economie

VVD-er Henk Koning (83) overleden: een scherp fiscalist

Door Gerlof Leistra - 04 januari 2017

Met zijn gedegen fiscale achtergrond was Henk Koning (VVD) als staatssecretaris van Financiën in de kabinetten Lubbers I en II (1982-1989) de perfecte man om onder meer de belastinghervorming uit te voeren.

‘Koning wist waar hij het over had’, zegt oud-minister van Financiën Onno Ruding (CDA, 77). ‘Onze samenwerking verliep zeven jaar lang uitstekend. Hij kon snel analyseren en was pragmatisch. Als oud-inspecteur kende hij de Belastingdienst van binnenuit en voorzag tijdig eventuele problemen. Ik steunde op zijn intuïtie.’ Van 1991 to 1999 was Koning president van de Algemene Rekenkamer. Henk Koning – ongehuwd – overleed zaterdagavond 31 december in een verpleeghuis in Den Haag. Hij werd 83 jaar.

Hendrik Elle Koning werd in 1933 geboren in Beilen, Drenthe. Zijn vader was dierenarts. Na de Rijksbelastingacademie in Rotterdam werkte Koning van 1958 tot 1962 als (adjunct-)inspecteur in onder meer Leeuwarden, Den Haag en Rotterdam. Van 1962 tot 1967 was hij ambtenaar op het ministerie van Financiën.

‘Hij toonde onvoorwaardelijke liefde en was ongekend vrijgevig’

Vanaf 1959 volgde Koning met een clubje actieve jongeren in Rotterdam kadercursussen bij de prominente VVD’er Harm van Riel. Hij zat in de Provinciale Staten van Zuid-Holland en de gemeenteraad van Rotterdam, voor hij in 1967 lid werd van de Tweede Kamer, gelijktijdig met Hans Wiegel. Die vroeg hem in 1977 om in het kabinet Van Agt I staatssecretaris te worden van Binnenlandse Zaken. Wiegel (75): ‘Hij vroeg wat hij dan moest doen. “Jij de moeilijke dingen, ik de rest.” Net als ik was Koning gezond lui. Daardoor had hij oog voor de grote lijnen. Een zeer opgeruimde man die ook  serieus en deftig kon doen.’

Scherp fiscalist

Partijgenoot Frits Korthals Altes (85) was minister van Justitie in Lubbers I en II. ‘Koning en ik kenden elkaar al vanaf 1959 van het clubje van Van Riel. Als fiscale man wist hij allerlei interessante dingen. Hij was heel actief en een scherp fiscalist. Ook later zagen wij elkaar vaak, onder meer tot 2007 als bestuursleden van de Daniel den Hoed Stichting in Rotterdam.’

In Rotterdam, jarenlang zijn woonplaats, was Koning vanaf 1963 lid van de vrijmetselaarsloge Frederic Royal. ‘Een uitermate slimme man’, zegt voorzitter Cees van Os (68). ‘Hij kon goed analyseren en balanceren tussen partijen. Het ging hem nooit om zijn persoon, maar altijd om de functie. Dat zag je later ook bij de Rekenkamer.’

Als beste vriend van hun vader Pieter – oud-directeur van de BVD – was Koning voor Bastiaan de Haan (51) en zijn broer Mark (45) als een oom. ‘Hij toonde ons onvoorwaardelijke liefde en was ongekend vrijgevig. Problemen loste hij op zonder te oordelen.’

Koning hield van schilderkunst en had onder meer doeken van Jan Cremer. Hij zat in het bestuur van de Anne Frank Stichting en was voorzitter van het Nationaal Rampenfonds. ‘Die onvoorwaardelijke liefde toonde hij ook aan de samenleving.’

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.