economie

Knot: ondergrens voor spaarrente in zicht

Door ANP - 04 oktober 2016

AMSTERDAM (ANP) – De spaarrentes in Nederland kunnen niet veel verder meer omlaag. Volgens president van De Nederlandsche Bank (DNB) Klaas Knot is de ,,feitelijke ondergrens” in zicht. Op een gegeven moment komt er immers een niveau waarbij mensen hun geld liever contant aanhouden, en dat is waarschijnlijk niet iets waar de banken veel in trek in hebben.

Knot denkt dat banken ,,terughoudend” zullen zijn de vergoeding die zij rekenen voor het stallen van spaarcenten, nog veel verder omlaag te schroeven. Voor de banken is spaargeld namelijk erg belangrijk, aangezien het een stabiele financieringsbron is.

In Nederland is inmiddels een bank die een spaarrente rekent van 0,1 procent, terwijl de grootbanken 0,3 procent hanteren. Of de rente ook tot nul kan zakken of zelfs negatief kan uitkomen, durft Knot niet te zeggen. Dat blijft natuurlijk een commerciële afweging van die banken zelf, stelde de DNB-baas dinsdag in een toelichting op het Overzicht Financiële Stabiliteit van de toezichthouder.

Niet gratis

Wel wees hij erop dat het bewaren van spaargeld ,,in een oude sok” ook ,,niet gratis” is. Als mensen zouden besluiten om al hun spaargeld van hun rekening te halen en thuis te bewaren, zullen ze volgens Knot tevens moeten nadenken over de beveiliging, bijvoorbeeld via een kluis, en dat kost ook geld.

De aanhoudende lage rente op de financiële markten zet het verdienmodel van de banken zelf eveneens steeds meer onder druk. Doordat de rente op veel kredieten en hypotheken jaren geleden voor langere tijd is vastgezet, konden de rente-inkomsten de afgelopen jaren nog aardig op peil gehouden worden. Maar veel van die leningen lopen nu af.

Lagere winstcijfers

Knot denkt dat de lage rente zich in de loop van volgend jaar ook echt gaat vertalen in lagere winstcijfers in de kwartaalberichten van de banken. ,,Het is nieuw dat dit zo nadrukkelijk aan de oppervlakte komt.”

Het is daarbij aannemelijk dat de rente voorlopig laag blijft. DNB roept de financiële sector op zich hierop voor te bereiden. Dat kan bijvoorbeeld door kostenverlagingen door te voeren en door aandeelhouders niet meer zulke hoge rendementen te beloven.