economie

SOMO: 2 miljoen euro subsidie om multinationals dwars te zitten

Door Fleuriëtte van de Velde - 30 maart 2015

Twee miljoen euro krijgt onderzoeks­instituut SOMO jaarlijks van het Rijk om tegenwicht te bieden aan ‘schadelijke praktijken van multinationals’. De vraag: waarom moet dit met belastinggeld?

Nederland is een belastingparadijs dat overheden in arme landen benadeelt. Farmaceutische bedrijven laten patiënten in ontwikkelingslanden na deelname aan ­medicijnonderzoek vaak aan hun lot over.

En: doordat bedrijven als IKEA in Nederland weinig tot geen belasting hoeven te betalen, betalen burgers en ‘eerlijke’ bedrijven extra veel. Het zijn zo maar wat opvattingen en bevindingen van SOMO, de Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen. Het is een kleine, relatief onbekende non-profit ‘kennis- en netwerkorganisatie’ die geen hoge pet op heeft van wereldwijd opererende bedrijven.

Sinds 1973 stelt SOMO, voortgekomen uit vredesbewegingen als Shalom en de radicaal-linkse organisatie X min Y, zich ten doel om multinationals ‘en de gevolgen van hun beleid voor mens en milieu wereldwijd’ kritisch te volgen.

Brievenbusfirma’s

Door onderzoek naar bedrijven en branches wil het in Amsterdam gevestigde SOMO maatschappelijke organisaties (zoals vakbonden en milieuclubs) wereldwijd in staat stellen ‘een tegenwicht te bieden aan schadelijke strategieën en praktijken van multinationale ondernemingen’.

SOMO krijgt daarvoor jaarlijks zo’n 2 miljoen euro subsidie van het ministerie van Buitenlandse Zaken, de grootste financier van de organisatie. Uit het jaarverslag 2013 blijkt dat SOMO dat jaar zo’n 3 miljoen euro inkomsten had: 75 procent kwam van het Rijk, 6 procent verdiende SOMO zelf: met onderzoeken in opdracht van organisaties als vakcentrale FNV.

SOMO noemt zich een watchdog. Zo doet ze lokaal onderzoek naar misstanden in de kledingindustrie in landen als Bangladesh, en roept ze bedrijven als H&M op daar meer tegen te doen. De laatste jaren richt SOMO zich ook op economische hervormingen. Zij voert strijd tegen brievenbusfirma’s en belastingverdragen die nadelig zouden uitpakken voor overheden in arme landen.

Verkwist

Deze week nog kwam SOMO met een rapport over belastingontwijking door een in Griekenland actief Canadees mijnbouwbedrijf via een brievenbusfirma in Nederland. Legaal, benadrukte het bedrijf in een reactie. SOMO beweert dat Nederland, vanwege zijn fiscale regelgeving, het herstel van de Griekse economie ondermijnt: ‘Door schulden geteisterd Griekenland dupe van belastingontwijking via Nederland’, was de kop van het persbericht.

Griekenland zou ‘miljoenen’ aan belastinggeld mislopen. Dat lijkt veel, maar valt in het niet bij de tientallen miljarden die opeenvolgende Griekse regeringen door wanbeleid hebben verkwist.

SOMO werkt samen met het aan de radicaal-linkse Griekse regeringspartij Syriza gelieerde Nicos Poulantzas Instituut uit Athene (genoemd naar een marxistische wetenschapper) dat zich ten doel stelt ‘socialisme met democratie en vrijheid te bevorderen’.

Stemmingmakerij

Nederland is een ‘doorsluisparadijs’ en het kabinet doet te weinig om multinationals die elders mensenrechten schenden, uit ons land te weren, stelde SOMO in 2013. Werk­geversorganisatie VNO-NCW vond het ‘pure stemmingmakerij’ en stelde dat Nederlandse bedrijven en de overheid zich wel degelijk inspannen op het gebied van maatschappelijk verantwoord ondernemen.

SOMO is ook fel tegen het Europees-Amerikaanse vrijhandelsverdrag TTIP, waarover wordt onderhandeld en dat moet leiden tot meer handel en lagere prijzen voor consumenten. SOMO heeft kritiek op het vermeende geheime karakter van de onderhandelingen en behoort tot de tegenstanders van de clausule die bedrijven in staat stelt overheden aan te klagen.

Zij keert zich ook tegen PvdA-minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking Lilianne Ploumen. Zij beweert dat TTIP wereldwijd 2,2 miljoen banen oplevert; SOMO bestrijdt dat.

