economie

Ik heb een te hoog bod uitgebracht op een huis: wat te doen?

Door Heidi Klijsen - 06 april 2015

Elke week geven drie deskundigen antwoord op vragen van lezers over financiële en juridische kwesties.

In 2002 verhuisden we naar Azië voor werk van mijn man. In 2010 kwamen we even terug, zodat hij zich weer kon inschrijven bij de Sociale Verzekeringsbank (SVB). Hij bouwt AOW op en we krijgen kinderbijslag. Daarna vertrokken we weer. M’n echtgenoot staat in Nederland op de payroll. Ik kan me niet inschrijven bij de SVB en bouw geen AOW op. Waarom? M.C., Amsterdam

 

Rob Goedhart – Pensioendeskundige en eigenaar van Rob Goedhart Kennismanagement persoonlijke financiën
In de opmaat naar de jaren negentig van de vorige eeuw besloot de overheid – onder de bekende slogan ‘een slimme meid is op haar toekomst voorbereid’ – dat de AOW een individueel recht is. Het maakt dus niet meer uit of u een man of een vrouw bent en of u gehuwd bent of ongehuwd samenwoont.

Omdat de AOW-uitkering vroeger wel afhankelijk was van de man is er nog vele jaren een overgangsregeling geweest. Daarom kon iemand die een AOW-uitkering ontving, een toeslag krijgen als er een jongere partner was zonder inkomen of met maar weinig inkomen. Die regeling is echter met ingang van dit jaar voor ‘nieuwe gevallen’ stopgezet.

Om AOW-rechten te kunnen opbouwen, moet u zelf in Nederland wonen. Of vanuit Nederland in het buitenland werk verrichten. Aan deze beide eisen voldoet u niet of niet meer.

Maar waarom zou u zo hangen aan die opbouw van AOW vanuit het buitenland? Het kost vaak een hoop premie en de uitkering is onzeker. Kijk maar naar wat er nu in een paar jaar gebeurt met de verhoging van de AOW-leeftijd, waardoor het langer duurt voor iemand de uitkering krijgt. Geld opzijzetten voor een eigen potje voor later is misschien wel slimmer.

 

Mijn man overleed in 2013. Ik kreeg het vruchtgebruik van ons huis. De helft is van mij, de rest van de kinderen. Wij waren niet in gemeenschap gehuwd. De hypotheek loopt in 2018 af. Nu de rente laag is, wil ik graag oversluiten. Heb ik toestemming nodig van de kinderen? M.H., Vijfhuizen

 

prof.mr.dr. Bernard Schols – hoogleraar successierecht en belastingen van rechtsverkeer aan de Radboud Universiteit Nijmegen
Na overlijden gaat het vermogen, waaronder de hypotheekschuld, over op de erfgenamen, in dit geval de echtgenote en de kinderen. In een testament kan een afwijkende regeling getroffen zijn, meestal ter bescherming van de langstlevende echtgenoot.

In langstlevendentestamenten zijn twee varianten te onderscheiden. In de eerste variant gaat het om de toedeling van de goederen in eigendom, waarbij de ontvanger de bevoegdheid heeft om hierover te beschikken. In de tweede variant gaat het om het toekennen van de bevoegdheid om de goederen (slechts) te gebruiken: ofwel het recht van vruchtgebruik. Dat laatste is bij u het geval.

Vruchtgebruik wordt vaak gebruikt om goederen in de familie te houden, omdat het eindigt bij overlijden. Als vruchtgebruiker hebt u geen bevoegdheid om over de goederen te beschikken, tenzij dit uitdrukkelijk in het testament staat. De bank zal dan alleen zaken willen doen met alle gerechtigden tot de nalatenschap.

 

Wij zoeken een nieuw huis. In zijn enthousiasme heeft mijn man een te hoog bod uitgebracht. Ik schrok daarvan en heb meteen met de verkopende makelaar gebeld dat ik het introk. Het is goed afgelopen, maar wat was er gebeurd als de verkoper had toegehapt? J.K., Breda

 

mr. Kristien Aerts-de Kok – Advocaat civiel onroerend goed bij RST Advocaten in Breda
Een koopovereenkomst voor een woning waarvan de koper een particulier is, is alleen geldig als deze schriftelijk is aangegaan. Een mondelinge overeenkomst is voor deze koop dus een ongeldige overeenkomst.

Als de verkoper had ingestemd met uw bod was er weliswaar overeenstemming over de prijs geweest, maar had de verkoper u niet kunnen dwingen een schriftelijke koopovereenkomst te sluiten. Onder zeer bijzondere omstandigheden kan er wel een schadevergoedingsplicht ontstaan.
Zelfs als er volledige overeenstemming zou zijn geweest tussen u en de verkoper, en de afspraken waren vastgelegd in een koopovereenkomst, dan had u nog altijd drie dagen bedenktijd gehad.

Dit houdt in dat u nog drie dagen na het moment dat de koopovereenkomst aan u is overhandigd, het recht hebt deze te ontbinden. U hoeft daarvoor geen reden te geven. Kortom: u zou in dit geval twee ‘escapes’ hebben gehad.

Elsevier nummer 15, 11 april 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.