Witwassen

De bank als politieagent: vragen we niet te veel?

Door Joris Heijn - 24 oktober 2018

De megaschikking van ING werpt een schaduw over de bankensector. Maar met hoeveel ‘publieke’ taken mag je die opzadelen?

Het is een treurig verhaal. Een echtpaar heeft zijn hele leven hard gewerkt in een eigen zaak, een ­garage, en daaraan zo’n 750.000 euro spaargeld overgehouden. Na pensionering wordt de vrouw belazerd door Ghanese oplichters met een zielig verhaal. In 2016 maakt de vrouw bijna al hun spaargeld in een paar maanden tijd over naar het Afrikaanse land. Eerst in overboekingen van duizenden euro’s, later tienduizenden euro’s per keer.

Moet bank waarschuwen?

De advocaat van het echtpaar vraagt: had er geen belletje moeten gaan rinkelen bij de bank? Waarom heeft een bankmedewerker ze niet even gebeld om te vragen of deze zeer ongebruikelijke overboekingen naar Afrika wel kloppen? De twee stellen de bank aansprakelijk voor een deel van het verloren geld. Ja, ze hadden zelf beter moeten nadenken. Maar als ze bij de bank niet hadden zitten slapen, was de schade nooit zo groot geweest.

Het roept de vraag op in hoeverre banken verantwoordelijk zijn voor alle duistere praktijken en transacties die dagelijks verscholen gaan tussen de miljoenen legitieme overboekingen die via bankrekeningen worden gedaan.

Megaschikking ING

Dat onderwerp kwam vorige maand groot in het nieuws na de megaschikking van ING. De bank sloot een deal om 775 miljoen euro over te maken naar justitie, omdat zij allerlei fraude- en witwassignalen niet had opgemerkt, of zelfs had genegeerd.

ING liet (zakelijke) klanten toe zonder precies te weten wie het waren (‘ken uw klant’). De betrokken afdeling was onderbemand en de bank vond een paar meldingen van mogelijk witwassen per dag wel genoeg – na drie meldingen stopte het ICT-systeem met deze te melden.

‘Waakzame burger’

Natuurlijk, van alle bedrijven wordt waakzaamheid verwacht. Een autodealer die een klant krijgt die het allerduurste exemplaar in zijn showroom eventjes contant aftikt, mag niet alleen denken ‘dat is snel verdiend’. Hij moet er ook melding van maken bij de Financial Intelligence Unit (FIU) van de Nationale Politie. En als het gaat om het aantal meldingen zijn banken verreweg de grootste ‘waakzame burger’, blijkt uit het jaaroverzicht van de FIU.

Hoeveel meldingen ING verzaakte te doen, is onbekend. Wel bekend is dat banken, creditcardmaatschappijen en dergelijke instellingen vorig jaar ruim 300.000 ongebruikelijke transacties (zoals overboekingen en cash stortingen) en andere opmerkelijke zaken meldden. Daarvan heeft de FIU er vele tienduizenden aangemerkt als verdacht.

Dat zijn veel meer meldingen dan bijvoorbeeld van de douane (5.775) of casino’s (3.228). Trustkantoren, vaak in verband gebracht met belastingontduiking, dubieuze transacties en schimmige eigenaren van brievenbusfirma’s, kwamen slechts 240 keer met een melding.

Betere ‘poortwachters’ nodig

Toch constateert De Nederlandsche Bank (DNB) dat veel banken nog steeds te weinig doen om witwassen en terrorismefinanciering op te sporen. Nieuws waarover de media maar al te graag berichten en waar politici op aanslaan: zie je wel, de banken doen tien jaar na de kredietcrisis nog steeds niet wat de maatschappij van ze verwacht.

De toezichthouder legde de afgelopen jaren negen ­boetes op, omdat banken hun wettelijke taak als ‘poortwachter’ van het financiële stelsel hadden veronachtzaamd. DNB waarschuwde de Tweede Kamer vorige week nog dat ‘tientallen miljarden euro’s aan crimineel geld buiten de poort staan’. Dit geld, vaak verkregen uit de drugshandel, wil maar al te graag worden witgewassen en legitiem op een bankrekening belanden. Aan banken de taak dat te voorkomen.