Kwaad daglicht

Bij linkse partijen in de Tweede Kamer – zoals ChristenUnie, SP, PvdA en GroenLinks – vindt SOMO, dat ‘beïnvloeding van stakeholders, zoals beleidsmakers’ tot haar missie rekent, een gewillig oor. Zij stellen geregeld Kamervragen naar aanleiding van SOMO-rapporten. De inhoud ervan sluit vaak naadloos aan op hun eigen opvattingen.

In werkgeverskringen zorgen de activiteiten van SOMO voor gefronste wenkbrauwen. SOMO zou Nederland internationaal in een kwaad daglicht stellen door het stelselmatig af te schilderen als een ‘belastingparadijs’. Terwijl het land geen wetten overtreedt.

De belangenbehartiger van het Amerikaanse bedrijfsleven in Nederland, AmCham, is niet te spreken over de subsidie aan SOMO.

‘De overheid doet veel moeite om buitenlandse bedrijven hierheen te halen en tegelijkertijd wordt dit soort clubs, met een diepgewortelde afkeer van het bedrijfsleven, gesubsidieerd,’ zegt AmCham-directeur Patrick Mikkelsen (41). ‘Het is prima dat het bedrijfsleven tegengas krijgt, maar waarom op kosten van de belastingbetaler?’

Waakhondfunctie

Ronald Gijsbertsen (39), directeur van SOMO, vindt de subsidie legitiem. ‘De overheid weet niet alles. Zij nodigt partijen, zoals SOMO, actief uit om onderzoek te doen. Wij wijzen ze op maatschappelijke consequenties van bepaalde plannen. Ploumen is ­
blij met onze kritiek, het draagt bij aan een coherenter beleid. En wij hebben een waakhondfunctie. Onze onderzoeken leiden tot Kamervragen, waarna de minister actie onderneemt. Ook bedrijven nemen onze onderzoeken serieus.’

Minister Ploumen laat via een woordvoerder weten dat zij SOMO een ‘constructief-kritische partner’ vindt. De activiteiten van SOMO passen in het beleid om ‘het maatschappelijk middenveld te versterken’.

SOMO, dat 35 medewerkers heeft, noemt zichzelf ‘onafhankelijk, maar niet waardenvrij’. Gijsbertsen vindt het niet botsen dat een onderzoeksbureau dat overheidssubsidie krijgt een eigen agenda heeft. ‘Ons onderzoek is waardenvrij, maar onze onderzoeks­keuze niet. Zo doen we geen onderzoek naar hoe een bedrijf de winst kan maximaliseren, dat vinden we niet interessant.’

Hongerlonen

Daarbij doet SOMO bewust aan naming and shaming. Zo publiceerde SOMO in 2011 het rapport Bitter Fruit, waarin het supermarktketen Albert Heijn aan de schandpaal nagelt. ‘Hongerlonen, extreem lange werkdagen en geen vakbond die voor je op kan komen: het is de bittere bijsmaak van veel groenten en fruit bij Albert Heijn,’ stelde het persbericht.

Volgens SOMO was sprake van slechte arbeidsomstandigheden bij bedrijven in landen waar Albert Heijn vruchten inkoopt, zoals Peru en Egypte.

Het rapport kreeg veel media-aandacht. Albert Heijn zei destijds zich ‘niet te herkennen’ in het rapport. SOMO erkende dat Albert Heijn beleid voerde om misstanden in de keten tegen te gaan, maar vond dat dat te weinig vruchten afwierp. Schadelijk voor het imago van Albert Heijn, te meer daar andere supermarkten niet aan bod kwamen.

Albert Heijn was er uitsluitend uitgepikt omdat het ‘de grootste supermarktketen is en dat het daarom een grote verantwoordelijkheid heeft’, schreven de onderzoekers.

Diefstal

Over zijn visie is Gijsbertsen duidelijk. Bij bedrijfskunde leren studenten niet anders dan ‘stelen’, zei hij in 2013 tegen het Nederlands Dagblad. ‘Je leert de winst te verdelen over verdere jaren zodat je zo weinig mogelijk belasting betaalt.’ Nu zegt hij daarover: ‘Ik zeg niet dat de indivi­duele manager een dief is, maar collectief creëren we een systeem van misleiding, uitbuiting en uitputting. Het is maatschappelijke diefstal.’

Dat lijkt een adequate samenvatting van de kijk op de wereld van SOMO.

Elsevier nummer 14, 4 april 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.