Europese Unie

Europese Commissie slaat kritiek op verhoging budget in de wind

Door Elif Isitman - 04 mei 2018

De Europese Commissie trekt zich niets aan van de hevige kritiek op de beoogde verhoging van het budget van de commissie in de langetermijnbegroting. De wijdverspreide kritiek ‘bewijst alleen maar dat ik gelijk heb’, meent EU-commissaris Günther Oettinger.

Oettinger – als eurocommissaris verantwoordelijk voor het budget – sprak donderdag voor een financiële commissie van het Europees Parlement. Daar wuifde hij de kritiek weg op de plannen voor een fikse verhoging van het EU-budget : ‘Als ik door alle zijden bekritiseerd word, betekent dat dat ik gelijk heb,’ aldus de Duitser. Hij hoopt op nog meer kritiek – ‘hard en objectief, door noord en zuid, oost en west, de Europese Raad en het Parlement. Dan bevind ik me ergens in het midden en voel ik me pudelwohl’ (zo fijn als een poedel, red.).

Voorzitter van de Europese Commissie Jean-Claude Juncker presenteerde de plannen woensdag. De Europese Commissie wil tussen 2021 en 2027 1.300 miljard euro uitgeven. De huidige langetermijnbegroting bedraagt ongeveer 1.000 miljard euro.

Nederland en andere critici willen juist bezuinigen op EU

Hoewel het Verenigd Koninkrijk de Europese Unie zal verlaten, en er dus minder lidstaten overblijven, wordt het bedrag toch fors verhoogd. Met de Brexit verliest de Europese Unie jaarlijks 12 miljard euro aan inkomsten. De  Europese regeringsleiders en het Europees Parlement moeten de voorstellen wel nog goedkeuren.

De verhoging van het budget stuitte onmiddellijk op hevige kritiek van lidstaten. Onder meer Nederland, een van de grootste nettobetalers, is tegen de verhoging van de Europese begroting.

‘Onacceptabele’ verhogingen

Premier Mark Rutte noemde de voorgestelde begroting ‘onacceptabel’. ‘Met het voorstel van de Commissie loopt de rekening voor Nederland te hoog op,’ zegt Rutte in een persverklaring. ‘Een kleinere  EU als gevolg van Brexit moet ook een kleinere begroting betekenen. Dat vraagt om scherpere keuzes en bezuinigingen.’ Nederland wijst de voorgestelde begroting af, en staat daarin niet alleen.

Ook Oostenrijk en Denemarken verzetten zich tegen de voorgestelde begroting. Frankrijk en Duitsland zijn wel bereid meer te betalen voor de Europese Unie. Hoewel Duitsland op zich geen moeite heeft met een verhoogde bijdrage, vindt het wel dat de Europese Commissie het dit keer heel erg bont maakt.

Ook de Oostenrijkse premier Sebastian Kurz noemt de geplande begroting ‘verre van acceptabel’. ‘De lasten mogen niet alleen voor rekening komen van de nettobetalers,’ zegt Kurz, ‘de EU moet zich concentreren op terreinen waar ze een bijdrage kan leveren.’ Kurz noemt de grensbewaking als een van die terreinen.

Juncker wil Hongarije en Polen afstraffen

Andere Centraal-Europese lidstaten, zoals Hongarije, keuren de plannen eveneens af. Dat heeft in dit geval meer te maken met de plannen van Juncker om dergelijke landen af te straffen met een verkleining van EU-subsidie, als de rechtsstaat niet volgens de Europese maatstaven wordt gehanteerd.

Hoewel Juncker benadrukte dat dit niet is gericht tegen specifieke landen, is het duidelijk dat vooral Polen en Hongarije zich aangesproken moeten voelen. Eind 2017 begon de Europese Commissie een Artikel 7-procedure tegen Polen. Deze strafmaatregel kan uiteindelijk leiden tot het verlies van het stemrecht in de Europese Raad, het besluitvormende orgaan van de Europese Unie. Een commissie van het Europees Parlement adviseerde een soortgelijke stap tegen Hongarije. De knoop over de meerjarenbegroting wordt pas in 2020 definitief doorgehakt.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.