economie

De windmolens op zee kunnen niet tegen zout

Door Michiel Dijkstra - 21 april 2015

Michiel Dijkstra, economieredacteur van Elsevier, toog naar IJmuiden om te kijken of de windmolens in de Noordzee al zichtbaar scheef staan.

Vanaf de Zuidpier bij de haven van IJmuiden zijn ze goed te zien: de windmolens van het Prinses Amaliawindpark, dat 23 kilometer van de kust in zee ligt.

Er ­hangen Van Ruysdaelachtige wolken ­boven de Noordzee en er waait een koude wind, maar het zicht is helder. Af en toe licht een windmolen op als een zonnestraal zich een weg door het wolkendek weet te banen.

De molens in het offshore windpark staan scheef, berichtten kranten vorige week. Ze staan op heipalen die in de zeebodem zijn geslagen: de cementlijm die is gebruikt om ze vast te zetten, kan niet tegen zout. En golven. En de harde wind.

Eneco, eigenaar van het windpark, trekt 47 miljoen euro uit om te voorkomen dat de zestig molens omwaaien. Vanaf de pier lijken ze allemaal nog fier overeind te staan.

Duur leergeld

Volgens Eneco zelf staan de windmolens helemaal niet scheef. Woordvoerder Toby Ellson zet dit graag recht: ‘De molens zakken naar beneden, niet uit het lood. Het probleem is dat, door de loslatende cementlijm, ijzer op ijzer kan gaan rusten.’ Dat gaat schuren en dan kunnen ze snel slijten.

De kosten zijn er niet minder om. Het gaat om miljoenen, maar dat heeft volgens Ellson geen gevolgen voor de investeringen in nieuwe windmolenparken. Het bedrijf legt nog een park aan bij Noordwijk.

Daar past Eneco een ­andere technologie toe om de windmolens op de heipalen vast te zetten. ‘Het is wel duur leergeld.’

Een oudere vrouw – bergschoenen, windjack, wollen muts en verrekijker – die op de pier vogels aan het spotten is, moet ­lachen als ze het verhaal over de scheve windmolens hoort. ‘Het zal niet goedkoop zijn om molens op zee te plaatsen,’ zegt ze als ze hoort dat het Eneco 47 miljoen euro kost.

‘Oh, is dat alleen om ze weer recht te zetten? Dat is veel geld.’

Elsevier nummer 17, 25 april 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.