#American Dreamers

Een heerlijke feel-goodfilm over racisme

Door Diederik van Hoogstraten - 08 februari 2019

Viggo Mortensen is een van de sterren in Oscar-kandidaat Green Book. ‘Je komt de bioscoop uit en je voelt je anders, positiever en hoopvol.’

Films over racisme kennen we. Maar een diepgaande, historisch accurate, lekkere feel-good movie over dit beladen thema? Dat is Green Book: drievoudig Golden Globe-winnaar en genomineerd voor vijf Oscars, waaronder beste film en de hoofdprijzen voor de twee acteurs, Viggo Mortensen en Mahershala Ali.

AmericanDreamersMeld je hier gratis aan voor de Amerika Update, de wekelijkse nieuwsbrief met de laatste ontwikkelingen over de Verenigde Staten. Elke vrijdag in je mailbox.

Zo zeldzaam als het is: de film is een lieveling van Hollywood én van bioscoopgangers. Het budget van 23 miljoen dollar is al bijna drie keer terugverdiend, nog voordat de film buiten de Verenigde Staten is vertoond.

‘Huidskleur maakt niets uit’

Hoe is dat gelukt, ook nog eens onder toezicht van regisseur en scenarioschrijver Peter Farrelly, bekend van flauwe comedy’s als Hall Pass (2011)? Zelf vader van een volwassen zoon beantwoordt hoofdrolspeler Viggo Mortensen (60) die vraag met een anekdote over peuters.

‘Kinderen van twee, drie jaar oud spelen samen. Huidskleur maakt niks uit,’ zegt de half-Deense Mortensen tijdens een persontmoeting in Los Angeles. ‘En dan leren ze dat er een verschil is, dat het problematisch is. Maar hopelijk komt er een moment dat ze opnieuw leren dat het niks uitmaakt. Dat het oppervlakkig is en dat we allemaal mens zijn.’

Inside Hollywood Diederik van Hoogstraten (1969) is lid van de Hollywood Foreign Press Association in Hollywood en stemt voor de Golden Globes. Hij bespreekt op deze plek elke week nieuwe films en series.

Nu komt hij op Green Book: ‘Verhalen als dit kunnen laten zien dat het “opnieuw leren” echt mogelijk is.’

Klagen over een ‘clichématig’ verhaal

In de film komen de zwarte topmuzikant Don Shirley (een schitterende rol van Ali, van Moonlight) en de blanke uitsmijter Tony Vallelonga, beter bekend als Tony Lip (Mortensen), elkaar tegen als Shirley een chauffeur annex bewaker zoekt. Het zijn de jaren zestig. In New York, waar beiden wonen, heeft Shirley nergens last van. Maar voor een tournee naar het dan nog gesegregeerde en diep-racistische zuiden heeft hij hulp nodig. Zo besluit het wonderlijke duo om een maandenlange, spannende, soms hilarische road trip te ondernemen, een reis die de film tot in alle finesses in beeld brengt. De muziek in de film van componist Kris Bowers is bovendien aanstekelijk jazzy: alsof we erbij zijn tijdens de – vaak beladen – concerten.

De film brengt in beeld dat verzoening mogelijk is. Tussen blank en zwart, maar ook tussen mannen uit extreem verschillende klassen. Sommig critici in de Verenigde Staten klagen over een ‘clichématig’ verhaal. Te weinig interraciaal conflict, te veel ‘feel good’. Het sterkste tegenargument is natuurlijk dat dit een waargebeurd verhaal is – en ook nog een opbeurend verhaal.

Links – vooral in Hollywood en Washington

–  is vol van ‘identiteitspolitiek’

Maar de diepere reden dat recensenten met ergernis reageren, ‘houdt verband met een hedendaags fenomeen in de Amerikaanse cultuur en politiek. Links

– vooral in Hollywood en Washington – is vol van ‘identiteitspolitiek’ en intersectionality: de theorie dat groepsidentiteit boven individuele waarde gaat. En dat iemands rechten kunnen worden afgeleid van de mate waarin de groep slachtoffer was: de zwarte vrouw heeft per definitie meer recht van spreken dan de Zuid-Amerikaanse man, los van hun persoonlijke ervaringen en opvattingen.

Dit verhaal trekt zich niets aan van die nonsens. Het is een sterk verhaal over individuen die de slachtofferrol juist afwijzen. De oer-Amerikaanse can-do-houding van deze mannen is inspirerend. Zij vertrouwen op hun eigen instincten, en op elkaar. Zo slagen ze erin om zich te bevrijden van hun vaak benauwende groepsidentiteiten. In progressieve kringen is die zelfredzaamheid niet langer salonfähig.

De filmmakers zijn van alle kanten aangevallen. Zodra Green Book de Golden Globe won voor beste comedy, doken er negatieve artikelen op over Farrelly en Nick Vallelonga, de zoon van Tony Lip en tevens mede-scenarist. Ook de familie van de in 2103 overleden Shirley had plotseling moeite met de film. In Hollywood is bekend dat marketing – en publiciteitsteams van concurrerende filmstudio’s dat slechte nieuws verspreiden, om zo het succes van de film te ondermijnen. Tot nu toe zonder resultaat: de film is een genot voor de kijker en wint alle prijzen van de diverse groepen in de filmbranche.

Positief en hoopvol

Green Book  ‘wil niemand opleggen hoe je je moet voelen of denken’, zegt Mortensen. ‘Het is niet bedoeld voor een bepaalde groep. We willen niet voor eigen parochie preken.’ Zonder het met zo veel woorden te zeggen, gaat hij – een progressief die de socialist Bernie Sanders heeft ondersteund – dwars tegen het modern-linkse identiteitsdenken in.

‘Het is een geweldig verhaal over twee mensen die echt hebben bestaan. Je komt de bioscoop uit en je voelt je anders, positiever en hoopvoller over het verschil dat we als individuen kunnen maken. Je ziet dat niet zo vaak meer. Alleen al daarom is dit een waardevolle film.’

Green Book is nu te zien in de bioscoop

 

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.