economie

Waarom het aantal Marokkaanse immigranten zo snel stijgt

Door Emile Kossen en Elif Isitman - 14 november 2016

De afgelopen maanden kwamen opeens flinke aantallen Marokkanen naar België, Duitsland en Nederland. Recht op asiel hebben de immigranten meestal niet, en dat wordt in veel gevallen ook niet eens aangevraagd.

Nadat de Balkanroute afgelopen voorjaar werd dichtgetimmerd en vluchtelingen niet meer van Turkije naar Griekenland konden vanwege de overeenkomst tussen Turkije en de Europese Unie, nam het aantal nieuwe Marokkaanse migranten dat naar Nederland kwam, af. De afgelopen maanden komen er toch gestaag weer meer migranten uit Marokko naar Europa.

Marokkanen grootste groep nieuwe migranten

In juli kwamen 52 Marokkanen aan in Nederland, in augustus 128 en in september 285. Oktober spande de kroon, met 389 Marokkaanse aanmeldingen: Marokkanen vormden vorige maand zelfs de grootste groep nieuwe migranten, blijkt uit nieuwe gegevens van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). Ook het aantal Algerijnse immigranten nam de afgelopen maanden snel toe, net als het aantal Syrische nareizigers.

De getallen liggen hoog in vergelijking met vorig jaar: toen kwamen in twaalf maanden tijd slechts 80 Marokkaanse migranten aan in ons land. Andere Europese landen zouden dezelfde trend opmerken, meldt het Noordhollands Dagblad.

Met zak geld terug naar huis?

Marokko staat bekend als een veilig land, omdat er geen sprake is van vervolging wegens bijvoorbeeld ras of geloof, foltering of onmenselijke behandelingen. Migranten uit die landen hebben dan ook weinig kans op asiel in Nederland. Waar ze wel recht op hebben, is een ‘oprotpremie’ die kan oplopen tot 1.950 euro, bleek in oktober al.

Dat bedrag, wat geïnd kan worden bij vrijwillige terugkeer, is een klein fortuin waard voor Marokkanen. Het gemiddelde maandloon in Marokko ligt namelijk rond de 350 euro, volgens de Wereldbank. Verantwoordelijk staatssecretaris Klaas Dijkhoff (VVD) zei te willen kijken of de vergoeding kan worden afgeschaft, maar ‘belooft niets’.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.