economie

‘Werknemers profiteren nauwelijks van groei’

Door ANP - 16 september 2016

UTRECHT (ANP) – De loonontwikkeling in Nederland blijft al sinds de eeuwwisseling achter bij de toename van de arbeidsproductiviteit. Mede daardoor hebben huishoudens gemiddeld nauwelijks meer te besteden gekregen, terwijl de economie wel is gegroeid, schrijft Rabobank in een vrijdag gepubliceerd rapport.

Economen van de bank scharen zich achter eerdere pleidooien, niet alleen van de vakbonden maar ook van onder meer De Nederlandsche Bank (DNB), voor hogere lonen. De loonruimte die werkgevers sinds 2000 onbenut hebben gelaten, komt volgens hun berekeningen op ruim 5 procent. Dat zou vertaald kunnen worden in een looneis van 0,3 procent per jaar.

Daarbij tekent Rabobank wel aan dat er grote verschillen zijn tussen sectoren. Vooral in de bouw, groothandel en transport is de arbeidsproductiviteit veel sterker toegenomen dan de lonen. Daar is dus ruimte voor bedrijven om hun mensen meer te gaan betalen.

Profijt

Een algemene loonstijging is dus niet de oplossing, maar bedrijven in sectoren waar wel loonruimte bestaat zouden die volgens Rabobank moeten benutten.

Minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem zei vrijdag dat er inderdaad ,,absoluut ruimte” is, maar niet overal. Het verschilt per sector en daarin ook nog wel hier en dan per bedrijf. Meer loon vindt hij wel een goede zaak: ,,Dat is goed voor de koopkracht en dus ook voor de economie.” Minister van Economische Zaken Henk Kamp, die de ministerraad voorzat, zegt ook dat er sectoren zijn waar ruimte is, maar ook sectoren die het minder gemakkelijk hebben. Hij wees erop dat we de laatste jaren, zeker met het oog op de export, wel ,,profijt hebben gehad van de beheersing van de kosten”.

MKB-Nederland noemde de opmerkingen van Rabobank ongehoord. ,,Ik vind zo’n opmerking van iedereen ongepast, maar van een economisch bureau van een bank al helemaal”, zei voorzitter Michaël van Straalen. ,,Wij horen nota bene van diezelfde bank dat zij zich zorgen maakt over het matige herstel van het rendement in het midden- en kleinbedrijf.”