Robbert de Witt

Waarom hoofddoek in het Congres blijkbaar geen probleem is

Door Robbert de Witt - 07 februari 2019

Zonder slag of stoot zijn de regels gewijzigd, waardoor de eerste twee moslima’s in het Huis van Afgevaardigden er hun hoofddoek mogen blijven dragen.

De Amerikanen beoordelen hen liever op hun standpunten dan op hun geloofsovertuiging, schrijft Robbert de Witt.

Al ruim zeventien jaar voordat onlangs twee moslima’s werden verkozen tot het Huis van Afgevaardigden, werd de islamitische hoofddoek er voor het eerst gedragen. Dat gebeurde kort na de terreuraanval door Al-Qa’ida in september 2001. Carolyn Maloney, de Democratische Afgevaardigde uit de staat New York, droeg in oktober van dat jaar – ‘toen de ruïnes van de Twin Towers nog smeulden,’ schrijft Foreign Policy – een blauwkleurige burqa. Ook uit overtuiging, maar dan wel tegengesteld: Maloney wilde de vrouwen in het Congres aansporen een oorlog tegen de moslimextremistische Taliban in Afghanistan te steunen. Zij deed dit door te laten zien hoe benauwend (‘Ik kan amper ademhalen’) en vrouwonderdrukkend dit religieuze gewaad is.

Haar partij heeft in korte tijd een lange weg afgelegd. Begin dit jaar zijn de regels van het Huis van Afgevaardigden zo aangepast, dat het 181 jaar oude verbod op hoofddeksels is opgeheven. Een algemene maatregel, maar bedoeld om de twee moslima’s in het Congres tegemoet te komen. Want onder luid applaus van links Amerika (én links Europa) zijn op 4 november 2018 bij de midterms, de tussentijdse verkiezingen voor het Congres, voor het eerst twee vrouwen die de islam aanhangen verkozen tot het Huis van Afgevaardigden: Ilhan Omar (Democraat uit Minnesota) en Rashida Tlaib (Democraat uit Michigan).

Omar legde direct een niet mis te verstane verklaring af: zij was van plan om, tegen de regels in, haar hoofddoek te blijven dragen in het Huis van Afgevaardigden. ‘Niemand zegt dat ik een hoofddoek moet dragen, behalve ikzelf. Het is mijn keuze – en die wordt beschermd door het Eerste Amendement van de Grondwet,’ twitterde zij onmiddellijk na haar verkiezing.

Het verbod uit 1837 ging niet om de scheiding tussen kerk en staat

In het Capitool mochten tot vorige maand wel hoofddeksels worden gedragen, maar niet in het Huis van Afgevaardigden, dat zich in dit gebouw bevindt. Deze regel is ingesteld in 1837, na verscheidene mislukte pogingen. Die strijd ging niet om de scheiding tussen kerk en staat – daar hebben Amerikanen, getuige de gebruikelijke verwijzingen van politici naar God, weinig moeite mee. Nee, de gewoonte een hoge hoed te dragen, maakte volgens tegenstanders het debat in het Huis moeilijk te volgen. Het zicht op de sprekers werd belemmerd, en de hoofddeksels zorgden voor een slechte akoestiek.

Zonder slag of stoot werd dit verbod bij het aantreden van het nieuwe Huis van Afgevaardigden op 3 januari dit jaar opgeheven. De wet schrijft voor dat de meerderheidspartij de gedragsregels in het Huis mag bepalen, en dat is sinds de tussentijdse verkiezingen van november 2018 de Democratische Partij. Democratisch leider in het Huis van Afgevaardigden Nancy Pelosi omarmde Omars voorstel, en de rest is Amerikaanse geschiedenis.

Je zou verwachten dat het bij christelijk rechts, die in Europa nogal eens worden afgeschilderd als radicaal en achterlijk, tot grote woede en verontwaardiging zou leiden. Alleen op Twitter is flink gescholden, maar daar bleef het wel bij. Tekenend was dat presidentsdochter Ivanka Trump Omars strijd tegen het hoofddekselverbod steunde.

Omar liet haar controversiële tweet gewoon staan

Dat betekent niet dat de intrede van Omar in het Huis onopgemerkt is gebleven. Vooral haar pro-Palestijnse uitlatingen zijn breed uitgemeten in de pers. En niet alleen in de rechtse pers, want een pro-Israëlische houding is in de Verenigde Staten gemeengoed bij Republikeinen én Democraten.

Een tweet waarin Omar aan Allah vraagt om mensen te helpen ontwaken, zodat zij zien wat Israël allemaal voor kwaads uitricht in de wereld, werd al snel opgeduikeld. Dat berichtje was weliswaar geschreven in 2010, maar politici die inmiddels niet meer achter hun oude standpunt staan – of dat willen doen geloven – verwijderen zo’n controversiële tweet meestal. En dat deed Omar dus nadrukkelijk niet.

Zo lag Omar onder vuur vanwege haar steun voor de anti-Israël-beweging BDS, die oproept tot een algehele boycot van het land. Daarmee staat de Amerikaans-Somalische ook nadrukkelijk links van het standpunt van haar partij. Veel partijgenoten zagen zich genoodzaakt afstand te nemen van Omars vermeende denkbeelden over de Amerikaanse bondgenoot Israël. Zelf twitterde Omar dat zij en Tlaib hun hele politieke leven hebben gevochten tegen antisemitisme en dat zij dit zullen blijven doen. Geconfronteerd door een CNN-verslaggever met haar steun voor de BDS-beweging, liep Omar daags na haar intrede in het Huis weg zonder te antwoorden.

De omgang met Afgevaardigde Omar laat zien dat er blijkbaar weinig weerstand is tegen de persoonlijke levensovertuiging van volksvertegenwoordigers en hun wens om die te tonen. Maar op inhoudelijke, beleidsmatige standpunten worden zij wél aangevallen. Mooi is dat.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren
Bij het plaatsen van een reactie geldt een aantal voorwaarden. Klik hier voor de voorwaarden.