economie

AFM-bestuur krijgt ondanks alles nieuwe kans van Rosenmöller

Door Joris Heijn - 29 juni 2016

Het bestuur van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) hoeft niet af te treden, ondanks alle fouten die zijn gemaakt in het toezicht op het derivatendossier. De voorzitter van de Raad van Toezicht, oud-GroenLinksleider Paul Rosenmöller, behoudt het vertrouwen in het bestuur, ook nadat een extern onderzoek heeft uitgewezen dat de AFM fout-op-fout stapelde.

De AFM constateerde enkele jaren geleden dat banken fouten hadden gemaakt bij het verkopen van duizende rentederivaten aan kleine en middelgrote ondernemingen. Duizenden ondernemers zijn daarvan de dupe.

Compensatie

De banken moesten daarom van de AFM kijken of ondernemers gecompenseerd moesten worden. De AFM moest in de gaten houden of de banken het compenseren wel goed deden en constateerde lange tijd dat alles prima in orde was. Maar eind vorig jaar kwam de financieel toezichthouder er achter dat de banken eigenlijk helemaal niet deden wat ze moesten doen. Ondernemers kregen veel te weinig compensatie.

De financieel toezichthouder gaf in december al toe dat ze grote fouten heeft gemaakt in het toezicht houden op de banken op dit dossier, maar uit het onderzoeksrapport wordt pijnlijk duidelijk hoeveel fouten de AFM heeft gemaakt. Zo werden de toezichthouders op het dossier niet gekozen op basis van ‘geschiktheid’, maar op basis van ‘beschikbaarheid’. Er waren veel te weinig mensen vrij gemaakt. En de mensen die wel aan het project werkten, deden dat parttime en verdwenen vaak na een halfjaar weer. Een aantal medewerkers durfde geen kritiek te uiten op de gang van zaken bij de AFM ‘omdat ze vrezen dat het melden van hun zorgen een negatief effect zal hebben op de beoordeling van hun persoonlijk functioneren.’

Niet op orde

Ironisch is ook dat de AFM ABN Amro een boete oplegde omdat er allerlei gaten zaten in de dossiers die zij moesten bijhouden van klanten met een rentederivaat. Uit het externe onderzoek blijkt nu dat de AFM haar eigen dossiers zelf ook niet op orde had.

Ook had de AFM onderschat wat voor weerstand ze zouden oproepen bij de banken door te zeggen dat deze ondernemers moesten compenseren. De jonge werknemers van de AFM werden bij gesprekken met de bank vaak weggeblazen door zeer ervaren juristen die de banken op dit dossier had gezet. Ook ervoeren AFM’ers ‘weerstand’ van de banken om mee te werken aan de wensen van de toezichthouder. Banken hadden namelijk door dat de AFM naar de letter van de wet weinig mogelijkheden had om in te grijpen en dat de AFM zich daarmee op glad ijs bevond door wel degelijk compensatie te eisen.

Wet van Murphy

De externe onderzoekers zeggen dat zij geen aanleiding hebben om te denken dat de AFM dergelijke fouten ook op andere gebieden maakt. Dat, in combinatie met het feit dat het AFM-bestuur al langere tijd bezig is met het doorvoeren van verbeteringen, gaf voor Rosenmöller en zijn medetoezichthouders de doorslag om het bestuur te laten zitten. Hij erkende dat ‘de wet van Murphy’ op dit dossier van toepassing pas: alles wat mis kon gaan, ging mis.

AFM-bestuurder Femke de Vries zei ‘absoluut te balen’ dat ondernemers de dupe zijn van het feit dat de compensatie, mede door het falen van de AFM, zo lang op zich laat wachten. ‘Maar het is primair de verantwoordelijkheid van de banken zelf om klanten te compenseren als zij een product verkopen dat niet geschikt is. Dat is niet de schuld van de toezichthouder.’

 

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.