Zorgverzekering

7 tips bij het overstappen: zo bespaart u op uw zorgpolis

Door Joris Heijn - 27 november 2018

Blijft u bij uw huidige zorgverzekeraar in 2019 of loont het om over te stappen? Elsevier Weekblad geeft u 7 tips.

Lees ook het hoofdverhaal: Echte strijd zorgverzekeraars is begonnen

1. Bedenk eerst hoeveel keuzevrijheid u wilt. Er zijn grofweg drie soorten zorgpolissen. Bij een restitutiepolis kiest u zelf uw zorgverlener en ‘restitueert’ de verzekeraar uw kosten. In de praktijk hoeft u deze kosten vaak niet voor te schieten. Bij een naturapolis heeft u recht op zorg ‘in natura’. De verzekeraar kan in principe bepalen bij wie u die zorg afneemt. Vaak laat de verzekeraar u veel vrijheid, u kunt bijvoorbeeld niet naar alle zelfstandige behandelcentra, maar vaak wel naar alle ziekenhuizen. Wordt uw keuze sterk beperkt, dan is het een budget, of selectieve polis. Welke beperkingen gelden, verschilt per verzekering. Gaat u naar een zorgverlener zonder contract, dan krijgt u de kosten deels vergoed. Ook zonder in te leveren op keuzevrijheid, kunt u soms besparen: De goedkoopste en duurste restitutiepolis schelen 244 euro per jaar.

2. Hoeveel eigen risico wilt u? Een eigen risico van 385 euro is verplicht, maar u kunt het verhogen tot 885 euro. Dan betaalt u minder premie. Die korting verschilt per verzekering, maar kan oplopen tot 300 euro per jaar. Doe dit alleen als u die 885 euro achter de hand hebt. Hebt u volgend jaar onverhoopt veel zorg nodig, dan bent u wel duurder uit met een hoger eigen risico. ONVZ en DSW gaven eerder veel premiekorting, maar brengen die nu terug. In 2019 geven Zorg en Zekerheid, Anderzorg en HEMA geven de hoogste premiekorting.

3. Vrijstelling eigen risico gebruiken? In principe betaalt u de eerste 385 euro zorgkosten uit de basisverzekering zelf (behalve huisartsbezoek, dat is gratis). Maar verzekeraars mogen vrijstellingen geven, bijvoorbeeld als u een door de verzekeraar aangewezen (merkloos) medicijn gebruikt, of bij een specifieke aanbieder een cursus stoppen met roken volgt. De meeste verzekeraars bieden vrijstellingen, maar op verschillend vlak: de een scheldt het eigen risico kwijt bij fysiotherapie, de ander bij een dieetprogramma. U kunt nagaan of de zorg die u volgend jaar nodig hebt bij een verzekeraar is vrijgesteld van eigen risico.

4. Een aanvullende verzekering nemen bij een andere verzekeraar. Het aantal mensen dat een aanvullende verzekering afsluit (vaak voor tandzorg en fysiotherapie) daalt al jaren. Zo’n verzekering kost al snel enkele honderden euro’s per jaar en velen halen die kosten er niet uit. Toch zijn de meeste mensen nog steeds aanvullend verzekerd. Wie veel gebruik maakt van zorg die onder het aanvullende pakket valt, kan een drempel ervaren om over te stappen. Voor een aanvullende verzekering mag de verzekeraar u namelijk weigeren. En welke verzekeraar wil er nu een ‘dure’ klant bij? Maar er is goed nieuws: verzekeraars hebben beloofd geen verzekerden te weigeren voor een aanvullend pakket die bij hun oude verzekering een soortgelijk aanvullend pakket hadden. Wie een uitgebreide tandzorgverzekering heeft, kan die dus bij de concurrent ook krijgen.

5. Check uw zorgaanbieder. Hoe weet u of u nog bij uw vertrouwde zorgverlener of de dorpsapotheek terechtkunt als u overstapt? Elke zorgverzekeraar heeft op zijn website een ‘zorgvinder’ of ‘zorgzoeker’ waarin simpel is te vinden met welke zorgaanbieders de verzekeraar een contract heeft. Let wel op: nog niet alle contracten voor 2019 zijn bekend. Op de site zorgverzekeringskaart.nl staan samenvattingen van alle zorgpolissen. Sluit de betreffende verzekeraar met alle ziekenhuizen een contract af, of met een beperkt aantal? Hetzelfde geldt voor wijkzorg, apothekers en hulpmiddelen. Dat maakt het vergelijken makkelijker. Ook vindt u daar hoeveel de verzekeraar vergoedt als u naar een zorgverlener zonder contract gaat.

6. Reken uzelf niet rijk met een collectiviteitskorting, vaak aangeboden door hun werkgever of belangengroep. Twee op de drie verzekerden maken gebruik van zo’n korting op de zorgverzekering. Maar die korting is vaak schijn omdat er bij veel verzekeringen waarop zo’n korting wordt gegeven een hogere standaardpremie tegenover staat. Per saldo levert een collectiviteitskorting gemiddeld 36 euro per jaar op. En dat bedrag wordt elk jaar lager.

7. Hebt u een kloon? Een van de redenen waarom mensen geen zin hebben in overstappen, is dat het oerwoud aan polissen ze het overzicht beneemt. Maar een deel van die polissen is vrijwel identiek. Er zijn ‘slechts’ 55 standaardpolissen, en daarop zijn ruim 50.000 collectieven, labels en namen geplakt. Het kan dus heel goed zo zijn dat er een goedkopere ‘kloon’ is van uw polis. Dat betekent dat u kunt overstappen naar een goedkopere polis met (vrijwel) dezelfde voorwaarden. Denk aan UnitedConsumers, dat polissen van VGZ aanbiedt, maar wel 10 procent goedkoper. En wellicht kunt u bij uw huidige verzekeraar (meer) korting krijgen.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.