Regeerakkoord

Geen ‘vlaktaks’ voor AOW’ers

Door Richard van Boven - 16 oktober 2017

In het regeerakkoord wordt terloops opgemerkt dat er voor AOW’ers geen twee, maar drie tariefschijven komen. Een verdere toelichting wordt niet gegeven, dus wat betekent dit nu?

De maatregelen in het regeerakkoord moeten nog verder worden uitgewerkt, dus  ontbreekt op veel plaatsen een toelichting. Een aparte, derde schijf voor AOW’ers is nodig om te voorkomen dat deze groep opeens zwaarder wordt belast.

Nieuw:
Meld u hier gratis aan voor de Elsevier Weekblad Belasting Update, de gratis wekelijkse nieuwsbrief met het laatste fiscale nieuws, analyses, achtergronden en commentaren. Elke vrijdag in uw digitale brievenbus.

Derde tariefschijf

Het regeerakkoord bespreekt vooral de situatie van werkenden en noemt daarom maar twee tariefschijven: 36,93 procent tot en met 68.600 euro en 49,50 procent vanaf 68.601 euro.

AOW’ers betalen geen AOW-premie, daarom is de heffing voor hen 17,90 procent lager in de huidige eerste en tweede schijf. Uit gegevens van het CBS blijkt dat er in 2016 ongeveer 2,5 miljoen AOW’ers in de eerste twee belastingschijven vielen.

Dit verschil moet ook in het nieuwe systeem terugkomen. Er moet dan voor AOW’ers een aparte eerste schijf worden ingevoerd met een tarief van 19,03 procent (36,93 min 17,90). De tweede en derde schijf hebben hetzelfde tarief als voor werkenden, namelijk 36,93 en 49,5 procent.

Einde eerste tariefschijf

Een aparte tariefschijf voor AOW’ers is zinloos als er geen bijbehorende inkomensgrens wordt vastgesteld. De grens voor het toptarief van 68.600 euro ligt iets hoger dan die in het Belastingplan 2018 (BP 2018), dus de bedragen uit het BP 2018 geven een indicatie voor de nieuwe grens.

Maar die grens tussen de eerste en de tweede schijf is afhankelijk van de leeftijd van de gepensioneerde. Jongere gepensioneerden betalen door de zogeheten houdbaarheidsbijdrage iets meer belasting dan oudere gepensioneerden.

Het regeerakkoord zegt niets over afschaffing van die houdbaarheidsbijdrage, die zal dus waarschijnlijk blijven bestaan. De houdbaarheidsbijdrage, ook wel de Bosbelasting genoemd, is ingevoerd vanaf 1 januari 2011.

Deze extra heffing is bedoeld om de AOW betaalbaar te houden, vandaar ook de naam houdbaarheidsbijdrage. In 2017 levert deze heffing ongeveer 25 miljoen euro op.

Twee inkomensgrenzen

Door de houdbaarheidsbijdrage gaan er voor AOW’ers twee inkomensgrenzen gelden tussen hun nieuwe eerste en hun nieuwe tweede schijf, afhankelijk van de geboortedatum.

Op basis van de cijfers in het BP 2018 zou de nieuwe inkomensgrens tot ongeveer 34.450 euro lopen voor AOW’ers die zijn geboren vóór 1 januari 1946. De AOW’ers die op of na 1 januari 1946 zijn geboren, zouden vanaf een inkomen van ongeveer 34.000 euro in de tweede schijf van 36,93 procent vallen.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.