Opgelicht door ‘Russische bruid’

Maar wat in die berichtgeving raakt ondergesneeuwd, is dat DNB in diezelfde brief constateerde dat diverse banken wél goed bezig zijn en dat de sector als geheel verbeteringen doorvoert. Banken doen op sommige punten zelfs meer dan wettelijk van ze wordt gevraagd met de informatie die zij uit al die financiële stromen opduikelen.

Zo vertelt een bankmedewerker Elsevier Weekblad dat een collega ooit een klant belde omdat was opgevallen dat die geld overmaakte naar een dubieus buitenlands rekeningnummer. Toen bleek dat de klant was wijsgemaakt dat een Russische bruid zijn kant op zou komen. Hij hoefde haar alleen even te helpen met het betalen van het vliegticket van vele duizenden euro’s.

De bank had de transactie geblokkeerd om de klant voor een financieel fiasco te behoeden. Maar de klant reageerde boos: waar ­bemoeien jullie je mee? En inderdaad, waarom zou een bank zich daar eigenlijk mee bemoeien? De transactie ging door.

Moet bank ‘irrationaal handelen’ van klant voorkomen?

Want het klinkt misschien logisch als de bank in het geval van de Ghanese oplichters aan de bel had getrokken, maar noodzakelijk was het niet, oordeelde de rechter eerder dit jaar. De klant is zelf verantwoordelijk voor haar ‘irrationeel handelen’, aldus de rechter. Of een bank wel of niet haar systemen doorpluist op zoek naar Ghanese oplichters of ‘Russische bruiden’ om haar klanten te beschermen, dat is de eigen keuze van de bank.

Een ander punt waarop banken vrijwillig optreden als hoeder van de financiële stromen, is de foutieve overboeking. Tot vorig jaar maakten elke maand ruim duizend mensen geld over naar de verkeerde bankrekening, omdat ze bijvoorbeeld een typefout hadden gemaakt.

Feitelijk is het de eigen verantwoordelijkheid van de consument om goed op te letten. Maar Rabobank ontwikkelde de IBAN-naamcheck, ­zodat de bank controleert of de rekening wel hoort bij de persoon aan wie geld moet worden overgemaakt. ­Andere banken voerden de check ook in – vrijwillig. De bank wordt zo meer een oplettende ouder die over de schouder van haar klanten meekijkt, dan strikt genomen (wettelijk) noodzakelijk is.

Stortvloed aan regels

Dat ING er een puinhoop van maakte, is duidelijk. Er zijn weinig mensen in de financiële sector die vinden dat ING te hard is aangepakt. Ook ING zelf erkent dat zij steken heeft laten vallen bij het in de gaten houden van transacties.

Maar in de sector heerst wel onvrede over de stortvloed aan regels die ­diverse overheidsinstanties opleggen, zonder daar altijd de benodigde ondersteuning bij te geven. Het is duidelijk dat ING haar ICT-systemen niet op orde had, maar wanneer zijn die eigenlijk wel op orde? En wanneer weet een bank genoeg over de herkomst van het vermogen van een klant? Alle banken hanteren zo hun eigen systemen en standaarden.

Voetballers in de gaten houden

Zo waarschuwde DNB vorig jaar voor dubieuze financiële transacties in het voetbal. Banken moeten niet alleen witwassen en corruptie van sporters en zaakwaarnemers in de gaten houden, maar DNB vond dat banken ook ‘andere maatschappelijk onbetamelijke handelingen’ moeten voorkomen.

Onbetamelijk betekent on­fatsoenlijk, niet per se een overtreding van de wet. Maar banken moeten de menskracht leveren en hun ICT-systemen aanpassen om ‘onbetamelijk’ gedrag op te sporen. Bovendien wilde de  ­toezichthouder ook dat banken sporten met ‘vergelijkbare ken­merken’ in de gaten gaan houden. Welke dan? Moeten banken zelf ­bedenken of dat hockey is of boksen? En kunnen ze op de ­vingers worden getikt als ze daarbij een verkeerde afweging maken?

