economie

Het publiek vergrijst, dus de markt zoekt naarstig naar jonge klanten

Door Lennaert Lubberding - 03 april 2015

De markt moet zichzelf opnieuw uitvinden. Bezoekers en kooplui vergrijzen. De toekomst? Een groot warenhuis in de openlucht.

De markt heeft het zwaar. De opmars van ‘graai’- en webwinkels, de tweeverdienerscultuur, verruimde openingstijden van supermarkten, de crisis – erg bemoedigende tijden zijn het niet voor de straatmarkten.

Vooral de non-foodsector – onder meer textiel en cosmetica – staat onder druk, zegt Henk Achterhuis (63), voorzitter van de Centrale Vereniging voor de Ambulante Handel (CVAH). ‘Ondernemers van non-foodkramen kunnen niet opboksen tegen de opkomst van discounters als Action, Primark en Lidl. Die bieden producten aan voor prijzen waarvoor onze jongens niet eens kunnen inkopen.’

De tijd dat op de markt uw gulden een daalder waard was, is in alle opzichten voorbij. Ook in de foodsector – eten, goed voor tweederde van de marktomzet – kan de markt zich nauwelijks meer op prijs onderscheiden. Achterhuis: ‘Drie bloemkolen voor 1 euro is niet meer van deze tijd.’

Profileren

‘In vergelijking met tien jaar geleden moeten we harder werken,’ zegt Wim Kwakkel (54), van Kwakkel’s groente- en fruithandel uit Oosterwolde, marktkoopman sinds 1973.

‘Het publiek gaat gerichter op pad. Marktkooplui beseffen dat ze moeten veranderen. Je moet een strategie kiezen en daarin uitblinken. Wij onderscheiden ons met kwalitatieve, verse producten. Als je niet kiest voor een duidelijke strategie, red je het niet.’

Juist in deze tijd zou de markt zich meer moeten profileren, denkt Kwakkel: ‘Net als de supermarkt moeten we van de daken schreeuwen wat we hebben en hoe goed we zijn.’

Webshops

Een marktkoopman moet zich nog elke dag bewijzen en daardoor als geen ander wendbaar en creatief zijn. Bovendien vergt het discipline. Chris van Koerten (56) van Hollands Kaascentrum staat al dertig jaar elke werkdag om 5:00 uur op, weer of geen weer. ‘Ik kan het niet maken om een keer niet te komen omdat het regent of waait. Klanten rekenen op me.’

De markt probeert met pinautomaten, webshops en soms zelfs Twitter en Facebook wel met zijn tijd mee te gaan, maar de marktbezoekers vergrijzen flink.

‘Wij richten ons vooral op 55-plussers, een steeds groter wordende groep die ook wel wat te besteden heeft,’ zegt Lammert Sneller (65), al achttien jaar marktmeester in Elburg. ‘Die kun je beter op acties attenderen met een folder in de brievenbus dan via Twitter.’

Tweeverdieners

Op de dinsdagochtendmarkt in het Gelderse stadje overheerst ‘grijs’. Langs de veertig kramen op het tot marktplein omgetoverde parkeerterrein lopen vooral 60-plussers.

Sneller: ‘Het wordt steeds lastiger om jonge consumenten naar de markt te krijgen. Zeker tweeverdieners komen voor hun  boodschappen nog maar zelden naar de markt. En als ze al gaan, is het in of vlak voor het weekeinde, niet op dinsdagochtend.’

Ook in de branche zelf slaat de vergrijzing toe. In tien jaar is het aantal ondernemers in de ambulante handel gehalveerd tot net iets meer dan tienduizend begin 2015. Achterhuis: ‘Veel ondernemers lopen tegen hun houdbaarheids­datum aan en de aanwas van jonge marktkooplui laat te wensen over.’

Spelregels

De markt moet dan ook een ‘tweede jeugd’ in, denkt Achterhuis, zelf groot pleitbezorger van modernisering van de markt. ‘Geen markten met tien dezelfde kramen die elkaar kapot concurreren, maar gevarieerde markten afgestemd op wat de consument zoekt.’

Omdat de markt in de openbare ruimte wordt gehouden, is de gemeente traditioneel de organisator. ‘Ze zetten iemand een pet op en noemen hem marktmeester. Die bepaalt de spelregels,’ zegt Achterhuis. ‘Dat kan veel professioneler en  vooral commerciëler.’
Niet de gemeente moet de markt aansturen, maar een commerciële marktmanager, die de namens de kooplui de belangen van de markt behartigt.

‘Iemand met ervaring in de retailsector die de markt aanstuurt als een warenhuis, die weet hoe hij de markt met marketing en promotieacties op de kaart zet.’ Ondernemers die zich aanmelden met een product dat er nog niet is, kunnen voorrang krijgen.

En als er meer gegadigden zijn, kunnen ze solliciteren. ‘De marktmanager kijkt dan wie het beste in het concept past.’

Ieder voor zich

De marktkooplieden moeten in de nieuwe situatie zelf de veiligheid waarborgen en zorgen voor goede hygiëne. ‘Zo blijft er geld over om activiteiten te organiseren om meer mensen naar de markt te krijgen.’ Inmiddels zijn zo’n 50 van de 968 markten in Nederland verzelfstandigd en kloppen steeds meer gemeenten bij de CVAH voor begeleiding.

Volgens Achterhuis valt het nog niet mee om de neuzen van de marktkooplui dezelfde kant op te krijgen. Op de markt geldt immers nog altijd het credo ‘ieder voor zich’. ‘Het zijn stuk voor stuk zelfstandig ondernemers die op de markt werken, allemaal eigen baas, allemaal eigenheimers.’

Elsevier nummer 15, 11 april 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.