Inkomen

Schatkist overheid blijft dit millenium groeien, die van u niet

Door Joris Heijn - 04 oktober 2017

Nederlandse burgers zijn sinds de millenniumwisseling financieel gezien steeds verder in de verdrukking gekomen. Hun inkomen stagneert. Nieuwe cijfers van het kabinet tonen aan wie daarvan geprofiteerd hebben.

Veel mensen voelden het al langer in hun portemonnee: zoveel is er de afgelopen jaren niet bijgekomen. De lonen stijgen misschien een beetje, maar de inflatie en zeker ook de belastingen, stijgen eveneens.

Op Prinsjesdag toonde de Miljoenennota een grafiek die dat gevoel onderbouwde. Sinds de millenniumwisseling is het reëel beschikbaar inkomen (kort gezegd: wat hebben huishoudens netto te besteden) vrijwel vlak gebleven. De kredietcrisis van 2008 en de daaropvolgende eurocrisis, bezuinigingen en lastenverzwaringen waren daarbij niet eens het keerpunt. Dat lag dus al in het begin van het millennium.

Inkomen burger blijft achter

De grafiek laat zien dat de totale economie wel flink is gegroeid, maar dat die groei dus niet terecht is gekomen bij de burgers. Wel profiteren burgers van de enorm gegroeide onderwijs- en zorgsectoren, waar zij grotendeels ‘consumeren’ op kosten van belasting- en premiebetalers. Maar schoolgaande kinderen hebben, of zorg nodig hebben, voelt toch wat anders dan extra euro’s in de portemonnee.

De Tweede Kamer vroeg het kabinet om opheldering over de grafiek, waarna extra informatie naar boven kwam (zie de tabel hieronder). Onder meer over hoe de nationale ‘taart’ verdeeld is: wie neemt welk stuk? Daaruit is goed af te leiden wie de ‘winnaars’ en de ‘verliezers’ zijn sinds de millenniumwisseling.

Zo waren de reëel beschikbare inkomens van huishoudens in 2000 nog goed voor 58,6 procent van de taart. Dat steeg in de eerste jaren nog, tot ruim 60 procent, om vervolgens te dalen tot 54,9 procent vorig jaar. Lage loongroei, hogere belastingen, inflatie; het droeg allemaal bij aan de marginalisering van de burger.

Ook banken verliezen

Maar huishoudens zijn niet de enige verliezers. Ook de financiële sector kreeg een dreun. Rond de millenniumwisseling vierden winstmachines als woekerpolissen en aflossingsvrije hypotheken nog hoogtij. Inmiddels verliezen bankiers en verzekeraars per duizenden hun baan door de digitalisering en de lage marges. Het aandeel van financiële sector halveerde ruim, van 7,5 procent naar 3,6 procent.

Reeel beschikbaar inkomen

 

De rest van het bedrijfsleven doet het een stuk beter. In 2000 kregen zij nog ongeveer net zoveel van het nationaal inkomen toebedeeld als de financiële sector, inmiddels is dat bijna drie maal zoveel – deels door het wegzakken van de financiële sector, deels doordat ze het beter zijn gaan doen. Hun taartpunt nam toe van 7,1 procent naar 10 procent. Het is dus niet zo gek dat steeds meer mensen het bedrijfsleven oproepen om de gegroeide winsten om te zetten in extra loonsverhogingen.

Groeiende overheid

Maar de echte schrokop is de overheid. Nam zij in 2000 nog genoegen met 26,8 procent van de nationale taart, inmiddels is dat 31,5 procent. En dat is nog buiten de zorg en het onderwijs gerekend. Die groeiden ook hard (van 14,7 naar 20,8 procent), maar komen vrij direct ten goede aan de burgers. De zorg neemt het leeuwendeel van die groei voor haar rekening: door vergrijzing en steeds betere (en duurdere) behandelmethoden, nemen de zorgkosten toe.

De vergrijzing steekt ook bij een andere overheidsuitgave de kop op: de AOW. De kosten voor de oudedagsvoorziening verdubbelde bijna van 19 naar 37 miljard euro dit millennium: 5 procent van de nationale taart.

Alles bij elkaar opgeteld, zijn de collectieve uitgaven (overheid plus zorg en onderwijs) gestegen van 41,5 naar 52,3 procent. Het bedrijfsleven heeft zich nog weten te weren tegen die groeizucht van de overheid, zij nemen nog steeds evenveel van de taart. Maar de burgers zijn de dupe. Er zit voor hen maar een ding op: proberen zo veel mogelijk mee te eten uit de staatsruif.

 

 

 

 

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.