economie

FFP-directeur Bert Sonneveld wil consument bewuster maken

Door Remko Nods - 08 mei 2015

Directeur Bert Sonneveld (47) van de Federatie Financieel Planners wil dat consumenten bewuster worden van hun financiële situatie. Een schone taak voor zijn Federatie.

Gebrek aan ambitie kan hem niet worden verweten. Bert Sonneveld wil dat alle consumenten worden geholpen om inzicht te krijgen in hun financiële situatie. Hij heeft, met de vierduizend leden tellende Federatie Financieel Planners (FFP), dan nog een lange weg te gaan.

Meer dan de helft van de Nederlanders is financieel analfabeet volgens het Verbond van Verzekeraars. Eén op de vijf volwassen Nederlanders heeft geen vermogen of een negatief eigen vermogen, en leeft van dag tot dag.

Die vierduizend leden zijn bijna allemaal financieel adviseur. Ze hebben een pittig examen gehaald en een gedragscode ondertekend, ‘vergelijkbaar met de bankierseed’, die sinds 1 april verplicht is voor alle bankmedewerkers. FFP-leden krijgen voor het opstellen van een finan­cieel plan geen commissie van aanbieders van financiële producten, maar vragen een vast bedrag van de klant of werken met een uurtarief.

Transparantie is het kernwoord. FFP-leden zijn echter niet altijd onafhankelijk. ‘Ze opereren zelfstandig of zijn in dienst van productaanbieders.’ Twee topmannen van ABN AMRO en Rabobank, John Smeets en Rob van den Aker, zitten zelfs in het bestuur van FFP.

Cruciaal

Bedrijfseconoom Sonneveld, sinds februari 2014 directeur van FFP, is zelf geen financieel planner. Hij organiseert contacten tussen de leden, zorgt voor uitwisseling van informatie en tracht bovenal de consument te overtuigen. ‘Overzicht krijgen begint met een financieel plan. Dat geeft rust. Ik heb het zelf recent ervaren. Ook bij mij bleek dat een aantal zaken beter geregeld kon worden.’

Sonneveld kreeg ‘een degelijke opvoeding’ van zijn ouders. Hij groeide op in een middenklassegezin – Nederlands Hervormd. ‘Mijn ouders leerden mij eerst te sparen voordat ik iets aanschafte, en alleen bij hoge uitzondering geld te lenen, bijvoorbeeld bij het kopen van een huis.’

Mensen moeten niet alleen inzicht krijgen in hun pensioensituatie, maar ook weten wat er gebeurt als hun kinderen gaan studeren. Omdat allerlei zaken in elkaar grijpen, raakt de consument gemakkelijk het overzicht kwijt. ‘Vooral tijdens lifetime events als een huwelijk of scheiding, is het cruciaal dat er een financieel plan ligt.’

Treurige ervaringen van de afgelopen twintig à dertig jaar geven Sonneveld gelijk. Consumenten werden volgestopt met allerlei financiële producten, waaronder miljoenen woekerpolissen, beleggingshypotheken en aandelenleaseproducten.

Bankiers, verzekeraars en adviseurs verdienden er miljarden euro’s aan via bonussen en provisies, maar de schade voor consumenten loopt volgens ruwe schattingen van economen in de tientallen miljarden euro’s.

Geschonden imago

De hele financiële sector kampt al jaren met een geschonden imago. Het herstel ervan gaat nog lang duren – Sonneveld zegt ‘geen idee’ te hebben hoelang. ‘Het herstel moet uit de sector zelf komen.’ Merel van Vroonhoven, de baas van toezichthouder Autoriteit Financiële Markten, zou het exact zo hebben kunnen formuleren.

‘De overheid heeft een aantal zaken geregeld. Maar dat zijn allemaal minimumeisen. Je moet daar als adviseur of productaanbieder ruim boven willen zitten.’

Elk adviestraject begint met een goed geïnformeerde klant. Daarbij kunnen de FFP-leden een belangrijke rol spelen. ‘Keurmerken als die van ons kunnen helpen bij het vertrouwensherstel, maar dan moet het geen marketingverhaal zijn.’ De uiterst moeizame afhandeling van de beruchte woekerpolisaffaire belemmert dat vertrouwensherstel.

Eind april kwam het Europese Hof van Justitie met een uitspraak over de woekerpolissen van Nationale-Nederlanden – tegenwoordig NN Group. Dat arrest brengt de oplossing van de problemen nauwelijks dichterbij. Sonneveld waagt zich niet aan uitspraken over mogelijke oplossingen van de problemen met woekerpolissen. Een collectieve of individuele afhandeling?

‘Dat vind ik heel moeilijk in zijn algemeenheid te zeggen. Het vanuit de persoonlijke situatie bekijken, samen met de adviseur, lijkt mij het beste.’

Hoofdschuldige

Banken staan bloot aan kritiek, omdat ze te hoge rentetarieven op hypotheken zouden hanteren. Terechte kritiek? ‘Als de tarieven echt te hoog zouden zijn, dan doet het marktmechanisme zijn werk wel. Dan komen er bijvoorbeeld buitenlandse toetreders. De drempel om hypotheken in Nederland te verkopen, is laag.’

Consumenten zien de financiële sector als hoofdschuldige van de financiële crisis. Sonneveld nuanceert dit. ‘De sector valt veel te verwijten, maar de crisis is ontstaan doordat mensen te gemakkelijk geld konden lenen. Ze werden daartoe aangemoedigd door de overheid, die dit fiscaal faciliteerde.’

Veel economen geven hem gelijk. En de huidige generatie studenten wil ook liever niet lenen; zij ontwikkelden een ‘leenangst’. Die slaan weer door. ‘Als je een goed financieel plan hebt, hoef je nergens bang voor te zijn.

Maar wat ik nu op internetfora aan plannen zie langskomen – maximaal lenen bij de overheid, en met het geld beleggen – dat vind ik het slechtste advies dat ik de laatste tijd heb gehoord.’

Elsevier nummer 20, 6 mei 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.