economie

Moeilijk uit de bijstand: helft wil of kan niet werken

Door Emile Kossen - 16 juni 2016

Van de ruim 450.000 Nederlanders die in de bijstand zitten, kan of wil bijna de helft geen betaalde baan aannemen. Ziekte wordt het vaakst genoemd als reden. Ondertussen neemt het aantal bijstandtrekkers enkel toe.

Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) voerde een onderzoek uit onder de 1,2 miljoen Nederlanders die in 2014 een uitkering ontvingen. Van de mensen met een WW-uitkering zegt bijna iedereen weer aan de slag te willen, zo’n 93 procent.

Is in Nederland werkelijk sprake van een armoedeprobleem?

Lage werkbereidheid
Dat beeld is totaal anders bij bijstandtrekkers: minder dan de helft zegt een baan te kunnen of willen vinden. Bijna een derde van bijstandsontvangers noemt ziekte of arbeidsongeschiktheid als reden om niet aan het werk te gaan. Andere redenen zijn het volgen van een opleiding en het naderen van de pensioengerechtigde leeftijd.

Meer mannen dan vrouwen zijn bereid weer een baan aan te nemen. Volgens de onderzoekers komt dat vooral omdat vrouwen vaak zorg dragen voor het gezin of huishouden.

Arendo Joustra: Vijf miljoen Nederlanders hebben allang een basisinkomen

Steeds minder uitzicht
Vooral als mensen langer in de bijstand zitten, schatten ze zelf in dat ze niet meer een betaalde baan zullen vinden. Nederlanders die een jaar in de bijstand zitten zijn redelijk positief over hun kansen op de arbeidsmarkt, met ruim 70 procent die gelooft in het vinden van een baan. Na drie jaar bijstand wil of kan nog maar 41,3 procent van de ondervraagden werken.

Het aantal bijstandsgerechtigden neemt al jaren toe, ook in het eerste kwartaal van 2016. Dat kwam onder meer door de komst van grote groepen asielzoekers, die bijstand mogen aanvragen op het moment dat ze een verblijfsvergunning ontvangen. In totaal zijn er 459.000 Nederlanders die een bijstandsuitkering ontvangen. In principe zijn bijstandstrekkers verplicht werk te zoeken en aan te nemen, maar er bestaan verschillende uitzonderingen.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.