Pensioen

Van de AOW een drama maken? Volg dan KPMG

Door Joris Heijn - 29 september 2017

Maak de AOW-leeftijd afhankelijk van het opleidingsniveau. Dat stelde KPMG deze week voor. Volgens het accountants- en advieskantoor is dat goed, omdat lageropgeleiden een paar jaar korter leven dan hogeropgeleiden.

KPMG wil ‘de maatschappelijke discussie voeden’, zegt verantwoordelijk KPMG-partner Egbert Kromme tegen Elsevier Weekblad. Sinds een jaar staat de kloof tussen laag- en hoogopgeleiden centraal in de discussie over de AOW-leeftijd. En in het kielzog daarvan: de zware beroepen, die met name door lageropgeleiden worden gedaan.

Sinds is besloten de AOW-leeftijd te verhogen, zijn met name lageropgeleiden langer door gaan werken. Hogeropgeleiden hebben vaker besloten om al ruim vóór de AOW ingaat, te stoppen met werken. Bijvoorbeeld door hun spaargeld in te zetten.

Kloof

Die kloof wordt als oneerlijk ervaren. Mensen met een lagere opleiding zijn vaak eerder begonnen met werken en leven korter. Ze doen ook nog eens vaker een zwaar beroep, waardoor het moeilijk is om de AOW-leeftijd werkend te halen. Denk bijvoorbeeld aan de stukadoor.

Lees ook: Zware beroepen eerder met pensioen, maar wie dan?

Veel politieke partijen willen daarom de AOW-leeftijd flexibel maken, zodat mensen hun AOW eerder kunnen laten ingaan. Of om de AOW-leeftijd te laten afhangen van de zwaarte van het beroep. KPMG gooit nu weer een nieuw voorstel in het hoenderhok: maak de AOW afhankelijk van opleiding.

Subsidie laag- naar hoogopgeleid

Mensen met een lage opleiding (in dit geval: geen middelbare schooldiploma) subsidiëren volgens KPMG de hoogopgeleiden per jaar met zo’n 500 miljoen tot 1 miljard euro. Dat komt doordat hoger opgeleiden langer leven en dus langer van de AOW profiteren.

Volgens KPMG zouden laagopgeleiden drie jaar eerder AOW moeten krijgen dan hoogopgeleiden. Om het budgetneutraal te houden voor de overheid betekent dat in 2018: vanaf 64 jaar en drie maanden AOW voor iemand die alleen de basisschool afmaakte. En 67 jaar en drie maanden voor de hoogst opgeleiden.

Staatspensioen

Er zitten nogal wat haken en ogen aan het voorstel. Allereerst: de AOW is bedoeld als staatspensioen voor iedereen vanaf een bepaalde leeftijd, ongeacht de keuzes of tegenslagen waar iemand in zijn leven mee geconfronteerd wordt: mensen die gewerkt hebben en huismoeders; arbeidsongeschikten en de Koning: iedereen krijgt hetzelfde, vanaf eenzelfde leeftijd. Aan dat basisprincipe gaat gemorreld worden.

Het is bovendien maar net hoe je rekent. KPMG erkent zelf dat de subsidiëring van 0,5 tot 1 miljard verdwijnt, wanneer er rekening mee wordt gehouden dat hoogopgeleiden meer verdienen en dus veel meer AOW-premie betalen. Dat betaal-effect kan volgens KPMG worden weggestreept tegen het langer-leven-effect.

Waar zijn die diploma’s?

Daarnaast heeft KPMG niet gekeken of de diplomagegevens er überhaupt wel zijn. De problemen zijn met name groot voor de mensen die nu eind vijftig en begin zestig zijn. Heeft de overheid alle diploma’s uit de jaren 70 wel? En zo niet: niemand heeft er belang bij om die te overleggen. Immers: hoe minder diploma’s, hoe eerder AOW.

Voor latere generaties zijn die gegevens waarschijnlijk makkelijker te vinden, maar voor hen is het probleem dan weer kleiner. Van de 55- tot 65-jarigen heeft grofweg 10 procent geen middelbare schooldiploma, blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Bij de 25- tot 35-jarigen is dat nog maar 3,5 procent. Bovendien: lageropgeleiden lopen de afgelopen vijftien jaar de kloof in levensverwachting in, blijkt uit andere cijfers van het CBS. De verschillen worden kleiner, al zijn zij er nog steeds (een dertigjarige man met alleen VMBO, haalt gemiddeld bijna de 80; een HBO’er of universitair geschoolde ruim de 83 jaar).

Alcohol en sigaretten

Om het nog complexer te maken: opleiding is niet de enige factor die de levensverwachting bepaalt. Roken, drinken, het uitgeoefende beroep; allemaal factoren die meespelen. En laten ook die patronen nou net verschuiven tussen opleiding en generaties.

In de jaren 80 rookten hoog- en laagopgeleid nog net zo vaak, maar inmiddels zijn veel hogeropgeleiden gestopt. Zij drinken op latere leeftijd dan weer vaker overmatig alcohol. Bij jongeren is het beeld juist omgekeerd: hogeropgeleiden drinken minder dan hun lageropgeleide generatiegenoten.

Hoe moet voor al die factoren – die mensen zelf in de hand hebben – verrekend worden in de AOW-leeftijd? Moeten die er uitgefilterd worden, of krijgen groepen met een ongezonde levensstijl in dit plan eerder AOW, omdat hun levensverwachting gemiddeld lager is? En waarom krijgen mannen, met hun lagere levensverwachting, eigenlijk niet eerder AOW dan vrouwen?

Wie mogen nog meer eerder met AOW?

En als het hek dan toch van de dam is – deze groep krijgt eerder AOW dan die andere – wat staat politici dan in de weg om nog verder aan die knoppen te gaan draaien?

Bijvoorbeeld omdat het nieuwste wetenschappelijk inzicht is veranderd, of omdat het goed bij hun achterban valt: vegetariërs een jaar eerder met AOW! Nee, mensen met een sportschoolabonnement eerder! Iedereen met een niet-zuinige auto krijgt voor straf pas een jaar later AOW.

En hebben zelfstandig ondernemers niet altijd zo hard gewerkt, dat ze wel een jaartje eerder AOW hebben verdiend? Wie trekt de grenzen?

Ongelijkheid groeit

Ook brengt het voorstel van KPMG een flink nadeel mee voor lageropgeleiden. Als zij eerder met pensioen gaan, zullen zij ook meer pensioenpremie moeten betalen. Zij hebben immers minder lang om hun pensioen bij elkaar te sparen en moeten  er langer op teren. Dat gaat ten koste van hun nettosalaris.

Voor hogeropgeleiden kan de premie volgens KPMG juist omlaag. De ongelijkheid tussen Nederlanders neemt daardoor na jaren van nivellering weer toe. Om hogeropgeleiden te compenseren voor hun latere AOW-leeftijd, zou de studiefinanciering weer verruimd kunnen worden, suggereert KPMG ook nog eens.

Stap vooruit, stap achteruit

Oftewel: lageropgeleiden gaan er op vooruit (eerder AOW), maar ook op achteruit (meer pensioenpremie). Hogeropgeleiden gaan er op achteruit (later AOW), maar ook op vooruit (minder premie, meer studiefinanciering). En dat alles in een veel complexer stelsel, dat veel duurder is in de uitvoering en prooi voor  lobbygroepen en politieke spelletjes.

En het voordeel voor KPMG? Hoe complexer en moeilijker de uitvoering, hoe groter de behoefte van de overheid aan externe expertise. En hoe meer uren consultants en adviseurs kunnen factureren.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.