economie

EU en Amerika hervatten TTIP-overleg, ondanks verzet

Door Bauke Schram - 15 september 2016

De handelsovereenkomst TTIP leek gedoemd te mislukken: de Franse en Duitse regering gaven aan dat er geen behoefte aan is. Toch zetten de Europese Unie (EU) en de Verenigde Staten het overleg rustig voort, dit keer ‘op de achtergrond’.

De Transatlantic Trade and Investment Partnership (TTIP) leidt al jaren tot verhitte debatten en grootschalige protesten. Tegenstanders van het omstreden handelsverdrag waren de afgelopen weken positief gestemd, omdat de onderhandelingen stukliepen.

2700302-2Handelsverdrag TTIP is meer dan de gevreesde chloorkip – wat u moet weten over de deal

Voor het einde van 2016 een overeenkomst

Hoewel Amerika en Brussel een paar stappen terug moeten zetten, hervatten ze de onderhandelingen toch. Het overleg zal ‘op een lager pitje’ worden gezet, maar het verdrag is zeker niet van tafel. Dat onderstreepte ook Jean-Claude Juncker begin september.

De voorzitter van de Europese Commissie wil dat de onderhandelingen snel worden afgerond. Voor het einde van dit jaar moet een handtekening onder TTIP staan. Dat gaat echter niet zonder tegenspraak: op het internet worden tientallen petities verspreid voor een referendum over het handelsverdrag.

Eerst CETA, dan TTIP?

Ondanks het ‘gebrek aan politiek draagvlak’, zet Cecilia Malmström, Europees handelscommissaris, het overleg voort. Met haar Amerikaanse collega’s wordt in Brussel vooral gekeken naar de huidige stand van zaken van de onderhandelingen. Het TTIP-overleg wordt wel naar de achtergrond geschoven, om ruimte te maken voor het gesprek over CETA, een handelsverdrag tussen de EU en Canada.

De Commissie hoopt met de CETA-overeenkomst de weg vrij te kunnen maken voor TTIP. Centrumlinkse partijen zullen zich naar verwachting verzetten tegen beide handelsverdragen. De EU ontkent beschuldigingen dat de Commissie en Amerika TTIP zo snel mogelijk willen ondertekenen, voor het einde van de termijn van president Barack Obama.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.