economie

Handelsverdrag TTIP is meer dan de gevreesde chloorkip

Door Paul de Hen - 03 april 2015

TTIP leidt tot verhitte debatten tussen voor- en tegenstanders. Cruciaal is niet de vraag of we straks Amerikaanse ‘chloorkip’ eten, maar wie recht spreekt bij conflicten tussen bedrijven en overheden.

TTIP is een afkorting die niemand lijkt te begrijpen, maar het is wel een begrip dat de gemoederen steeds meer verhit. De onderhandelingen over een veelomvattend handels- en investeringsverdrag tussen de Europese Unie (EU) en de Verenigde Staten zijn in twee jaar veranderd van een eersteklas geeuwthema in een bron van grote opwinding.

Critici klagen steeds luider over de onderhandelingen over het Transatlantic Trade and Investment Partnership (TTIP dus, spreek uit als ‘tie-tip’), die naar hun smaak te veel in achterkamertjes worden gevoerd. Over de gevolgen van TTIP doen de wildste verhalen de ronde: de Amerikanen zullen ons hun ‘chloorkippen’ of genetisch gemodificeerde gewassen opdringen.

Maar het meest omstreden is het voornemen om in TTIP een zogenoemde ISDS-­regeling op te nemen. Deze afkorting staat voor Investor-State Dispute Settlement, een regeling die het investeerders mogelijk maakt om conflicten met overheden over handel of regels buiten de gewone rechter om te laten beslechten door een tribunaal dat wordt bemand door drie juristen. Zij nemen gezamenlijk een besluit.

Protesteren

Van geheimhouding over TTIP is intussen geen sprake meer. In 2013 werd er nog van uitgegaan dat de onderhandelaars in stilte en met geheim mandaat aan het werk zouden gaan, net als bij eerdere handelsverdragen.

Onder druk van de onrust – en niet alleen bij antiglobalisten, die altijd protesteren tegen de gevolgen van vrijhandel – heeft de Europese Unie het onderhandelingsmandaat waarmee zij de Amerikanen tegemoet treedt in oktober 2014 op haar website gezet. Het was immers toch al uitgelekt.

Democratische controle komt pas als er een eindresultaat op tafel ligt. Het is echter lastig om een ontwerpverdrag te amenderen dat is uitonderhandeld. De Europese Commissie onderhandelt in overleg met de regeringen van de EU-lidstaten. Daarna moeten zowel de handelsministers van de lidstaten als het Europees Parlement oordelen, plus alle 28 nationale parlementen.

De Europese Commissie bezweert dat zij bij een handelsverdrag met de Verenigde Staten niet zomaar Europese voedselnormen en veiligheidsregels zal opgeven. Dus geen in een chloorbad gereinigde kippenbouten, laat staan vrije toegang voor genetisch gemodificeerde gewassen die sommige Europeanen vrezen.

Vergaande samenwerking tussen toezichthouders en regelgevers aan weerszijden van de Atlantische Oceaan staat wel hoog op de agenda. Met verlaging van de invoerrechten, vanouds het hoofddoel van handelsverdragen, is immers niet veel meer te winnen. Die zijn al extreem laag.
Het bedrijfsleven kijkt uit naar betere samenwerking tussen bijvoorbeeld voedsel- en warenautoriteiten of toezichthouders op geneesmiddelen, zodat dure testprocedures niet langer dubbel hoeven te worden uitgevoerd als een Europese ondernemer naar Amerika wil exporteren, of omgekeerd.

Niet uitzonderlijk

ISDS is doelwit bij uitstek van veel critici omdat de bevoegdheid van overheden zelf regels te maken daardoor zou kunnen worden ingeperkt. Wie is de baas als een investeerder klaagt over een nieuwe regel? Het land dat de regel heeft gemaakt, of de investeerder?

ISDS is geen uitzonderlijke procedure. De regeling wordt veel toegepast; niet alleen door westerse industrielanden, ook een land als China spreekt ze vaak af. West-Europese landen hebben veel investeringsverdragen inclusief ISDS met landen buiten de eigen regio. Nederland alleen al heeft er 92.

