economie

Toplocaties 2015: de top-50

Door Arthur van Leeuwen - 23 april 2015

Het jaarlijkse onderzoek Toplocaties maakt de economische prestaties van alle gemeenten onderling vergelijkbaar. Waarom Roermond, Lansingerland, Houten, en Son en Breugel het beter doen dan Rotterdam.

Haarlemmermeer is voor het derde opeenvolgende jaar de gemeente met de sterkste lokale economie. De trekkracht van Schiphol is en blijft de verklaring van het succes. Eindhoven en Amsterdam zijn dit jaar de nieuwe nummers twee en drie.

De kern van het jaarlijkse onderzoek Toplocaties door Elsevier en Bureau Louter is een ranglijst van gemeenten: hoe staan in Nederland de lokale en regionale economieën ervoor? Als het gaat om volume en de bijdrage aan het bruto binnenlands product in absolute zin, dan is een ranglijst snel gemaakt. De grote agglomeraties Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Eindhoven zijn de onvermijdelijke winnaars.

Dynamiek

Door de prestaties van gemeenten af te zetten tegen het aantal inwoners, wordt zichtbaar hoe gemeenten naar verhouding presteren. Zo kan Lansingerland of Houten het opnemen tegen de wereldhaven Rotterdam, zo kan Zwolle zich al meer dan een decennium handhaven in de top-5.H et resultaat is een scherper zicht op verschillen in economische dynamiek per regio.

Hoe komt de ranglijst tot stand? Alle gemeenten zijn beoordeeld aan de hand van ruim veertig indicatoren. Daarbij is onderscheid gemaakt naar indicatoren die betrekking hebben op de economische structuur en indicatoren die betrekking hebben op de dynamiek, ofwel de groei en krimp van de lokale economie. De uitslag is weergegeven als rapportcijfer.

Voor de structurele kenmerken is allereerst de werkgelegenheid van belang. Uitgangspunt is het aantal arbeidsplaatsen per duizend inwoners tussen 15 en 65 jaar, gemeten voor tien economische sectoren. Landbouw en industrie bijvoorbeeld zijn afzonderlijke sectoren, alsook zorg, groothandel en detailhandel. Naast het aantal arbeidsplaatsen zijn ook gegevens over bedrijventerreinen en kantoren meegenomen.

Euro’s

Om de dynamiek te beoordelen, is voor de tien economische sectoren groei dan wel krimp van het aantal arbeidsplaatsen per duizend inwoners bezien over de laatste vijf jaar. Ook aantallen starters per sector zijn meegenomen. Daarnaast telt de nieuwbouw van kantoren plus de bezettingsgraad mee, en de uitgifte van bedrijventerreinen.

Voorts is de ontwikkeling van de arbeidsproductiviteit is gemeten, alsook de toegevoegde waarde van alle bedrijvigheid en activiteit. De toegevoegde waarde is het bedrag dat overblijft na aftrek van de kosten voor productie van goederen en diensten. Alle bedragen bij elkaar vormen het bruto binnenlands product van Nederland. Voor de uitslag zijn dus ook de harde euro’s van belang die elke gemeente bijdraagt aan de nationale economie, vergeleken per inwoner.

Een nadere blik op de top-10 laat zien dat daarin inderdaad hoog scoren de vier steden die samen de economische as van de snelweg A2 vormen: Amsterdam, Utrecht, Den Bosch en Eindhoven.

Stijgers

Twee nieuwkomers in die top-10 zijn Roermond en Amersfoort. Beide gemeenten stonden daar in de loop der jaren al eens eerder in. Lansingerland daalde van de vijfde naar de tiende plaats, Houten zakte uit de top-10.

De kans dat Houten daarin als stijger terugkeert, is voorlopig gering, sinds de provincie Utrecht een restrictief beleid voert op de uitbreiding van het arsenaal bedrijventerreinen en kantoorlocaties. Alle kaarten in de regio zijn nu ingezet op de gemeente Utrecht, die in de top-10 van de achtste naar de zesde plaats kroop.

Opvallend is dat in de top-10 acht steden staan. Haarlemmermeer grenst bovendien aan Amsterdam en Lansingerland – met onder meer het nieuwe bedrijventerrein Prisma langs de A12 – aan Rotterdam. In de top-20 staan verder zes suburbs, waaronder Amstelveen en Veldhoven. Het herstel komt dus echt van de stedelijke gebieden.

De top-50 van gemeenten

Gemeente Rapportcijfer 2014 Positie 2013
1. Haarlemmermeer 8,11 1
2. Eindhoven 7,81 3
3. Amsterdam 7,80 7
4. Zwolle 7,78 2
5. Den Bosch 7,72 2
6. Utrecht 7,71 8
7. Breda 7,64 9
8. Roermond 7,63 11
9. Amersfoort 7,63 16
10. Lansingerland 7,61 5
11. Son en Breugel 7,61 12
12. Houten 7,60 6
13. Rotterdam 7,56 13
14. Bladel 7,55 10
15. Amstelveen 7,54 23
16. Hengelo (O.) 7,50 19
17. Veldhoven 7,49 17
18. Barendrecht 7,46 14
19. Apeldoorn 7,46 15
20. Zeewolde 7,45 18
21. Middelburg 7,42 22

22. Harderwijk
23. Sliedrecht

7,40
7,39
24
27
24. Etten-Leur 7,37 20
25. Gorinchem 7,37 30
26. Tilburg 7,37 32
27. Groningen 7,36 28
28. Eersel 7,34 28
29. Meppel 7,33 33
30. Weesp/Muiden 7,32 37
31. Bunnik 7,32 34
32. Goes 7,31 29
33. Alblasserdam 7,29 26
34. Cranendonck 7,29 31
35. Schiedam 7,27 41

36. Tiel

7,27 25
37. Sittard-Geleen 7,27 43
38. Doetinchem 7,25 35
39. Arnhem 7,25 42
40. Oldenzaal 7,23 39
41. Moerdijk 7,21 52
42. Lelystad 7,21 46
43. Terneuzen 7,20 38
44. Venlo 7,20 50
45. Heerenveen 7,18 51
46. Veghel 7,18 40
47. Barneveld 7,17 54
48. Waalwijk 7,16 44
49.Overbetuwe 7,16 61
50. Vianen 7,16 95

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.