economie

The Greenery snijdt opnieuw in eigen vlees. Waarom eigenlijk?

Door Nic Vrieselaar - 03 april 2015

De grootste groenten- en fruithandelaar van Nederland, The Greenery, kampt al jaren met krimpende omzetten en dalende winsten. Ook 2014 was een weinig florissant jaar voor het bedrijf, en het maakte gisteren bekend dat het dit jaar opnieuw moet ‘desinvesteren’.

De Russische boycot sinds de zomer van 2014 hakt er flink in bij Nederlandse groente- en fruittelers, maar met de sector gaat het al tijden slecht. Het grootste probleem? De versnipperde markt.

Er zijn tientallen coöperaties, verengingen en handelsbedrijven zoals The Greenery die met elkaar concurreren om een plekje in de supermarkt. De paar afnemers die er zijn, voornamelijk grote supermarktconcerns zoals Jumbo en Albert  Heijn, kunnen daardoor bodemprijzen bedingen.

Paprikatelers

Uit onvrede over de lage prijzen voor hun groenten en fruit zoeken veel telers hun heil elders. Zo verloor The Greenery eind 2013 een aantal belangrijke telers. Een paar maanden terug stapten nog enkele paprikatelers op. De omzet van het bedrijf, dat in handen is van een coöperatie van bijna zeshonderd telers, staat daardoor flink onder druk.

In 2011 zette The Greenery nog ruim 1,6 miljard euro om. Uit het jaarverslag over 2014 dat deze week uitkwam, bleek de omzet in 2014 nog maar 1,1 miljard euro.

Reorganisatie

Voor het bedrijf reden om de laatste jaren te snijden in de organisatie. Zo gingen in 2014 zo’n 350 banen weg, dit jaar verdwijnen er sowieso nog eens 60. The Greenery verkocht ook zijn minderheidsbelang in de groentesnijderij Hessing uit Zwaagdijk, en sloot vier van zijn zeven distributiecentra.

Toch lijkt dat niet afdoende. Om de reorganisatie te financieren, sloot de directie van The Greenery vorig jaar een lening af van 45 miljoen euro, met een looptijd van twee jaar. Daarvan staat nog bijna de helft open. De banken dringen daarom aan op verdere ‘desinvesteringen’. Met andere woorden: ook dit jaar zal The Greenery flink moeten reorganiseren.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.