economie

Investeren in zonnepanelen heeft risico’s: waar moet u op letten?

Door Nic Vrieselaar - 08 mei 2015

Zonnestroom kan meer rendement opleveren dan rente bij de bank, maar zonder gevaar is dat niet.

Banken bieden steeds lagere rentes op een spaarrekening: meer dan 1,5 procent zit er op het moment niet in. Wie wat wil doen met overtollig spaargeld kan dat dus beter beleggen.

Dicht bij huis kan dat door te investeren in zonnepanelen. Die bieden autonomie en een kans te ontsnappen aan de hoge belastingen op stroom: bijna driekwart van de elektriciteitsprijs bestaat uit milieuheffingen en btw.

De allure van zonnepanelen is op dit moment namelijk dat u mag salderen: de stroom die u overdag opwekt, mag u wegstrepen tegen de door belastingen dure kilowatturen (kWh) die u, meestal ’s avonds, afneemt van de energieleverancier.

Ondernemer

Neem de familie Bakker, die jaarlijks 3.500 kWh elektriciteit verbruikt. Zij koopt zes panelen met elk een piekvermogen – de theoretische opbrengst uitgedrukt in wattpiek (Wp) – van 280 Wp. Inclusief installatie en een omvormer, die de stroom omzet naar de stroom die uit het stopcontact komt, kost dat 3.500 euro.

Omdat de Bakkers stroom opwekken, worden ze door de fiscus gezien als ondernemer. Daardoor kunnen ze de btw op de panelen en de installatie terugvragen. Dat scheelt hen voor zes panelen zo’n 500 euro. Hun netto-investering is dan 3.000 euro.
Naar verwachting leveren zonnepanelen in het Nederlandse klimaat 88 procent van het piekvermogen op. Eén paneel met een piekvermogen van 280 Wp levert jaarlijks dus 245 kWh stroom op. Genoeg om een jaar lang de wasmachine van te laten draaien.

Zes panelen leveren elk jaar zo’n 1.470 kilowattuur op.

Doordat de familie Bakker die mag wegstrepen tegen de stroom die ze afneemt van de energiemaatschappij hoeft ze geen 3.500 kWh af te rekenen, maar 2.030. Bij een prijs van 22 cent per kWh scheelt ze dat 323 euro per jaar.

Kritisch

Zonnepanelen gaan ook lang mee: de capaciteit neemt iets af met de leeftijd, maar de meeste fabrikanten garanderen dat de panelen na 25 jaar nog minimaal 80 procent van het vermogen leveren van dag één. De omvormer is fragieler: die moet in 25 jaar wel één of twee keer worden vervangen. Valt dat buiten de garantie, dan kost dat al gauw 600 tot 800 euro.

Kijk ook kritisch naar het verwachte rendement waar verkopers mee schermen. Ze spreken vaak van continu stijgende energieprijzen, om maar te benadrukken hoeveel u met zonnepanelen zult besparen.

Zo meldt energieleverancier Eneco, die ook zonnepanelen verkoopt, op zijn website dat energieprijzen gemiddeld 4,5 procent per jaar stijgen. Die zijn de laatste jaren juist gedaald. Ook bij Eneco.

Maar zelfs met een eenmalige vervanging van de omvormer buiten de garantie en de zuinige gok dat de elektriciteitsprijs de komende jaren niet stijgt, hebben de Bakkers in 25 jaar een rendement van meer dan 7,5 procent per jaar op hun investering. Daar kan geen spaarrekening tegenop.

Slimme energiemeter

Er kleeft wel een flink risico aan: dat hoge rendement komt volledig door de salderingsregeling. Het voortbestaan daarvan is onduidelijk. De laatste jaren zijn er fors meer zonnepanelen bijgekomen. Minister Henk Kamp (VVD) van Economische Zaken wil de salderingsregeling daarom in 2017 evalueren.

Hij heeft toegezegd dat huishoudens met zonnepanelen in elk geval tot 2020 kunnen blijven salderen. Zou de regeling daarna verdwijnen, dan moet u de stroom verkopen aan de energiemaatschappij. Het tarief daarvoor is nu 7 tot 9 cent per kWh. Dat is de investering niet waard.

Toch lijkt het die kant op te gaan. Slimme energiemeters – die alle huishoudens en bedrijven in 2020 moeten hebben – sorteren daar al op voor: analoge meters, die veel huizen nu nog hebben, lopen door zonnepanelen gewoon terug, maar slimme meters registreren feilloos apart wat u zelf opwekt, en  wat u verbruikt.

Verdwijnt salderen in 2020, dan komt er wel een overgangsregeling. Maar hoe die eruit zal zien, en belangrijker, hoeveel zonnepanelen dan nog opleveren, is ongewis. Dat maakt zonnepanelen net zo risicovol als elke andere investering.

Elsevier nummer 20, 16 mei 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.