economie

De werknemer van vroeger heet nu ‘een bedrijf’

Door Servaas van der Laan - 15 april 2015

In Nederland is op dit moment een recordaantal bedrijven gevestigd. Maar die stijging hebben we bijna uitsluitend te danken aan de opkomst van eenmanszaken

Uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) blijkt dat er op dit moment bijna 1,5 miljoen bedrijven in Nederland zijn gevestigd. Dat is een record. In 2014 zijn er ruim 65.000 bedrijven bijgekomen, dit jaar alweer bijna 12.000 duizend.

Dat klinkt hoopgevend voor de economie.

Maar volgens het CBS moeten we die stijging wel in perspectief zien. Het overgrote deel wordt veroorzaakt door de opkomst van de eenmanszaken. Door de crisis zagen veel voormalige medewerkers in loondienst zich genoodzaakt hun werkzaamheden voort te zetten als zelfstandige. Sinds 2010 is het aantal kleine bedrijven (onder de vijftig werknemers) flink toegenomen. Het aantal middelgrote en grote bedrijven nam daarentegen juist af.

Sinds 2010 kwamen er 225.000 eenmanszaken bij. Nederland heeft op dit moment ruim 1,1 miljoen euro zogenoemde zzp’ers.

Belastingvoordeel

Vorig jaar schreef het Centraal Planbureau (CPB) dat werknemers er vaak voor kiezen om zzp’er te worden omdat ze dan

kunnen profiteren van een aantal belastingvoordelen. Zelfstandigen zonder personeel hoeven minder belasting te betalen. Dankzij de zelfstandigenaftrek mogen ze de eerste 7.280 euro belastingvrij verdienen.

Zzp’ers vragen zich niet zozeer af of ze geschikte ondernemers zijn als ze voor zichzelf beginnen. Volgens het CPB hebben de fiscale voordelen een ‘aanzuigende werking op de zzp-status’. Het bureau pleit dan ook voor een omvorming van de zelfstandigenaftrek.

Pensioen

Uit het discussiestuk blijkt ook dat veel zzp’ers niet goed verzekerd zijn voor arbeidsongeschiktheid en (te) weinig sparen voor hun pensioen. Vanaf volgend jaar kunnen zelfstandigen ook belastingvrij een pensioen opbouwen.

Ze krijgen een eigen pensioenfonds en mogen zelf weten hoeveel ze daar inleggen.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.