economie

Nog even en CEO krijgt bonus omdat hij op tijd in het vliegtuig zit

Door Ron Kosterman - 10 maart 2015

Ron Kosterman constateert dat topmanagers vrij massaal hardleers zijn als het gaat om hun beloning.

Dat hoor je zelden. Topmanagers die vinden dat ze wel genoeg verdienen. Unilever-CEO Paul Polman en zijn financiële rechterhand Jean-Marc Huët zien af van de loonsverhogingen die hun commissarissen hun dit jaar dolgraag hadden gegeven. U leest er meer over in Unilevers jaarverslag over 2014 dat vorige week verscheen.

Wie cynisch is, zegt: ‘Da’s lekker makkelijk.’ Onderbetaald zijn de heren inderdaad niet. Polman toucheerde vorig jaar in totaal 8 miljoen euro, Huët 4,3 miljoen.

Toch is het opmerkelijk. Verhalen over topbeloningen gaan meestal over meer, meer en nog meer, en over excessen. Daar hebben de bestuurders en de commissarissen – zij die over die beloningen gaan – het ook naar gemaakt, natuurlijk.

Willekeur

Bij KPN deden ze recent nog een duit in die zak. CEO Eelco Blok kreeg 425.000 euro extra, omdat hij vorig jaar – we citeren de commissarissen – ‘een buitengewone managementprestatie’ heeft geleverd bij de ‘complexe en tijdrovende’ verkoop van de Duitse dochter E-Plus.

Pardon? Is dat niet gewoon zijn werk? Het is een ‘discretionaire’ beloning. In gewoon Nederlands: volstrekte willekeur en achter de rug om van aandeelhouders die wel mogen stemmen over algemeen beloningsbeleid.

Zo’n bonus kreeg Gerard Kleisterlee in 2006 ook toen hij bij Philips de chipdivisie verkocht. Er komt een dag dat een CEO wordt beloond, omdat hij altijd op tijd in zijn business­class-stoel zit.

Lees ook het laatste verslag van de commissie die toetst of beursfondsen de regels voor goed ondernemingsbestuur naleven. Daarin staat: ‘Beloningen blijft een aandachtspunt. Er is nauwelijks verbetering in de transparantie van vennootschappen over beloningen.’

Zulks meldt de commissie al een jaartje of tien. Topmanagers en commissarissen moeten zich schamen. Maar hulde aan de Unilever-top.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.