economie

Sportwinkels doen gouden zaken dankzij ‘derde hardloopgolf’

Door Lennaert Lubberding - 08 mei 2015

Lennaert Lubberding, economieredacteur bij Elsevier, ziet tijdens het hardlopen waarom eigenaren van sportzaken flink profteren.

Een rondje door het Amsterdamse Vondelpark laat zien dat Nederlanders weer massaal hardlopen. Het land is begonnen aan zijn ‘derde loopgolf’.

Na de eerste in de jaren tachtig en de tweede eind jaren negentig is het aantal hardlopers in Nederland opnieuw in een stroomversnelling beland. Twee miljoen Nederlanders lopen minimaal één keer per jaar hard. Veel is er niet voor nodig: met een paar schoenen kan elke weg, elke hei, elk bos en elk park als trail dienen. Toch pakt het gros flink uit met een goede, professionele uitrusting.

Het toenemend aantal joggers maakt hardlopen economisch interessant. Wie ­tijdens zijn wekelijkse rondje iemand passeert, haalt al snel een paar honderd euro aan hardloopmateriaal in: schoenen, kleren, speciale horloges, hartslagmeters, iPods in sportarmbanden, sportdranken, energiegelletjes.

Eigenaren van hardloopwinkels zien de trend met genoegen aan. Volgens het Europese onderzoek Running across Europe zorgen de 50 miljoen hardlopende Europeanen samen voor een omzet van minstens 10 miljard euro – en de markt blijft groeien. In Nederland wordt de omzet geschat op minimaal een half miljard.

Evenementen

Ook (gratis) hardloop-apps, zoals Hardlopen met Evy – 182.000 downloads – vinden gretig aftrek en de oplage van het Nederlandse magazine Runner’s World is de afgelopen jaren gegroeid tot boven de 40.000. Hardlopen is in.

Organisatoren van hardloopevenementen – in totaal meer dan tweeduizend wedstrijden per jaar in Nederland – spelen in op die toenemende drift. Volgens de officiële agenda van de Atletiekunie telt Nederland gemiddeld veertig hardloopwedstrijden per weekeinde, grotendeels evenementen waarvoor moet worden betaald.

Wie zich in het zweet wil rennen, wil daar blijkbaar best voor betalen.

Elsevier nummer 20, 16 mei 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.