houd van mijn vriend en ik houd van mijn zusje. Ik heb weinig te klagen. Geef me een stukje blauw en ik maak er een hemel van.

Schoonheid

Het calvinisme ten spijt mag je zeggen dat Seth Gaaikema meer latino dan Hollander is.

‘Mijn grootvader was een Armeniër. Ik ben voor een kwart Armeens, dat zie je ook aan mijn krullen. Het is geen toeval dat ik in Brabant woon. Hier weten ze wat een mooie wijn is. Dat weten ze in Groningen en in de Randstad niet. Daar heerst de filosofie van goed of slecht. In het theater wordt gelukkig in andere categorieën gedacht, in de categorie mooi of lelijk. Nederlanders zijn morsig, ja. Schoonheid moet je opzoeken.

‘Ik kan niet zeggen dat de canon mij ontroerd heeft. Hij heeft mij niet het gevoel van Nederlanderschap gegeven. De canon is niet trots genoeg. Dat mag ook niet in Nederland. De hoogmoed van de nederigheid zit in het volk. Wat goed is, komt altijd van de medewerkers, van het team. Je mag hier nooit eens zeggen: dit heb ik gedaan.’

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.