De familie van Rutte onder de loep

Voetballers zouden volgens DNB net zo kunnen worden ­behandeld als politici. Banken moeten deze zogeheten ­politically exposed persons (PEP) extra in de gaten houden. Krijgt Mark Rutte bijvoorbeeld niet stiekem geld toegestopt van een schimmige zakenman? Banken moeten niet alleen de premier controleren, maar ook alle Kamerleden, gemeenteraadsleden en al hun partners, vaders, moeders, (schoon)dochters en (schoon)zonen.

Een lijst van wie in de gaten moet worden gehouden, levert de overheid er niet bij. Installeert de gemeenteraad van Eemsmond een nieuw raadslid, dan moet de bank dit weten.

In-de-gaten-houden-industrie

Dergelijke klusjes kunnen banken uitbesteden aan het Bureau Kredietregistratie. Dat koopt op zijn beurt de ‘PEP-lijst’ weer in bij een internationale ­onderzoeksfirma. Zo ontstaat er een industrie die bijhoudt welke ‘hoge legerofficier’ in functie is getreden of is opgestapt en wie de kin­deren zijn van politicus X.

Diverse banken, zoals ABN AMRO-dochter Moneyou, hebben om die reden besloten dat bijvoorbeeld familieleden van politici geen rekening meer bij ze mogen openen – te veel gedoe.

Tegen welke prijs?

En daar gaat het wringen. Natuurlijk moeten banken opletten, maar hoe ver moet dat gaan? Mag het er in resulteren dat de schoonzoon van een Kamerlid ernstig wordt beperkt in zijn keuze voor een bank? En uiteindelijk betalen aandeelhouders daarvoor. Als de kosten te hoog oplopen, wordt het voor hen niet meer aantrekkelijk om geld in banken te steken – en worden investeringen op dit vlak ook moeilijker. De coöperatieve Rabobank stelt dat zij zo’n duizend mensen heeft werken op de ken-uw-klant-afdeling, een niet te onderschatten kostenpost.

Een te zeer dichtgetimmerde financiële sector kan bovendien vervelende gevolgen hebben, niet alleen voor de familie­leden van politici. Een goed ingevoerde bron in de bankensector wijst erop dat Nederland met handelsmissies probeert ­buitenlandse bedrijven naar Nederland te lokken. Maar als die ­bedrijven proberen hier een bankrekening te openen, krijgen zij zoveel vragen over de oorsprong van hun geld dat een deel toch maar besluit om voor een ander land te kiezen.

Concurreren op imago

Een toenemend aantal regels is vaak voor meerdere uitleg vatbaar. Banken spelen daarom met het idee één centrale instelling te creëren voor het controleren van klanten die een rekening willen openen. Dan is er geen verschil meer tussen banken die de ­regels streng of juist laks uitleggen.

Maar in de sector heerst twijfel of dat mag van kartelwaakhond Autoriteit Consument & Markt. Imago is ook een manier om je te onderscheiden van de concurrentie, en als iedereen hetzelfde doet, kunnen banken op dat gebied geen beter imago ontwikkelen dan de concurrent.

En inderdaad, een maand nadat ING-klanten de bank verlieten vanwege de schikking, wint Rabobank juist een internationale ICT-prijs voor haar state of the art ken-uw-klant-systeem. Ook dat is concurrentie en kan banken aanzetten om hun systemen aan te scherpen en misschien wel verder te gaan dan het wettelijk minimum. De steken die ING liet vallen zijn één uitschieter, maar van de positieve uitschieters hoor je veel minder.

Bank als Kop van Jut

Het grootschalige falen van ING belemmert het zicht op wat er wel goed gaat. Veel Nederlandse banken – private ­bedrijven – doen enorm veel moeite om criminele activiteiten op te sporen en te melden en om klanten te behoeden voor menselijke fouten en oplichting. Naast alle ophef over de ING-schikking, mag daarvoor ook wel eens aandacht zijn. Vooral bij ­politici, die de banken maar al te graag afkraken, maar er niet bij stilstaan dat zonder diezelfde banken de poorten voor criminelen wagenwijd openstaan.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.