Pensioenkorting

Pensioen ambtenaren ziet er zonniger uit

19 juli 2018

Veel pensioenfondsen zitten nog in de financiële gevarenzone. In 2020 of 2021 dreigen kortingen op de pensioenen van miljoenen mensen. Ambtenarenfonds ABP ontspringt mogelijk de dans.

Dat blijkt uit de dekkingsgraden die pensioenfondsen deze week openbaar maakten.

Alle grote pensioenfondsen – samen zijn ze verantwoordelijk voor de pensioenen van ambtenaren, leraren, zorgpersoneel en metaalwerkers – hebben niet genoeg geld in kas. De Nederlandsche Bank (DNB) tolereert dat een tijdje. De toezichthouder heeft wel gezegd dat als er na vijf jaar nog steeds onvoldoende vermogen is, de pensioenen moeten worden gekort. In totaal zijn er ruim 10 miljoen werkenden en gepensioneerden die zo’n pensioenkorting boven het hoofd hangt. Het ABP en zorgfonds PFZW hebben tot en met 2020 om de tekorten weg te werken.

Tekort bijna weg

Uit de nieuwe cijfers blijkt dat het ABP, het grootste pensioenfonds, het tekort bijna heeft weggewerkt. De dekkingsgraad was in het tweede kwartaal van 2018 gestegen tot 103,9 procent, terwijl een dekkingsgraad van 104,2 procent nodig is om een korting te voorkomen. Het ABP hoeft de financiële positie dus maar iets te verbeteren om niet te hoeven snijden in de ambtenarenpensioenen.

Niet zeker is of dat het ABP gaat lukken. De financiële markten schommelen dit jaar sterk. Het fonds maakte dit halfjaar maar 5,3 miljard euro winst op haar beleggingen. In heel 2017 was dat nog 28,7 miljard. Kelderen de beurzen, dan wordt het moeilijk om de dekkingsgraad te verhogen.

Inhaalslag

Voordeel voor het ABP is dat deze zogeheten beleidsdekkingsgraad wordt berekend door een gemiddelde te nemen van alle maandelijkse dekkingsgraden van de afgelopen 12 maanden. Elke maand wordt een ‘oude’ maand vervangen door een nieuwe. Omdat de dekkingsgraad het afgelopen jaar steeg, betekent dit dat maanden met lage dekkingsgraden vaak worden vervangen door maanden met een hogere dekkingsgraad. Zo is de dekkingsgraad van juni 2017 (101,3 procent) nu uit de berekening gehaald en vervangen door juni 2018, met een dekkingsgraad van 104,1 procent.

Dit effect kan de dekkingsgraden nog even opstuwen, wellicht genoeg om boven de ‘drempel’ van 104,2 procent te komen. Daarmee zouden kortingen van de baan zijn.

‘Niet geruststellend’

De ambtenaren zitten daarmee in een veel gunstiger positie dan de werknemers in zorg en metaal. De dekkingsgraad van zorgfonds PFZW kwam in het tweede kwartaal uit op 100,6 procent. ‘Dat betekent dat we nog tweeënhalf jaar de tijd hebben om in veiliger vaarwater te komen. Dat moet voor onze deelnemers en gepensioneerden niet geruststellend zijn,’ stelt PFZW-directeur Peter Borgdorff in een persbericht.

Metaalfonds PMT had in juni een beleidsdekkingsgraad van 101,9 procent. Bij collega-metaalfonds PME was dat in het tweede kwartaal 101,4 procent. Zij hebben dus een nog veel langere weg te gaan.

Verschillen nemen toe

Overigens zijn de dekkingsgraden bij alle grote fondsen nog lang niet hoog genoeg om de pensioenen te kunnen indexeren. Kleinere pensioenfondsen doen het in de regel beter. Zo waren er dit jaar volgens DNB ruim honderd pensioenfondsen (met ruim drie miljoen werkenden en gepensioneerden) die de pensioenen (iets) konden verhogen. Voor gepensioneerden en werkenden maakt het dus nogal uit bij welk fonds ze zitten: de een krijgt dit jaar een hoger pensioen, de ander moet vrezen voor een korting.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.