Luchtvaart

Waarom furieus Ryanair vluchten schrapt in Nederland

Door Tom Reijner - 06 juli 2017

Luchtvaartmaatschappij Ryanair wil dolgraag verder groeien in Nederland, maar ziet zich daarin belemmerd. De Ierse prijsvechter denkt dat de Nederlandse autoriteiten KLM en Transavia willen beschermen.

Ryanair wil hierover een klacht indienen bij de Autoriteit Consument & Markt en de Europese Commissie.

Monopolie moet doorbroken

Het bedrijf van topman Michael O’Leary wilde dit najaar nieuwe routes openen op Eindhoven Airport – een luchthaven waarvandaan veel relatief goedkope vluchten vertrekken naar bijvoorbeeld plekken in Midden- en Oost-Europa en strandbestemmingen in het Middellandse Zeegebied. Maar het kreeg daarvoor niet de benodigde start -en landingstijden. O’Leary is daar ziedend over. Als KLM en Transavia hadden gevraagd om uitbreiding van de capaciteit, dan zou dat geen enkel probleem zijn geweest, foetert hij.

Ryanair eist dat de Nederlandse regering het monopolie van Schiphol vernietigt. De Schiphol Group bezit namelijk niet alleen de Amsterdamse luchthaven. Deze N.V. is namelijk ook eigenaar en exploitant van Rotterdam The Hague Airport en het nog niet operatieve Lelystad Airport. De Schiphol Group bezit 51 procent van de aandelen in Eindhoven Airport.

Lees dit artikel uit Elsevier Weekblad:  KLM en Schiphol moet eens stoppen met kiften>

Streep door verbindingen

De prijsvechter ziet zich gedwongen drie van de geplande verbindingen helemaal te schrappen en drie andere routes te verplaatsen naar het nabijgelegen Weeze in Duitsland. Zes andere bestemmingen worden minder vaak aangevlogen vanaf de Brabantse luchthaven dan oorspronkelijk de bedoeling was. Op het overvolle Schiphol is momenteel evenmin groei mogelijk.

De opening van Lelystad Airport, waar vakantievluchten op termijn onderdak moeten gaan vinden, is uitgesteld van 2018 naar 2019. Bovendien is de geplande capaciteit daar volgens O’Leary veel te beperkt. ‘Dertien vluchten per dag, daar kun je geen bedrijf op laten draaien.’

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.