economie

Dijsselbloem over ABN AMRO: ‘Ik ben tekortgeschoten’

Door Elif Isitman - 09 april 2015

De fracties in de Tweede Kamer zijn kritisch over de salarisverhogingen van de ABN AMRO-top. Er is echter geen meerderheid in de Kamer die de topbestuurders hierom wil wegsturen.

Dit bleek tijdens het Kamerdebat over de ABN AMRO-affaire. De Kamer is ook wantrouwend ten opzichte van minister Jeroen Dijsselbloem van Financiën: velen vragen zich af wat er zich achter de schermen heeft afgespeeld tussen de minister en de bank.

Eerder en harder

Zo vroeg SP-Kamerlid Arnold Merkies zich af waarom de minister niet ‘eerder en harder’ tegen de bank heeft gezegd dat de salarisverhogingen niet door de beugel konden, en waarom hij de Tweede Kamer hier niet van op de hoogte stelde.

Dijsselbloem gaf daarin toe te zijn ‘tekortgeschoten’. Hij zei dat hij vorig jaar op 2 oktober in een Kamerdebat duidelijk had willen zeggen dat de ABN-top over 2014 aanspraak had gemaakt op de eerder afgesproken salarisverhoging van 100.000 euro.

Volgens Dijsselbloem realiseerde hij zich pas na het Kamerdebat dat hij toen niet duidelijk genoeg was geweest, toen hij zijn verbazing over het feit dat de Kamer niet meteen was opgesprongen, deelde met een medewerker. ‘Ik ben daarin tekortgeschoten, dat vond ik zelf ook,’ aldus Dijsselbloem.

Klemmend

Minister Dijsselbloem zei tijdens het debat vorig jaar te hebben overwogen om de raad van commissarissen weg te sturen vanwege de het plan voor de salarisverhogingen. Naar eigen zeggen heeft de minister dat toen niet gedaan omdat hij erachter kwam dat de bankentop zich hield aan een eerder besluit dat was goedgekeurd door zowel de Kamer als door het ministerie van Financiën. ‘Op grond daarvan iemand naar huis sturen vind ik niet juist,’ aldus Dijsselbloem.

Hij zou wel meerdere malen een ‘klemmend beroep’ op de raad van bestuur en raad van commissarissen hebben gedaan om van de salarisverhogingen af te zien, maar die zouden daar toen niet toe bereid zijn geweest. Hoe fel hij ook tegen de verhoging was, hij kon niet anders dan erkennen dat de ABN AMRO-top zich hield aan eerder goedgekeurde wetgeving, zo luidde het verweer van de minister.

Dreigement

De fracties van CDA, D66 en ChristenUnie wilden verder weten of Dijsselbloem in eerdere gesprekken met de  bank ook heeft gedreigd met het uitstellen van de beursgang.

Het antwoord van Dijsselbloem hierop was ‘nee’. Dat zou volgens hem ‘oneigenlijk’ zijn geweest. Wel gaf hij toe dat de commotie die twee weken geleden ontstond nog veel groter was dan hij ooit had verwacht. Deze onrust leidde ertoe dat Dijsselbloem, in overleg met premier Mark Rutte en vicepremier Lodewijk Asscher, besloot het besluit over de beursgang vooralsnog niet aan de ministerraad voor te leggen.

VVD-Kamerlid Aukje de Vries vindt de salarisverhogingen bij ABN AMRO een ‘onverstandig besluit’, maar vindt desondanks toch dat de bank zo snel mogelijk naar de beurs moet. De meeste andere fracties willen daar mee wachten.

Dijsselbloem maakte de garantie dat zolang de Staat nog één aandeel van ABN AMRO bezit, de ABN AMRO-top niet alsnog aanspraak zal maken op de salarisverhogingen. Volgens Dijsselbloem is die ‘harde afspraak’ gemaakt met de raad van bestuur en de raad van commissarissen. Had het anders gekund? Volgens de minister wel, maar alleen als hij de raad van commissarissen had ontslagen, en dat vond hij ‘te ver gaan en niet kunnen’.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.