Tussen de Verenigde Staten en 19 van de 28 EU-lidstaten bestaan geen speciale afspraken over geschillen met investeerders. Dat heeft investeringen niet merkbaar belemmerd, maar de Europese Commissie betoogt dat er problemen kunnen ontstaan, juist door de nieuwe mogelijkheden die TTIP voor EU-bedrijven ­creëert. De Amerikanen willen ISDS graag opnemen in TTIP.

ISDS houdt in essentie in dat een investeerder die een conflict krijgt met een overheid in het buitenland niet de rechter in dat land hoeft in te schakelen. Hij kan verlangen dat een arbitragetribunaal wordt gevormd. Dat bestaat  uit drie juristen: één namens de klager, één namens de overheid en één neutrale voorzitter.

In 2014 waren er ten minste 42 van dit soort arbitragezaken, in toenemende mate geschillen tussen bedrijven en overheden van ontwikkelde landen. Opmerkelijk, want ISDS was aanvankelijk bedoeld om investeerders te beschermen tegen onbetrouwbare rechtspraak in landen met een zwak rechtsstelsel.

Volgens VN-organisatie UNCTAD beslisten de tribunalen afgelopen jaar in ruim één op de drie gevallen ten gunste van de overheid, in een kwart ten gunste van de investeerder. De rest eindigde in een compromis.  De tribunalen zijn kennelijk niet zomaar op de hand van het bedrijfsleven.

Ook serieuze juristen hebben kritiek op het systeem. In 2014 zette de Europese Commissie een vragenlijst online over bescherming van investeerders bij TTIP. Dat leidde tot 149.000 reacties, de meeste georkestreerd door organisaties die TTIP verafschuwen en er campagne tegen voeren.

Er was ook een zeer kritische reactie getekend door 120 docenten aan juridische faculteiten in en buiten de EU. De Nederlander Harm Schepel, hoogleraar economisch recht aan de Britse University of Kent, was een van de initiatiefnemers.
Griekenland

Investeerders

De juristen vinden dat de tribunalen ‘bijna iedere bepaling’ in de investeringsverdragen waarover zij oordelen te ruim uitleggen. Schepel zegt dat de tribunalen heel vaak naar elkaars uitspraken verwijzen en zo bezig zijn een eigen jurisprudentie op te zetten. Die beperkt overheden in hun mogelijkheden regels te maken waarvan investeerders last hebben.

Schepel: ‘Achter de schermen en in de schaduw van het recht wordt zo een norm ontwikkeld waarmee bedrijven overheden kunnen confronteren als zo’n overheid een plannetje ontwikkelt om iets te reguleren.’

Bovendien is in de eerste plannen voor TTIP voorzien dat beleggers in overheidsschulden ook een beroep op ISDS kunnen doen. Dat kan problemen opleveren als een EU-land in financiële problemen zijn schulden aan particulieren niet volledig aflost – zoals Griekenland deed, aangespoord door de andere EU-lidstaten. Via ISDS zouden overheden dan kunnen worden gedwongen het geld toch volledig terug te betalen.

De Europese Commissie is niet doof voor de bezwaren en wil daarom de arbitrage beter regelen. Hoe en of ISDS in het verdrag komt, wordt later beslist. In reactie op alle commotie kwam een groep van zeven sociaal-democratische ministers, onder wie de Nederlandse Lilianne Ploumen en de Duitse vicebondskanselier Sigmar Gabriel, met een notitie over onder meer ISDS. Zij doen voorstellen om ervoor te zorgen dat overheden voldoende zeggenschap houden. Op den duur zou een permanent arbitragehof een oplossing zijn.

Eurocommissaris Cecilia Malmström, verantwoordelijk voor de onderhandelingen, heeft in het Europees Parlement aangekondigd dat het recht van regeringen om beleid te maken en te veranderen uitdrukkelijk in TTIP moet worden opgenomen. Als dat gebeurt, lijkt het grootste bezwaar tegen het verdrag van tafel.

Elsevier nummer 15, 11 april 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.