economie

Waarom de Europese auto-industrie achterblijft bij Amerika en Japan

Door Rob Graumans - 01 oktober 2014

Terwijl de automarkt in de Verenigde Staten en Japan terug is op het niveau van voor de crisis, zijn de verkopen in Europa nog steeds 20 procent onder de piek van 2007. En de vooruitzichten zijn niet positief.

De autoverkopen in Nederland zijn in de eerste negen maanden van dit jaar met 5,5 procent gedaald ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar, zo blijkt uit cijfers van RAI Vereniging, Bovag en RDC.

In de rest van Europa gaat het niet veel beter, en het herstel zal vermoedelijk nog lang op zich laten wachten. Analyse-bureau IHS Automotive voorspelt dat de Europese vraag in 2020 nog steeds een miljoen voertuigen minder zal zijn dan het gemiddelde van voor 2008.

Maar waarom duurt het zo lang voordat de Europese automarkt hersteld is?

Export

‘Het weinige vertrouwen dat zich de afgelopen maanden had opgebouwd, is weggevaagd door de hele Rusland-situatie,’ zegt Arndt Ellinghorst, analist van ISI Group tegen persbureau Reuters.

Ten opzichte van een jaar eerder zijn de Russische autoverkopen in augustus met 26 procent gedaald. Dit komt vooral door de daling van de roebel, wat een gevolg is van de sancties van de Verenigde Staten en Europa tegen de Russische interventie in Oekraïne.

Maar ook de export naar China valt tegen. De voorspelling dat de Chinese automarkt in 2014 zou groeien met 11,2 procent is bijgesteld naar 7,9 procent. Dat is vooral een probleem voor autoproducenten als BMW, Daimler en Audi (van Volkswagen), die hoopten met China de tegenvallende verkopen in Europa gedeeltelijk goed te kunnen maken.

Frankrijk en Groot-Brittannië

Met name de Franse auto-industrie – met Peugeot en Renault – doet het slecht. Dit blijkt wel uit het feit dat Groot-Brittannië voor het eerst in decennia meer auto’s heeft geproduceerd dan Frankrijk, zo meent Reuters.

Deze ontwikkeling is grotendeels te herleiden naar het verschil in marktwerking binnen Groot-Brittannië en Frankrijk. Groot-Brittannië heeft de vrije markt en globalisatie omarmd, waardoor slecht-presterende bedrijven konden falen, en worden opgekocht door buitenlandse autoproducenten.

Frankrijk heeft de afgelopen decennia echter sterk geleund op een vorm van kapitalisme waarin de staat actief was betrokken. Franse politici zouden de auto-industrie vooral hebben gebruikt om banen te creëren.

Opgehoopte vraag

Peugeot – de grootste autoproducent van Frankrijk – is het meest gevoelig voor de matige vraag in Europa. Het bedrijf verkoopt 60 procent van zijn auto’s in Europa. De Europese vraag zal dan ook ‘de aantrekker voor ons herstel’ moeten zijn, zegt CEO Carlos Tavares van PSA Peugeot Citroen tegen Reuters.

Er is toch nog een lichtpuntje voor de Europese auto-industrie. De gemiddelde gebruikstijd van een auto is gestegen van 7,9 jaar voor de crisis naar 9 jaar erna. ‘Er moet zich toch een zekere vorm van opgehoopte vraag opbouwen in Europa,’ meent Max Warburton, analist van onderzoekbureau Bernstein Research.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.